Rechtspraak
Feiten
Werknemer is op 1 november 2008 bij BTN B.V. (hierna: BTN) in dienst getreden als commercieel medewerker binnendienst. In de arbeidsovereenkomst is een concurrentiebeding opgenomen dat bepaalt dat het werknemer is verboden binnen een periode van twaalf maanden na einde arbeidsovereenkomst betrokken te zijn bij een concurrent van werkgever. Per 1 mei 2023 zegt werknemer zijn arbeidsovereenkomst op, omdat hij bij een andere werkgever in dienst wil treden. Werknemer vordert de werking van het concurrentiebeding te schorsen.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Het standpunt van werknemer dat het concurrentiebeding zwaarder is gaan drukken, waarmee wordt bedoeld dat het beding niet meer geldig is, wordt verworpen. Om de geldigheid van een concurrentiebeding aan te tasten moet sprake zijn van (i) een ingrijpende wijziging van de arbeidsverhouding (ii) waardoor het concurrentiebeding zwaarder is gaan drukken. Daarvan is in dit geval geen sprake. Ook in het betoog van werknemer dat het concurrentiebeding (te) onduidelijk is, wordt hij niet gevolgd. Uitgangspunt in deze zaak is dus dat het tussen partijen overeengekomen concurrentiebeding geldt. Om te beoordelen of werknemer onbillijk wordt benadeeld, dient een belangenafweging plaats te vinden. BTN voert onder meer aan dat werknemer betrokken was bij pitches en commerciële acquisitie en beschikt over bedrijfsgevoelige informatie. Werknemer betwist het standpunt van BTN en geeft aan vooral bezig te zijn geweest met de operationele kant, zoals het opstellen en toesturen van offertes aan klanten. De kantonrechter is van oordeel dat BTN het belang bij bescherming van haar bedrijfsdebiet onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. Niet is aangetoond dat werknemer toegang had tot bedrijfsgevoelige informatie. Het overgelegde Excelbestand van BTN bevat gegevens van een jaar geleden, zodat niet duidelijk is welk te beschermen bedrijfsbelang werknemer, indien hij daarover beschikt, in gevaar zou kunnen brengen. Ook is niet aannemelijk dat werknemer betrokken was bij acquisitie en commerciële doelstellingen en staat vast dat werknemer nooit aanwezig was bij het wekelijks overleg van vestigingsmanagers van BTN, waarin onder meer over beleid, omzet en acquisitie werd gesproken. Werknemer heeft zijn belang bij een overstap naar een nieuwe werkgever daarentegen voldoende concreet gemaakt. Werknemer is al veertien jaar in dienst bij BTN, zodat de wens van een overstap begrijpelijk is. Bij de mogelijke overstap is sprake van een positieverbetering en een mogelijkheid zijn kennis te verbreden en uit te diepen. Daarnaast is van belang dat werknemer, met een jong gezin en zonder auto, in de omgeving van zijn woonplaats aan de slag kan. Hierbij komt het algemeen belang van zijn vrije arbeidskeuze. Gelet op voorgaande wordt werknemer onbillijk benadeeld door niet in dienst te kunnen treden bij zijn nieuwe werkgever. Het concurrentiebeding wordt in die zin geschorst dat het werknemer is toegestaan in dienst te treden bij zijn nieuwe werkgever.