Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Oranjegroep Holding B.V.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 12 maart 2024
ECLI:NL:GHSHE:2024:805
Ambtshalve toepassing artikel 9a Waadi. Relatiebeding nietig, concurrentiebeding niet omdat het belemmeringsverbod slechts in de weg staat aan arbeidsovereenkomst met de inlener maar niet met de concurrent.

Feiten

Oranjegroep Holding B.V. (hierna: Oranjegroep), althans de aan haar gelieerde onderneming Oranjeflex, houdt zich bezig met het uitzenden van werknemers aan ondernemingen in de steigerbouw. Werknemer is vanwege zijn kennis van en ervaring in de steigerbouw bij Oranjegroep in dienst gekomen in de functie van accountmanager/projectleider regio Zuid. De werkzaamheden van werknemer zijn niet beperkt gebleven tot het op of vanuit het kantoor van Oranjegroep werken. Werknemer heeft namelijk ook werkzaamheden verricht bij X. Uiteindelijk is werknemer in dienst getreden van Y, een uitzendbureau dat zich eveneens richt op steigerbouw. Via Y is werknemer steigerbouwwerkzaamheden gaan verrichten voor X.

Oordeel

Op basis van de Uitzendrichtlijn en het Handvest EU acht het hof zich gehouden artikel 9a Waadi ambtshalve toe te passen. Het hof oordeelt dat deels sprake is van strijdigheid met artikel 9a lid 1 Waadi en overweegt daartoe als volgt. De vraag is of de werkzaamheden die werknemer heeft verricht bij X onder toezicht en leiding van X zijn verricht of dat dit werkzaamheden waren die in het verlengde lagen van zijn functie van accountmanager en die dus zagen op het werven en uitzenden van arbeidskrachten. Het hof kent doorslaggevende betekenis toe aan de door Oranjegroep overgelegde uitzendregistraties waaruit blijkt dat werknemer van 1 januari 2018 tot en met 18 juni 2018 en van 21 augustus 2018 tot en met 15 oktober 2018 als voorman heeft gewerkt bij X. Het argument van Oranjegroep dat dit slechts een manier van administreren was, acht het hof niet overtuigend. Het hof weegt daarbij mee dat werknemer heeft erkend dat hij samen met enkele andere werknemers tijdelijk heeft gewerkt bij de opbouw van steigers. Werknemer heeft zich dus niet uitsluitend beziggehouden met administratieve werkzaamheden die normaliter door de opdrachtgever worden verricht. Daarmee is sprake van terbeschikkingstelling in de zin van artikel 9a Waadi. Het argument dat het belemmeringsverbod toepassing zou missen omdat werknemer niet bij X maar bij Y in dienst is getreden, het doel van de Uitzendrechtlijn is het bevorderen van een vast dienstverband en er geen strijdigheid is met dit doel, wordt niet gevolgd. Werknemer is niet op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst getreden van X, maar had via Y wel een arbeidsverhouding met X, hetgeen onder de reikwijdte van het belemmeringsverbod valt. Het relatiebeding heeft werknemer dus belemmerd in zijn arbeidsmogelijkheden en moet als een nietig beding worden aangemerkt. Het belemmeringsverbod staat echter niet in de weg aan het concurrentiebeding omdat dat beding ziet op het aangaan van een arbeidsovereenkomst met een concurrent en niet met de inlener. Verder staat inmiddels vast dat werknemer het concurrentiebeding heeft overtreden. De grieven van werknemer leiden niet tot een ander oordeel. Tot slot is de vraag of de boetes (verder) gematigd moeten worden. Het hof kan er niet van uitgaan dat werknemer op enige wijze afbreuk heeft gedaan aan het bedrijfsdebiet van Oranjegroep. Hij is niet meer als accountmanager gaan werken, maar als meewerkend voorman in de steigerbouw. Oranjegroep heeft daarnaast haar schade, na opdracht daartoe, niet onderbouwd. Het hof gaat er daarom van uit dat Oranjegroep geen schade heeft geleden. Gelet op de inkomens- en vermogenspositie van werknemer en de nietigheid van het relatiebeding, is het hof van oordeel dat ook het door Oranjegroep zelf gematigde bedrag (€ 37.500) nog steeds te hoog is. Het hof ziet aanleiding tot verdere matiging. Alles tegen elkaar afwegende dient de boete te worden gematigd tot € 10.000.