Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 10 september 2024
ECLI:NL:RBLIM:2024:6410
Feiten
Werkneemster is op 1 mei 2019 bij werkgever in dienst getreden op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in de functie van hairstyliste. Werkneemster is per 24 juli 2022 met zwangerschapsverlof gegaan. Bij brief van 16 juli 2022 heeft werkgever werkneemster op staande voet ontslagen. Bij brief van 22 juli 2022 heeft de gemachtigde van werkneemster de vernietiging van het ontslag op staande voet ingeroepen. Werkgever heeft laten weten dit te doen. Werkgever heeft aangegeven dat het vinden van een oplossing tussen partijen vereist was, omdat de onderneming per 1 augustus 2022 definitief zou worden gestaakt. De gemachtige van werkneemster heeft daarop aangegeven dat zij na haar zwangerschapsverlof, op november 2022, haar arbeid ter beschikking zal stellen en dat zij verwacht dat daar loon zal worden doorbetaald. Werkgever heeft een voorstel tot beëindiging met wederzijds goedvinden gedaan, maar partijen hebben geen overeenstemming bereikt. Op 7 oktober 2022 heeft werkgever aan werkneemster medegedeeld dat er een overnamekandidaat voor de kapperszaak was gevonden, en dat werkneemster zich tot deze nieuwe eigenaar kon wenden. Ten aanzien van de overname heeft de rechtbank Limburg in een ander vonnis geoordeeld dat er geen sprake is van een overgang van onderneming, zodat werkneemster in dienst is gebleven bij werkgever. Werkgever heeft vervolgens toestemming bij het UWV verzocht om de arbeidsovereenkomst vanwege bedrijseconomische gronden op te zeggen. Die toestemming is verleend. Werkgever heeft de arbeidsovereenkomst vervolgens opgezegd. Werkneemster verzoekt de kantonrechter in de onderhavige zaak om werkgever te veroordelen tot het verstrekken van een deugdelijke eindafrekening, alsmede tot betaling van het loon vermeerderd met vakantiebijslag tot het einde van de arbeidsovereenkomst en tot betaling van de transitievergoeding.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. De loonvordering wordt afgewezen, nu hierover al in het voornoemde vonnis over de overgang van onderneming is beslist. De vakantiebijslag, die bij dat vonnis niet is toegewezen, wordt in de onderhavige zaak wel toegewezen. Werkgever heeft aangevoerd dat onduidelijk is hoeveel vakantiedagen werkneemster nog dient te ontvangen. Werknemester heeft echter een berekening in het geding gebracht. Werkgever heeft dit verder niet betwist, waardoor het verzochte bedrag aan vakantiedagen wordt toegewezen. De wettelijke verhoging wordt tot het maximum toegewezen. De transitievergoeding wordt eveneens toegewezen, nu het initiatief tot het beëindigen van de arbeidsovereenkomst van werkgever komt.