Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Zaanstad), 21 november 2024
ECLI:NL:RBNHO:2024:14117
Werkneemster wenst gebruik te maken van een RVU uit een cao. Werkgeefster weigert dit. De kantonrechter oordeelt dat werkneemster niet voldoet aan de voorwaarden omdat werkgeefster niet kwalificeert als werkgever in de zin van de cao.

Feiten

Werkneemster is op 1 mei 2019 in dienst getreden bij werkgeefster VOF (hierna: werkgeefster) als medewerkster. Op de arbeidsovereenkomst is de Cao Verpleeg-, Verzorgingshuizen, Thuiszorg, Kraam- en Jeugdgezondheidszorg (hierna: cao) van toepassing verklaard indien en voor zover deze algemeen verbindend is verklaard. De cao is algemeen verbindend verklaard tot en met 31 december 2024. In de cao is een RVU neergelegd voor werknemers die 45 jaar in de zorg hebben gewerkt. Werkneemster heeft meer dan 45 jaar in de zorg gewerkt en heeft werkgeefster te kennen gegeven vervroegd te willen uittreden. Daartoe hebben partijen afgesproken dat werkneemster haar huidige verlofsaldo mag meenemen. Tijdens een gesprek in augustus 2023 heeft werkneemster aangegeven gebruik te willen maken van de RVU. Werkgeefster heeft dat geweigerd. Hier is tussen partijen schriftelijk discussie over gevoerd. Kort voor de zitting hebben partijen een regeling getroffen waarbij werkneemster in afwachting van het vonnis is vrijgesteld van het verrichten van werkzaamheden. Werkneemster vordert een verklaring voor recht dat zij per 1 februari 2024 recht heeft op toepassing van de RVU en dat werkgeefster onrechtmatig heeft gehandeld door niet mee te werken. Werkneemster vordert een veroordeling van werkgeefster tot vrijstelling van werk, betaling van een schadevergoeding per 1 februari 2024 en betaling van een RVU-uitkering. Werkgeefster voert aan dat werkneemster niet voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de RVU.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het geschil spitst zich toe op de vraag of is voldaan aan de voorwaarde dat werkneemster van deze 45 jaar minimaal twintig jaren heeft gewerkt in een functie die wordt aangemerkt als zwaar beroep en of is voldaan aan de voorwaarde dat zij de laatste vijf jaar heeft gewerkt bij een werkgever zoals bedoeld in de cao. De cao is van toepassing door middel van het in de arbeidsovereenkomst opgenomen incorporatiebeding. Of sprake is van een zwaar beroep in de zin van de cao hangt af van de functieomschrijving. De kantonrechter concludeert dat de huidige functie van werkneemster kwalificeert als zwaar beroep. De aanduiding van de eerder door werkneemster verrichte functies maakt duidelijk dat deze functies kwalificeren als zwaar beroep. Wat verder blijkt over de inhoud van de functies, zoals dat werkneemster meer dan dertig jaar avond- en nachtdiensten heeft uitgeoefend, ondersteunt die conclusie. Dat werkgeefster geen werkgever is in de zin van de cao staat tussen partijen niet ter discussie. Werkneemster voert echter aan dat de cao is geïncorporeerd in de arbeidsovereenkomst, wat impliceert dat werkgeefster zelf is voorbijgegaan aan de omstandigheid dat zij geen werkgever in de zin van de cao is. Dit brengt volgens werkneemster mee dat zij erop mocht vertrouwen dat werkgeefster haar bij de toepassing van de RVU evenmin zou tegenwerpen dat zij geen werkgever in de zin van de cao is. De kantonrechter beoordeelt het incorporatiebeding aan de hand van de Haviltex-norm. Partijen hebben niet over het beding onderhandeld. Dat partijen de toepasselijkheid van de cao zijn overeengekomen, betekent niet dat dit niet als voorwaarde zou mogen gelden voor de toepassing van de RVU. De voorwaarde dat een werknemer de laatste vijf jaar heeft gewerkt bij een werkgever zoals bedoeld in de cao betreft een zelfstandige en afzonderlijke voorwaarde voor de toepasseiljkheid van deze regeling. Dat partijen hebben beoogd deze zelfstandige voorwaarde voor toepassing van de RVU niet van toepassing te laten zijn ligt niet voor de hand, omdat op het moment van totstandkoming van de arbeidsovereenkomst de RVU nog niet in de cao opgenomen was. Werkneemster heeft geen aanspraak op de RVU. Werkneemster wordt veroordeeld in de proceskosten.