Naar boven ↑

Rechtspraak

Werkgever/Werknemer
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Tilburg), 27 februari 2025
ECLI:NL:RBZWB:2025:1547
Werkgever verzoekt vergoedingen van werknemer na ontslag op staande voet wegens diefstal.

Feiten

Werknemer is sinds 10 oktober 2022 in dienst bij werkgever als logistiek medewerker. Medio 2024 bestond bij werkgever het vermoeden dat via de nooduitgang in het magazijn – waar de eindproductie is opgeslagen – dozen van deelpallets werden weggenomen. Werkgever heeft daarom het onderzoeksbureau Risc & Fraud Investigations BV (hierna: het onderzoeksbureau) ingeschakeld die op verschillende plekken in het magazijn en bij de nooduitgang camera’s heeft aangebracht. Op 12 augustus 2024 heeft het onderzoeksbureau verslag uitgebracht aan werkgever over een incident op 9 augustus 2024. Uit het verslag van het onderzoeksbureau volgt dat werknemer die dag samen met een collega dertien dozen met Ritualsproducten van een deelpallet in een Landrover heeft geplaatst die rond 18.01 uur van het terrein van werkgever is vertrokken. Werkgever heeft werknemer uitgenodigd voor een gesprek dat op 13 augustus 2024 op het kantoor van werkgever heeft plaatsgevonden. Werknemer heeft in dat gesprek erkend de goederen op 9 augustus 2024 te hebben weggenomen. Bij brief van 13 augustus 2024 heeft werkgever werknemer op staande voet ontslagen omdat hij (kort gezegd) op 9 augustus 2024 zonder toestemming van werkgever goederen van werkgever heeft ontvreemd. Op 28 augustus 2024 heeft werkgever een Poolse vertaling van de brief van 13 augustus 2024 aan werknemer gestuurd. Werkgever verzoekt onder andere om een verklaring voor recht dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven en werknemer onrechtmatig heeft gehandeld jegens werkgever.

Oordeel

Werknemer heeft ter zitting erkend dozen met Ritualsproducten bij werkgever te hebben meegenomen en die in Polen te hebben verkocht en daarmee een dringende reden te hebben gegeven voor een ontslag op staande voet. Hij betwist ook verder niet dat het ontslag op staande voet terecht is gegeven. De verzochte verklaring voor recht dat het ontslag op staande voet op 13 augustus 2024 rechtsgeldig is gegeven, wordt daarom toegewezen. Werknemer moet de gefixeerde schadevergoeding aan werkgever uitbetalen ter hoogte van € 4.354,84 bruto. Werkgever verzoekt voor recht te verklaren dat werknemer onrechtmatig heeft gehandeld jegens hem. Dit verzoek is toewijsbaar wegens het medeplegen van diefstal/verduistering op 9 augustus 2024. Werknemer wist bij het meehelpen bij het verplaatsen van de dozen met Ritualsproducten naar de Landrover dat deze van het terrein van werkgever af zouden gaan. Hierdoor is schade aan werkgever toegebracht. De kantonrechter acht het redelijk dat werkgever een onafhankelijk bureau heeft ingeschakeld om onderzoek te doen naar diefstal binnen haar onderneming omdat zij steeds goederen miste. Uit dit onderzoek volgt dat werknemer degene is die met de collega goederen van de werkgever in de auto van werknemer heeft geplaatst en heeft meegenomen, zodat er causaal verband is met het handelen van werknemer om die kosten op werknemer te verhalen. De kantonrechter is van oordeel dat de kosten voldoende zijn onderbouwd met de als productie 10 overgelegde factuur en deze zijn zonder btw toewijsbaar. Werkgever kan btw namelijk verrekenen waardoor btw geen schadepost is voor hem. Er wordt dan ook uitgegaan van een bedrag van € 5.927,40 aan kosten die redelijk worden beschouwd en deze kosten zijn toewijsbaar. Op dit bedrag komt nog een bedrag van € 76,27 bruto ter zake van de eindafrekening in mindering gelet op de verzochte verrekening. Werknemer moet een bedrag van € 5.927,40 aan onderzoekskosten en een bedrag van € 913,80 aan advocaatkosten aan werkgever betalen.