Naar boven ↑

Rechtspraak

Onvoldoende zorgvuldig onderzoek. Verzekeringsarts had gelet op aanwezige medische informatie (nadere) informatie moeten opvragen bij de behandelend sector.

Appellant meldt zich ziek vanuit een WW-situatie per 23 mei 2011 wegens fysieke en psychische klachten. Vervolgens ontvangt appellant ZW. Hij wordt een aantal keer door de verzekeringsarts op het spreekuur gezien, laatstelijk op 11 april 2013. Op basis van zijn bevindingen uit dossierstudie, waaronder rapporten naar aanleiding van een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek in het kader van een WIA-aanvraag, eigen onderzoek en informatie van de behandelend sector, verklaart de verzekeringsarts appellant per 15 april 2013 hersteld voor de laatstelijk verrichte arbeid (medewerker aftap). Bij besluit van 11 april 2013 wordt de ZW-uitkering per 15 april 2013 beëindigd. Het bezwaar hiertegen wordt, na advies van de verzekeringsarts bezwaar en beroep, bij beslissing op bezwaar van 11 juni 2013 (het bestreden besluit) ongegrond verklaard. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. In hoger beroep voert appellant aan dat de verzekeringsartsen zijn medische beperkingen hebben onderschat. Er is ten onrechte door de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen actuele informatie bij de behandelaars opgevraagd, terwijl UWV bekend was met een toename van de klachten. Ook zou ten onrechte geen rekening gehouden zijn met zijn medicatie.

De Raad oordeelt als volgt. Uit de beschikbare medische informatie blijkt een sterk wisselend beeld van de psychische gezondheidstoestand van appellant. Het standpunt van de verzekeringsarts, zoals neergelegd in een rapport van 25 februari 2013 ten behoeve van de WIA-beoordeling, dat sprake is van een opklarend beeld, is door informatie van de behandelend sector afdoende in twijfel gebracht. Daaruit blijkt dat op 10 april 2013 sprake was van aanpassing van de medicatie wegens aanhoudende akoestische hallucinaties en suïcidale gedachten en dat aanleiding bestond voor opname. Gelet hierop waren er duidelijke aanwijzingen dat de situatie eind 2012 aanzienlijk verslechterd was en had de verzekeringsarts bezwaar en beroep informatie moeten opvragen bij de behandelend sector op datum in geding. Nu dit is nagelaten berust het bestreden besluit niet op een zorgvuldig medisch onderzoek en ontbeert het besluit om de ZW-uitkering per 15 april 2013 te beëindigen een deugdelijke motivering. Met toepassing van artikel 8:72 lid 3 aanhef en onder b Awb voorziet de Raad zelf in de zaak, herroept het besluit van 11 april 2013 en bepaalt dat de uitspraak in de plaats daarvan treedt. Dat heeft als gevolg dat appellant met ingang van 15 april 2013 ongewijzigd recht heeft op een ZW-uitkering.