Naar boven ↑

Rechtspraak

Aangezien het medisch onderzoek pas een jaar na ziekmelding heeft plaatsgevonden, komen de gevolgen hiervan voor rekening van UWV.

Bij besluit van 4 juli 2013 weigert UWV appellant een ZW-uitkering te verlenen omdat appellant niet verzekerd zou zijn voor de ZW. Het bezwaar wordt ongegrond verklaard. Hangende het door appellant ingestelde beroep neemt UWV een nieuwe beslissing op bezwaar, inhoudende dat het besluit van 4 juli 2013 wordt herroepen, dat appellant alsnog verzekerd wordt geacht voor de ZW, maar dat per 1 juni 2013 geen recht op ziekengeld bestaat, omdat appellant op die datum volgens rapporten van de verzekeringsarts in staat is tot zijn eigen werk. Het beroep wordt ongegrond verklaard.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt als volgt. UWV heeft in eerste instantie bij besluit van 4 juli 2013 de ZW-uitkering geweigerd, omdat appellant niet verzekerd zou zijn ingevolge die wet. UWV heeft in de primaire fase een medische beoordeling achterwege gelaten. Pas nadat UWV dit standpunt in augustus 2014 verlaten had, is appellant voor het eerst door een verzekeringsgeneeskundige gezien. Het betreft hier een zeer laattijdige (medische) beoordeling. De gevolgen voor de mogelijkheid om tot een juiste beoordeling van de arbeidsongeschiktheid van appellant per 1 juni 2013 te komen, dienen, gelet op dit verloop, voor rekening van UWV te komen. Gelet op het weergegeven beoordelingskader en de informatie over de beoordeling van de medische situatie van appellant, is onvoldoende komen vast te staan dat UWV de arbeidsongeschiktheid van appellant per 1 juni 2013 juist heeft vastgesteld, zodat het bestreden besluit voor vernietiging in aanmerking komt. De Raad voorziet zelf in de zaak en bepaalt dat appellant per 1 juni 2013 recht heeft op ziekengeld.