Naar boven ↑

Rechtspraak

Een wrakingsverzoek kan niet worden gedaan op gronden die zien op de rechtspraak van de Raad als zodanig, maar moet zijn gelegen in feiten of omstandigheden die betrekking hebben op de persoon van de rechter die de zaak behandelt.

In artikel 8:15 Awb is bepaald dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelt kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Verzoekster heeft aan haar verzoek om wraking van de behandelend rechters ten grondslag gelegd dat deze rechters deel uitmaakten van meervoudige kamers van de Raad die uitspraken hebben gedaan waarin de diagnose ME/CVS speelde (ECLI:NL:CRVB:2017:495 en ECLI:NL:CRVB:2014:4408). Gezien deze uitspraken, waarbij de gewraakte rechters betrokken waren, is er geen vertrouwen meer in de gewraakte rechters. Op allerlei wijzen worden er door deze twee rechters maar ook door andere rechters van de Raad, uitspraken gedaan betreffende ME/CVS, die geen recht doen aan ernstig zieke mensen. De gewraakte rechters, maar ook een aantal andere rechters van de Raad, zijn bevooroordeeld. Verzekeringsartsen hebben (bijna) altijd gelijk. Statistisch kan dat niet volgens verzoekster.

Een wrakingsverzoek moet zijn gelegen in feiten of omstandigheden die betrekking hebben op de persoon van de rechter die de zaak behandelt. Wat verzoekster aanvoert is gericht tegen de rechtspraak van de Raad in zaken waarin de diagnose ME/CVS speelt. Daarmee kan het verzoek niet anders worden gezien dan gericht tegen de Raad als zodanig (zie ook de uitspraak van 13 april 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1452). Gelet op artikel 3 lid 2 aanhef en onderdeel c van de Wrakingsregeling bestuursrechtelijke colleges (Stcrt. 2013, 11425) bestaat er aanleiding om het verzoek om wraking van de gewraakte rechters niet in behandeling te nemen.