Naar boven ↑

Rechtspraak

Onverkorte toepassing beleid zou tot onevenredige gevolgen leiden; besluit wordt herzien met terugwerkende kracht van vijf jaar in plaats van één jaar.

Appellant is sinds 1 augustus 1992 werkzaam bij werkgever. Op 2 juli 1998 meldt appellant zich ziek wegens psychische klachten. Bij besluit van 31 januari 2000 stelt UWV vast dat appellant met ingang van 1 juli 1999 geen recht heeft op een WAO-uitkering. Werkgever maakt bezwaar tegen voornoemd besluit, in welk kader een psychiatrisch onderzoek wordt verricht bij appellant. Werkgever trekt het bezwaarschrift vervolgens per 17 oktober 2000 in en meldt appellant met ingang van 16 oktober 2000 hersteld. Hierna, op 19 oktober 2000, verschijnt het rapport naar aanleiding van voornoemd psychiatrisch onderzoek, waaruit volgt dat bij appellant sprake is van een bipolaire stoornis. De psychiater acht appellant volledig arbeidsongeschikt. Op 17 januari 2013 verzoekt appellant UWV terug te komen van het besluit van 31 januari 2000. Appellant wordt naar aanleiding van zijn verzoek onderzocht door een verzekeringsarts van UWV. Deze concludeert dat er nieuwe medische feiten en omstandigheden zijn op grond waarvan duidelijk is dat het besluit van 31 januari 2000, inhoudende dat appellant geen recht had op een WAO-uitkering per 1 juli 1999, onjuist was. Bij besluit van 4 juni 2013 brengt UWV appellant in aanmerking voor een WAO-uitkering, een en ander met ingang van 17 januari 2012. In dit verband is gesteld dat de uitkering niet eerder kan ingaan dan een jaar voor de (herhaalde) aanvraag om de WAO-uitkering. Appellant gaat tegen dit besluit in bezwaar, nu hij meent dat sprake is van een bijzonder geval, waardoor de uitkering eerder dan 17 januari 2012 zou moeten ingaan. Het bezwaar en beroep tegen dit besluit zijn beide ongegrond verklaard.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt als volgt. Wanneer UWV ten voordele van een betrokkene terugkomt van een beslissing, hanteert UWV het volgende beleid. Indien sprake is van herstel van een fout, waarbij ten tijde van het nemen van het besluit de gegevens voor het nemen van een juiste beslissing bekend waren, wordt de eerdere beslissing herzien met volledig terugwerkende kracht. Indien betrokkene nieuwe informatie verstrekt waaruit blijkt dat de eerdere beslissing onjuist was, wordt dezelfde benadering gekozen als bij het beleid voor de te late aanvraag op grond van artikel 35 lid 2 WAO (terugwerkende kracht van een jaar), tenzij sprake is van een bijzonder geval. Nu in de onderhavige kwestie geen sprake is van een fout, geldt het laatstgenoemde beleid. Naar het oordeel van de Raad zou onverkorte toepassing van dit beleid in dit geval voor appellant evenwel gevolgen hebben die, gezien de bijzondere omstandigheden van het geval, onevenredig zijn in verhouding tot de met het beleid te dienen doelen. De achteraf bekend geworden informatie over appellants medische toestand op en na 1 juli 1999 maakt duidelijk dat de verzekeringsarts geen goed beeld heeft gehad van appellants toestand op dat moment. Dat appellant geen bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit van 31 januari 2000 kan voorts niet los worden gezien van de bipolaire stoornis waaraan hij toen leed. Verder geldt dat een heroverweging van het besluit van 31 januari 2000 enkel achterwege is gebleven als gevolg van het intrekken van het bezwaarschrift door werkgever. Appellant is door deze bijzondere samenloop van omstandigheden met ingang van 1 juli 1999 een uitkering onthouden. Verder is gebleken dat UWV in de loop der jaren meerdere signalen heeft ontvangen waaruit het had kunnen afleiden dat de medische situatie van appellant door de verzekeringsarts in 2000 te rooskleurig is ingeschat. Dit had twijfel kunnen doen rijzen over de juistheid van de ontzegging van de WAO-uitkering. Voor het laten ingaan van de WAO-uitkering met een terugwerkende kracht tot 1 juli 1999 bestaat echter geen aanleiding. Gelet op de bijzondere omstandigheden die zich voordoen, wordt een terugwerkende kracht van vijf jaar in overeenstemming geacht met de door het niet gepubliceerde beleid te dienen doelen. Het hoger beroep slaagt derhalve.