Naar boven ↑

Rechtspraak

Appellante had geen concreet uitzicht op toekenning van een winstuitkering. Om die reden kan deze uitkering niet worden gekwalificeerd als extra periodiek salaris met een opbouwend karakter dat moet worden meegenomen bij de vaststelling van feitelijke inkomsten uit arbeid.

Appellante ontvangt een WAO-uitkering en geniet daarnaast inkomsten uit dienstverband. In de maand juni 2014 heeft zij van haar werkgever een winstuitkering ontvangen. UWV bepaalt bij besluit van 17 juli 2014 dat de WAO-uitkering met ingang van 1 maart 2013 wijzigt, omdat rekening wordt gehouden met eerder niet aan UWV bekende loonbestanddelen, waaronder de winstuitkering. Tevens bepaalt UWV bij besluit per diezelfde datum dat een bedrag van 3.389,73 euro van appellante wegens te veel betaalde WAO-uitkering over de periode 1 maart 2013 tot en met 30 juni 2014 wordt teruggevorderd. Ten slotte bepaalt UWV bij besluit van 4 september 2014 dat vanaf 1 september 2014 een bedrag op de WAO-uitkering van appellante zal worden ingehouden totdat het te veel betaalde bedrag verrekend is. Appellante maakt hiertegen bezwaar. Bij besluit van 8 januari 2015 verklaart UWV dat bezwaar ongegrond. Hierop stelt appellante beroep in. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en legt daaraan ten grondslag – onder verwijzing naar artikel 11a lid 1 van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (het Schattingsbesluit) – dat UWV de bevoegdheid heeft te kiezen op welke manier hij de winstuitkering in aanmerking neemt. Volgens de rechtbank heeft UWV gehandeld overeenkomstig zijn beleid bij het toerekenen van de winstuitkering aan de maanden in 2013. Appellante gaat in hoger beroep. Volgens haar moet de winstuitkering worden toegerekend aan de maand waarin zij deze heeft ontvangen en is geen sprake van extra salaris dat gedurende het jaar wordt opgebouwd.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt als volgt. Het geschil tussen partijen beperkt zich in hoger beroep tot de vraag of de winstuitkering extra periodiek salaris is dat in het jaar 2013 is opgebouwd. Op grond van artikel 11a lid 1 van het Schattingsbesluit kan bij de vaststelling van feitelijke inkomsten uit arbeid het in de relevante aangiftetijdvakken opgebouwde bedrag aan vakantiebijslag en extra periodiek salaris in aanmerking worden genomen in plaats van het in de relevante tijdvakken betaalde bedrag aan vakantiebijslag en extra periodiek salaris. De winstuitkering vindt haar basis in de cao die op de arbeidsovereenkomst tussen appellante en haar werkgever van toepassing is. De winstdelingsregeling is afhankelijk van de discretionaire bevoegdheid van de raad van bestuur. Daarbij komen slechts werknemers die naar het oordeel van de werkgever goed functioneren voor de winstuitkering in aanmerking. De werknemer die op de datum van toekenning twaalf maanden of langer in dienst is, heeft recht op volledige winstuitkering. Als een werknemer korter dan twaalf maanden in dienst is, wordt de hoogte van de winstuitkering naar evenredigheid vastgesteld. Volgens de Raad kan niet uit de cao worden afgeleid dat sprake is van extra salaris dat in een tijdvak wordt opgebouwd. Voor het aannemen van een opbouwkarakter van een winstuitkering is namelijk niet voldoende dat de uitkering naar evenredigheid wordt vastgesteld voor de werknemer die in het jaar waarin winst is genoten niet alle twaalf maanden in dienst is geweest. Appellante heeft er terecht op gewezen dat voor toekenning meer is vereist dan het enkele in dienst zijn geweest gedurende een zekere tijd. Slechts bij goed functioneren komt een werknemer voor een winstuitkering in aanmerking. Voor het aannemen van een opbouwkarakter is ten minste vereist dat bij aanvang van het tijdvak van opbouw vaststaat dat op het extra salaris – ook als de hoogte daarvan van verschillende factoren afhankelijk is – aanspraak bestaat. Appellante heeft noch op 1 januari 2013, noch op 1 maart 2013 (de datum met ingang waarvan volgens UWV de WAO-uitkering moet worden gewijzigd) een concreet vooruitzicht gehad op de ontvangst van enigerlei bedrag aan winstuitkering na afloop van het jaar. UWV is er ten onrechte van uitgegaan dat de winstuitkering gedurende het jaar 2013 was opgebouwd en kon worden aangemerkt als extra periodiek salaris. De aangevallen uitspraak en het bestreden besluit worden vernietigd en UWV wordt opgedragen opnieuw te beslissen op de bezwaren van appellante.