Naar boven ↑

Rechtspraak

Geen zorgvuldig onderzoek in kader van eerstejaars ZW-beoordeling; nadere besluitvorming van UWV leidt echter niet tot gevolgen voor reeds toegekende ZW-uitkering.

Werknemer, werkzaam als stratenmaker bij appellante, meldt zich op 3 december 2014 ziek in verband met lichamelijke, en later ook psychische klachten. Per 20 december 2014 eindigt het dienstverband, waarna werknemer in aanmerking wordt gebracht voor een ZW-uitkering. In het kader van de eerstejaars ZW-beoordeling (EZWb) concludeert een UWV-arts dat sprake is van een sterk wisselende belastbaarheid zonder benutbare mogelijkheden. In de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 5 november 2015 wordt vermeld: sterk wisselende mogelijkheden/verlies aan mogelijkheden voor een periode van minder dan drie maanden tot een jaar. Gelet hierop wordt de ZW-uitkering na de EZWb bij besluit van 6 november 2015 ongewijzigd voortgezet. Het bezwaar en beroep van appellante tegen voornoemd besluit worden beide ongegrond verklaard. In hoger beroep voert appellante aan dat het bestreden besluit berust op een ondeugdelijke motivering, omdat de artsen van UWV ten onrechte geen beperkingen van werknemer hebben vastgesteld. In het verlengde daarvan is volgens appellante tevens verzuimd om een arbeidskundig onderzoek te verrichten. Het is volgens appellante niet juist dat alleen op basis van de schouderklachten sprake zou zijn van geen of wisselend benutbare mogelijkheden. De arts heeft bij werknemer geen psychische beperkingen kunnen vaststellen. Het enkele feit dat werknemer op de wachtlijst stond voor psychische behandeling of begeleiding impliceert niet dat werknemer daardoor ook beperkingen zou ondervinden. De arts van UWV had dan ook niet alleen mogen afgaan op de anamnese.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt als volgt.  De arts van UWV heeft bij werknemer weliswaar forse beperkingen vastgesteld aan de rechterschouder, echter bij het psychisch onderzoek heeft deze arts geen tekenen van depressie, onrust of concentratieproblemen kunnen waarnemen. Op basis van het uitgevoerde – beperkte – onderzoek heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet met voldoende nauwkeurigheid kunnen vaststellen wat de medische situatie van werknemer was, welke beperkingen daaruit voortvloeiden, laat staan dat daaruit zou volgen dat sprake was van dusdanig wisselende mogelijkheden of het ontbreken van arbeidsmogelijkheden dat een arbeidskundig onderzoek achterwege heeft kunnen blijven. De Raad komt tot de conclusie dat het bestreden besluit niet op zorgvuldig onderzoek berust als bedoeld in artikel 3:2 Awb en dat een deugdelijke motivering als bedoeld in artikel 7:12 Awb ontbreekt, zodat het bestreden besluit wordt vernietigd. Gelet op artikel 30b lid 1 ZW kan nadere besluitvorming van UWV echter niet leiden tot gevolgen voor de reeds toegekende ZW-uitkering van werknemer, zodat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven.