Rechtspraak
Rechtbank Gelderland, 11 september 2013
ECLI:NL:RBGEL:2013:3064
Stichting Hogeschool van Arnhem en Nijmegen/werknemer
Werknemer (62 jaar) is sinds 1979 in dienst van de Stichting Hogeschool Arnhem en Nijmegen (hierna: HAN), laatstelijk als hoofddocent. Op 25 maart 2013 zijn werknemer en twee collega’s geschorst na een klacht van een student over begeleiding bij het afstuderen en grensoverschrijdend gedrag. De HAN heeft vervolgens een onderzoeksbureau ingeschakeld. Naar aanleiding van het onderzoeksrapport zijn de docenten op 7 mei 2013 op staande voet ontslagen. Hieraan worden de volgende gedragingen ten grondslag gelegd: niet-objectief handelen jegens studenten, onderscheid maken tussen vrouwelijke en mannelijke studenten of tussen andere groepen, vermenging van zakelijk en privé jegens studenten en ongewenst gedrag en grensoverschrijdende intimiteiten in de relatie docent/student. In kort geding is geoordeeld dat onvoldoende duidelijk is geworden of het gegeven ontslag op staande voet in een bodemprocedure stand zal houden (zie AR 2013-0426). De loonvordering is toegewezen. De Commissie van Beroep heeft het door werknemer tegen het ontslag op staande voet ingestelde beroep gegrond verklaard. Thans verzoekt HAN voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst, primair wegens een dringende reden. HAN verwijst daarbij naar een onderzoeksrapportage, waaruit onder meer blijkt dat werknemer jarenlang privécontact heeft gehad met vrouwelijke studenten en met ten minste één student een intieme relatie heeft gehad.
De kantonrechter oordeelt dat voldoende aannemelijk is geworden dat er met studente X sprake is geweest van een relatie die veel verder ging dan de door werknemer beschreven vriendschap, en dat deze niet paste binnen de professionele relatie tussen docent en student. Overgelegde e-mails wijzen op een – ongepaste – affectieve relatie, ongeacht of dat nu wel of geen seksuele relatie is geweest. Dat werknemer X heeft benoemd tot zijn student-assistente, is onprofessioneel. Uit de onderzoeksrapportage volgt dat er van de zijde van werknemer sprake is geweest van grensoverschrijdende uitlatingen. Zijn attitude kan niet door de beugel en gaat de aan een docent in zijn omgang met studenten te stellen grenzen te buiten. Ook heeft hij zijn collega-docent niet aangesproken op diens niet-professionele houding en gedrag. De arbeidsovereenkomst wordt wegens een dringende reden ontbonden. Van docenten in het algemeen, doch zeker van een hoofddocent met een voorbeeldfunctie als werknemer, is primair van belang dat deze volkomen integer moet zijn en zeker in de omgang met studenten nooit de grens van het betamelijke mag overschrijden. Een docent verkeert immers in een machts- en afhankelijkheidsrelatie met studenten en mag niet de schijn van misbruik van die relatie wekken. Dit wordt niet anders als het gaat om (jongvolwassen) meerderjarige studenten en evenmin is doorslaggevend dat die studenten hiertegen mogelijk geen bezwaar hebben (gemaakt). Daar komt bij dat werknemer door/namens de HAN in het verleden is aangesproken op zijn omgang met vrouwen. Daar komt tot slot bij dat werknemer meent dat er op zijn gedrag (nagenoeg) niets is aan te merken. Dat werknemer ongeveer 34 jaar bij HAN in dienst is en steeds naar tevredenheid heeft gefunctioneerd en dat niet valt te verwachten dat hij, gelet op zijn gezondheid en leeftijd, elders betaald werk zal kunnen vinden, leidt niet tot een ander oordeel.