Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/AFS Moneybrokers
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 11 december 2012
ECLI:NL:GHAMS:2012:3644

werknemer/AFS Moneybrokers

Ontslag oude werknemer zonder vergoeding niet kennelijk onredelijk, wegens kort dienstverband en feit dat werkgever reeds lang van tevoren aangaf de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Geen sprake van leeftijdsdiscriminatie

Werknemer is sinds 1 februari 2007 in dienst van AFS Moneybrokers. Met toestemming van het UWV WERKbedrijf is het inmiddels onbepaalde tijdscontract van werknemer wegens bedrijfseconomische redenen opgezegd tegen 1 august 2010. De kantonrechter heeft de opzegging kennelijk onredelijk geoordeeld en aan werknemer een vergoeding van € 7.000 toegekend (gevorderd was € 170.500). Tegen dit oordeel keert werknemer zich in hoger beroep, stellende onder meer dat de echte reden voor zijn ontslag is gelegen in zijn leeftijd alsook dat de gevolgen te ingrijpend zijn.

Het hof oordeelt als volgt. Er zijn onvoldoende aanwijzingen dat sprake is geweest van leeftijdsdiscriminatie. Uit de (vermeende) wens om de afdeling aan te vullen met jonge(re) werknemers volgt immers niet dat AFS Moneybrokers de oude(re) werknemers zou willen ontslaan. Dat AFS Moneybrokers op ontslag van werknemer als oudere werknemer uit was, is ook onaannemelijk nu werknemer na het gesprek van juni 2008 nog een verlenging van zijn arbeidscontract heeft gekregen (zijn arbeidsovereenkomst zou aanvankelijk aflopen op 1 februari 2009 maar is opengebroken en omgezet in een arbeidscontract voor de duur van tweeënhalf jaar dat doorliep tot 1 augustus 2010). Indien AFS Moneybrokers de arbeidsovereenkomst met werknemer had willen beëindigen omdat hij te oud was, had zij dat dus al eerder kunnen doen, wat niet is gebeurd.

Naar het oordeel van het hof zijn de door werknemer aangevoerde omstandigheden niet voldoende om te concluderen dat zijn ontslag kennelijk onredelijk is. De omstandigheden die het hof bij dat oordeel betrekt, zijn meer in het bijzonder de volgende. Werknemer heeft slechts korte tijd bij AFS Moneybrokers gewerkt. De arbeidsovereenkomsten die hij met AFS Moneybrokers sloot waren telkens voor bepaalde tijd (met dien verstande dat op grond van art. 668a BW de laatste arbeidsovereenkomst gold als te zijn aangegaan voor onbepaalde tijd). AFS Moneybrokers heeft reeds in april 2010 aan werknemer aangekondigd dat zij zich door bedrijfseconomische omstandigheden genoodzaakt zag de arbeidsovereenkomst met hem te beëindigen. Vanaf in elk geval 4 mei 2010 heeft AFS Moneybrokers werknemer met behoud van loon vrijgesteld van werkzaamheden. De omstandigheid dat werknemer een relatief hoge leeftijd had en (daardoor) een slechte tot zeer slechte positie op de arbeidsmarkt had, brengt, hoe ernstig en ingrijpend die situatie ook voor werknemer is, (nog) niet mee dat AFS Moneybrokers werknemer niet had mogen ontslaan zonder voor hem een (financiële) voorziening te treffen waarmee hij de gevolgen van zijn ontslag zou hebben kunnen opvangen. Werknemer is op relatief hoge leeftijd bij AFS Moneybrokers in dienst gekomen. Indien en voor zover de slechte arbeidspositie van werknemer verband houdt met zijn leeftijd is dat niet een omstandigheid die aan AFS Moneybrokers moet worden toegerekend. De omstandigheid dat werknemer, zoals tussen partijen onweersproken vaststaat, altijd naar volle tevredenheid van AFS Moneybrokers gewerkt, leidt niet tot een andere conclusie dan hiervoor is vermeld.