Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Vérian Care & Clean B.V.
Rechtbank Gelderland (Locatie Nijmegen), 2 juli 2015
ECLI:NL:RBGEL:2015:4427

werkneemster/Vérian Care & Clean B.V.

Eenzijdig opgelegde functieherindeling en loonsverlaging thuiszorgmedewerker niet rechtsgeldig.

Vérian is een onderneming die zich onder meer in de Provincie Gelderland bezighoudt met het aanbieden van thuiszorg. Werkneemster is sinds 1 juni 2013 voor onbepaalde tijd in dienst in de functie Thuishulp A. Sinds augustus 2014 is werkneemster ziek. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuishulp 2014-2016 van toepassing. Deze cao is per 3 maart 2015 algemeen verbindend verklaard. In de cao zijn bepalingen opgenomen over het minimumsalaris en de functiewaardering. Op 24 november 2014 is aan alle medewerkers werkzaam als Thuishulp A en Verzorgingshulp B onder meer het volgende bericht: ‘Op dit moment bent u werkzaam in de functie van Thuishulp A. In de praktijk verricht u hoofdzakelijk werkzaamheden behorende bij de functie van Basishulp Huishoudelijke Verzorging. Gezien de financiële situatie hebben wij per 29 december 2014, start eerste periode 2015, alleen nog werk voor medewerkers met de functie Basishulp Huishoudelijke Verzorging met bijpassend salaris. Dit betekent dat wij genoodzaakt zijn u deze functie aan te bieden, met ingang van bovengenoemde datum. Het bijbehorende salaris is € 10,18 per uur.’ Voor de betreffende medewerkers betekent dit dat zij er financieel op achteruitgaan. Werkneemster vordert doorbetaling van het reguliere loon. Werkneemster stelt dat Vérian ten onrechte is overgegaan tot een eenzijdige wijziging van de arbeidsovereenkomst door haar functie te wijzigen van Thuishulp A naar Basishulp Huishoudelijke Verzorging onder aanpassing (verlaging) van het salaris van € 12,84 bruto naar (uiteindelijk) € 10,18 bruto per uur.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Vérian heeft voorshands voldoende aannemelijk gemaakt dat zij aanzienlijke verliezen heeft geleden over 2013 en 2014, maar zij heeft onvoldoende feitelijk onderbouwd dat het voor haar financieel onmogelijk is om aan werkneemster nog langer een hoger salaris te betalen dan FWG 10. Dit klemt temeer nu Vérian er ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op heeft gewezen dat de Gemeente Nijmegen, binnen welke gemeente werkneemster haar werkzaamheden (zij het thans op therapeutische basis) verricht, momenteel nog uit haar algemene middelen financieel bijspringt, waarmee de bezuinigingen op de thuiszorg in elk geval gedeeltelijk worden gecompenseerd. De kantonrechter is voorts van oordeel dat, ook al zou vast zijn komen te staan dat er wel sprake zou zijn van (enig) financieel nadeel voor Vérian als door haar betoogd, dit voorshands evenmin tot de conclusie leidt dat de vordering van werkneemster zou moeten worden afgewezen. De kantonrechter stelt vast dat Vérian in verband met haar aanzegging in de brief van 24 november 2014 ‘alleen nog werk (te hebben) voor medewerkers met de functie Basishulp Huishoudelijke Verzorging met bijpassend salaris’, niet de gelijktijdige beslissing heeft genomen om ófwel de niet bij die functie passende werkzaamheden geheel af te stoten en niet langer deel te laten zijn van haar ondernemersactiviteiten ófwel haar werkorganisatie zo in te richten dat voortaan een strikte scheiding wordt aangebracht tussen het op de functiebeschrijving voor de Basishulp Huishoudelijke Verzorging afgestemde hoofdzakelijk huishoudelijke werk en de in de functiebeschrijvingen voor Thuishulp A en Verzorgingshulp B omschreven ‘overige werkzaamheden’ die als extra te beschouwen zijn vergeleken met de beperkte werkzaamheden van de Basishulp Huishoudelijke Verzorging in dezelfde categorie. In plaats hiervan is er binnen de werkorganisatie van Vérian feitelijk niets gewijzigd. Vérian is, als zij meent dat sprake is van een wezenlijke verandering van de inhoud van de functie, aangewezen op de in hoofdstuk 11 van de cao voorziene herindelingsprocedure (zie art. 11.2 lid 2 onderdeel b van de cao) overeenkomstig de daar eveneens omschreven waarborgen (zie art. 11.3 en 11.4 van de cao), hetgeen zij – ongemotiveerd – heeft nagelaten. Het door Vérian gedane beroep op artikel 7:611 BW faalt. Niet valt in te zien waarom werkneemster als goed werknemer genoegen moet nemen met een voorstel tot functiewijziging en salarisvermindering in strijd met de cao. Van de door Vérian geschetste situatie waarin louter huishoudelijk werk wordt uitgevoerd door te hoog gekwalificeerd en ingeschaald personeel is in de praktijk (in ieder geval vooralsnog) geen sprake. Om dezelfde reden faalt ook het door Vérian gedane – en op dezelfde redenering gestoelde – beroep op artikel 6:248 lid 2 BW. Van, door Vérian subsidiair opgeworpen, handelen in strijd met de cao is evenmin sprake, nu de functie van werkneemster niet kwalificeert als die van een Basishulp Huishoudelijke Verzorging. Voor wat betreft de gevraagde toepassing van artikel 6:258 BW geldt ten slotte dat Vérian aan de kantonrechter geen (zelfstandig) verzoek heeft gedaan om op grond van gewijzigde omstandigheden tot aanpassing van de arbeidsvoorwaarden van de werknemers te komen, en op de uitkomst van een dergelijk verzoek kan nu eenmaal niet worden vooruitgelopen (vgl. Ktr. Amsterdam 23 februari 2015, RAR 2015/69).