Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 7 juli 2015
ECLI:NL:GHSHE:2015:2503
Entheko BV/werknemer
(Vervolg op AR 2014-0766.) Werknemer is sinds 1993 in dienst van Entheko, Pep Nederland, als magazijnbeheerder. Op 13 december 2011 is werknemer op staande voet ontslagen, omdat hij tijdens werktijd aan een ingeleende schoonmaakster zijn geslachtsdeel zou hebben getoond. De schoonmaakster is hiervan erg geschrokken en heeft aangifte gedaan bij de politie. Werknemer ontkent de hem verweten feiten. De kantonrechter heeft geoordeeld dat niet vaststaat of het verhaal van Entheko of werknemer waar is, zodat het ontslag op staande voet geen stand houdt. Tegen dit oordeel keert Entheko zich in hoger beroep. De arbeidsovereenkomst is inmiddels met toestemming van het UWV opgezegd per 1 mei 2014. Het hof heeft bij tussenarrest aan de hand van diverse getuigenverklaringen geoordeeld dat het voorval zich wel degelijk heeft voorgedaan. Werknemer is in de gelegenheid gesteld tegenbewijs te leveren.
Het hof oordeelt als volgt. Werknemer heeft zijn vriendin laten getuigen. Zij verklaarde dat ze zich niet kon voorstellen dat haar vriend zoiets zou doen. Het hof oordeelt dat dit onvoldoende is in het licht van de diverse getuigenverklaringen aan de zijde van de werkgever. Het hof is van oordeel dat het aan werknemer gemaakte verwijt een dringende reden vormt in de zin van artikel 7:678 BW. Daarbij heeft het hof in aanmerking genomen dat werknemer ten tijde van de opzegging bijna 19 jaar in dienst was van Entheko en dat werknemer heeft gesteld dat hij altijd goed heeft gefunctioneerd. Dat weegt naar het oordeel van het hof niet op tegen de aard en de ernst van het bewezen geachte voorval, dat immers een forse inbreuk maakt op de integriteit en veiligheid van een persoon.