Naar boven ↑

Rechtspraak

Mecra Limited/Stichting Technisch Bureau voor de Bouwnijverheid c.s.
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 22 juli 2015
ECLI:NL:RBMNE:2015:5393

Mecra Limited/Stichting Technisch Bureau voor de Bouwnijverheid c.s.

Toepassing CAO Bouwnijverheid op Portugese en Engelse werknemers die werken aan het A2-project, omdat Nederland als gewoonlijk werkland is aan te merken. Verplichte deelname bedrijfstakpensioenfonds. Uitlatingen FNV niet onrechtmatig.

Vervolg tussenvonnis (AR 2015-0288). Rimec Ltd, een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde vennootschap, Rimec Works-Empresa de Trabalho Sociedade Unipessoal Lda (hierna: Rimec Works) en Rimec-Empresa de Trabalho Temporário Sociedade Unipessoal Lda (hierna: Rimec Empresa), beide gevestigd te Portugal, zijn internationale uitzendbureaus. TBB is een stichting die is opgericht door werknemers- en werkgeversorganisaties in de bouwsector, partijen bij de CAO Bouwnijverheid, daaronder FNV en Bouwend Nederland. TBB is – onder meer – opgericht om toe te zien op een correcte naleving van de CAO Bouwnijverheid. Rimec Ltd heeft op 24 mei 2012 een dienstverleningsovereenkomst gesloten op grond waarvan zij zich verplicht om arbeidskrachten, zoals gespecialiseerde timmerlieden, tunnelbouwers, voormannen en hulppersoneel, voor de bouw van de Koning Willem-Alexandertunnel in de snelweg A2 (hierna: het A2-project) ter beschikking te stellen aan X. Rimec Ltd heeft Poolse en Engelse werknemers, en Rimec Works en Rimec Empresa hebben Portugese werknemers in dienst, die door Rimec Ltd aan X ter beschikking zijn gesteld om bouwwerkzaamheden te verrichten in het kader van het A2-project. In december 2013 ging het om 70 werknemers met de Poolse nationaliteit en om 42 werknemers met de Portugese nationaliteit. Partijen hebben diverse vorderingen ingesteld. Centrale vraag is of de (algemeen verbindend verklaarde bepalingen van de) CAO Bouwnijverheid voor deze buitenlandse werknemers van toepassing is. De kantonrechter heeft deze vraag in het tussenvonnis bevestigend beantwoord. Rimec Ltd is inmiddels Mecra gaan heten. Mecra heeft hoger beroep ingesteld. Mecra stelt in de hoofdzaak dat de CAO Bouwnijverheid niet van toepassing is.

De rechtbank oordeelt als volgt. De stelling van Mecra dat ten aanzien van besluiten van TBB en SNCU de bestuursrechtelijke rechtsgang moet worden doorlopen, wordt niet gevolgd. Op de arbeidsovereenkomsten is Portugees en Engels recht van toepassing. Nederland is echter als  'gewoonlijk werkland' aan te merken (art. 8 lid 2 Rome I). Hierdoor zijn de rechtsbeschermingsregels uit de Nederlandse wet van toepassing, waaronder de WAADI. Op grond van artikel 8 WAADI hebben de uitzendkrachten recht op ten minste dezelfde arbeidsvoorwaarden als de werknemers die in dienst zijn bij Ballast Nedam en Strukton. Zij hebben daarom ook recht op alle arbeidsvoorwaarden die geregeld zijn in de CAO Bouwnijverheid. De stelling van Mecra dat sprake zou zijn van strijd met het Unierecht wordt niet gevolgd. Daarom moet Mecra de vergoedingen waar de werknemers op grond van de CAO recht op hebben alsnog voldoen. Deze verplichting geldt niet voor de werknemers die door middel van de ondertekening van een 'waiver' afstand hebben gedaan van hun mogelijke vordering op grond van de CAO. Omdat Rimec valt onder de werkingssfeerbepaling van het verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfonds voor de bouw, moet zij ook achterstallige pensioenpremies betalen. De stelling van Mecra dat TBB, FNV en Bouwend Nederland de Nederlandse markt verstoren (art. 6 Mededingingswet) wordt niet gevolgd. Naar het oordeel van de rechtbank is de omstandigheid dat CAO-partijen de controle op de naleving van de CAO Bouwnijverheid aan TBB hebben opgedragen onvoldoende om Bouwend Nederland aan te kunnen spreken op alles wat TBB ter uitvoering van die taak doet. Anders dan Mecra stelt, zijn de uitlatingen over Mecra door FNV niet onrechtmatig. Naar het oordeel van de rechtbank komt aan FNV (en aan het door CAO‑partijen als toezichthoudster opgerichte TBB) in deze zaak een grote mate van vrijheid toe om zich in scherpe bewoordingen over de handelwijze van Mecra uit te laten. De rechtbank neemt daarbij (naast de bedoelde statutaire doelstelling van FNV) in aanmerking dat er sprake was (en is) van een stevig maatschappelijk debat over de wijze van opereren van internationaal opererende uitzendondernemingen zoals Mecra, dat de vraag welke regelgeving precies van toepassing is en dus ook de vraag op welke arbeidsvoorwaarden de werknemers recht hebben niet eenvoudig is te beantwoorden, dat de door Mecra voor het A2-project ter beschikking gestelde arbeidskrachten een substantieel deel van hun loon afdroegen voor huisvestings- en andere kosten, en dat het gaat om werknemers van wie aangenomen mag worden dat zij niet (goed) bekend zullen zijn met de mogelijkheden om hun recht te halen.