Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant, 29 juli 2015
ECLI:NL:RBOBR:2015:4568
werknemer/F. van Lanschot Bankiers N.V.
Vervolg tussenvonnis (zie AR 2013-0935 en AR 2014-1001). Geoordeeld is dat Van Lanschot onrechtmatig jegens werknemer heeft gehandeld door aan nieuwe werkgever (Rabobank) te melden dat werknemer op staande voet is ontslagen. De zaak is aangehouden, opdat werknemer inlichtingen kan verstrekken over de contante waarde van de inkomensderving over de periode van 1 december 2011 tot 1 juni 2026 en over zijn inkomenssituatie sedert de beëindiging van zijn dienstbetrekking bij Rabobank, waarin betrokken dienen te worden zijn mogelijkheden om inkomen uit arbeid te verwerven.
De rechtbank oordeelt als volgt. Bij de bepaling van de schade wordt uitgegaan van de contante waarde van de inkomensderving (waarbij de sterftekans van werknemer is betrokken) en van de belastingschade, zijnde in totaal € 604.439,47, te verminderen met de in de toekomst door werknemer te verwerven inkomsten. Nu niet vaststaat of werknemer in de toekomst inkomsten uit arbeid zal kunnen verwerven, kan de omvang van de schade van werknemer niet nauwkeurig worden vastgesteld en zal deze moeten worden geschat na afweging van goede en kwade kansen. Zoals al eerder in het vonnis van 26 november 2014 overwogen, heeft Van Lanschot wat betreft de kans van werknemer op het vinden van een nieuwe betrekking gewezen op de rekenmethode en de website van het Hugo Sinzheimer Instituut ‘www.hoelangwerkloos.nl’, waaruit volgens haar een verwachte werkloosheidsduur voor Van Lanschot van 367 dagen blijkt met kans op uitstroom naar een baan van 47%. Werknemer heeft hierop niet gereageerd en heeft niet weersproken dat aan de op basis van de desbetreffende rekenmethode tot stand gekomen berekening enige betekenis kan worden toegekend bij de bepaling van de kans van werknemer op inkomen uit arbeid voorafgaand aan zijn pensioengerechtigde leeftijd. De omvang van de kans dat de werkloosheid van werknemer voor zijn pensioengerechtigde leeftijd eindigt, kan echter niet enkel worden gebaseerd op de uitkomsten van de berekening volgens voornoemde rekenmethode, die in het geval van werknemer bovendien niet reëel is gebleken. Bij die rekenmethode is immers gebruikgemaakt van gegevens uit het verleden en bovendien een periode die geruime tijd lag voor de werkloosheidsdatum van werknemer, te weten de jaren 1999 tot en met 2010, die niet zonder meer representatief is voor de periode waarin werknemer op zoek moet gaan naar een nieuwe dienstbetrekking. Daarbij komt dat in de rekenmethode de hoogte van het salaris bij uitstroom naar een nieuwe dienstbetrekking niet is meegenomen. Hetzelfde geldt voor de berekening van de werkloosheidsduur volgens de rekenmethode die gehanteerd wordt op de website ‘www.magontslag.nl’, als opvolger van ‘www.hoelangwerkloos.nl’ waarin model en statistische data zijn geüpdatet. De schade wordt begroot op 70% van het bedrag van € 604.439,47, zijnde afgerond € 423.107 bruto. Van Lanschot wordt veroordeeld tot vergoeding van deze schade. Bij vonnis van 13 november 2013 is overwogen dat Van Lanschot moet worden geacht in strijd te hebben gehandeld met de zorgvuldigheid die zij tegenover werknemer in acht had te nemen. De gevorderde verklaring voor recht zal daarom in zoverre worden toegewezen dat voor recht zal worden verklaard dat Van Lanschot jegens werknemer onrechtmatig heeft gehandeld door Rabobank Nederland mede te delen dat bij Rabobank een (ex-)werknemer werkzaam was, dat Van Lanschot deze (ex-) werknemer op staande voet had ontslagen vanwege voor Van Lanschot onacceptabele gedragingen en dat daarover een bodemprocedure liep bij de kantonrechter.