Naar boven ↑

Rechtspraak

Detamo Flex Force/werknemer
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 29 maart 2016
ECLI:NL:GHAMS:2016:1172

Detamo Flex Force/werknemer

Niet verschijnen bij de bedrijfsarts kan niet leiden tot een loonstop ex artikel 7:629 lid 3 BW omdat ‘gedurende de tijd dat’ bij een dergelijke momentopname ontbreekt.

(Vervolg op AR 2015-0848.) Werknemer is op 5 mei 2008 in dienst getreden van een rechtsvoorgangster van Detamo in de functie van monteur. Bij brief van 3 december 2013 heeft zij hem op staande voet ontslagen, wegens het opzettelijk toebrengen van schade aan een kabelverdeler bij KPN. Werknemer heeft de vernietigbaarheid van dit ontslag ingeroepen. Werkgever heeft het ontslag op staande voet op 14 januari 2014 ingetrokken. Werknemer heeft zich met terugwerkende kracht ziek gemeld. Op haar beurt heeft Detamo de betaling van het overeengekomen loon stopgezet, volgens werknemer vanaf 27 januari 2014 en volgens Detamo vanaf 14 februari 2014. De verzekeringsarts concludeerde dat het bestaande arbeidsconflict niets eraan afdoet dat per 1 februari 2014 ook sprake was van ziekte en/of gebrek en dat werknemer per die datum ‘niet geschikt te achten [is] voor het eigen werk’. Bij tussenarrest is geoordeeld dat werknemer ziek is en recht heeft op ziekengeld ex artikel 7:629 BW. De zaak is aangehouden voor nadere bewijsvoering omtrent het wel of niet aanwezig zijn van werknemer op het spreekuur van de bedrijfsarts. Volgens Detamo kan het loon worden ingehouden op grond van lid 3 van artikel 7:629 BW.

Het hof oordeelt als volgt. Detamo is krachtens het bepaalde in artikel 7:629 lid 3 onderdeel d en e BW bevoegd het loon niet te betalen (1) voor de tijd, gedurende welke werknemer zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan redelijke voorschriften of maatregelen die erop gericht zijn hem in staat te stellen passende arbeid te verrichten, en (2) voor de tijd, gedurende welke werknemer zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak met betrekking tot zijn arbeidsongeschiktheid. In beide gevallen is dus vereist dat sprake is van een zeker tijdsverloop, waarbinnen werknemer heeft geweigerd de bedoelde medewerking te verlenen. Zijn enkele niet-verschijnen bij de bedrijfsarts op 20 juni 2014 wettigt niet de gevolgtrekking dat aan dit vereiste is voldaan. Dat niet-verschijnen betreft immers slechts een momentopname, waaruit op zichzelf niet volgt dat sprake is geweest van een zekere tijd, gedurende welke werknemer zonder deugdelijke grond de in artikel 7:629 lid 3 onderdeel d en e BW bedoelde medewerking heeft geweigerd. Het hierboven overwogene, in samenhang met hetgeen in het tussenarrest al is overwogen en beslist, brengt mee dat Detamo niet op grond van het bepaalde in artikel 7:629 lid 3 onderdeel d en e BW bevoegd is geworden de betaling van het loon van werknemer stop te zetten.