Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 3 januari 2017
ECLI:NL:GHAMS:2017:26

werknemer/werkgever

Oordeel kantonrechter tot herstel arbeidsovereenkomst onjuist, arbeidsovereenkomst eindigt alsnog onder toekenning transitievergoeding.

Feiten

Werknemer is op 7 april 2008 in dienst getreden bij werkgever, laatstelijk in de functie van schadebehandelaar tegen een salaris van € 1942,50 bruto per maand. Na verkrijging van toestemming van het UWV, heeft werkgever bij brief van 17 december 2015 de arbeidsovereenkomst opgezegd tegen 1 februari 2016 (bedrijfseconomische omstandigheden, vervallen arbeidsplaats). In eerste aanleg heeft werknemer herstel van de arbeidsovereenkomst verzocht. Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter werkgever veroordeeld om de arbeidsovereenkomst te herstellen met ingang van 1 februari 2016, kort en wel omdat de opzegging in strijd is met artikel 7:669 lid 3 aanhef en onderdeel a BW. Hiertegen komt werkgever op in hoger beroep.

Oordeel

Het hof oordeelt als volgt. Werkgever heeft onvoldoende bestreden naar voren gebracht dat het aantal schadegevallen (in 2013 938, in 2014 836 en in 2015 805) in 2015 ten opzichte van 2013 was teruggelopen met 14,2%. Werkgever heeft gewezen op de toegenomen efficiency op haar schadeafdeling, door gebruik van ‘Multiherstel’ vanaf 2015. De regie van het dossier en het herstel ligt daar in veel gevallen bij de hersteller, waardoor deze schades niet meer actief behoeven te worden behandeld door werkgever, doch alleen betaald. Werkgever heeft uiteengezet dat OVS betekent dat materiële schade in het verkeer tussen de aangesloten verzekeraars effectief en efficiënt wordt afgehandeld, doordat gebruik wordt gemaakt van gestandaardiseerde schadeoorzaken. Daardoor wordt aanzienlijk minder gediscussieerd over de toedracht van de schade en kan een dossier sneller worden afgewikkeld. Werkgever heeft beschreven dat de door verzekeraars ter beschikking gestelde ‘tool’ MS-PI werkgever in staat stelt schades te monitoren, waardoor klanten met onjuist opgegeven schades worden geselecteerd, aangeschreven en na geconstateerd misbruik worden geroyeerd, hetgeen ook een oorzaak is van vermindering van de in behandeling genomen schadezaken. Het hof komt hierop terug, maar stelt vast dat werknemer niet betwist dat ook hierin een oorzaak is gelegen van de terugloop in schadegevallen bij werkgever. Werknemer heeft met betrekking tot de besproken maatregelen telkens aangevoerd dat, kort gezegd, niet is aangetoond dat daarmee specifiek haar werkzaamheden en specifiek haar functie van 24 uur per week is komen te vervallen. Werknemer ziet er daarbij echter aan voorbij dat de verschillende veranderingen als geheel moeten worden bezien. Het valt te begrijpen dat werkgever het effect van die afzonderlijke veranderingen niet goed kan kwantificeren. Het hof acht niettemin overtuigend aangetoond dat het geheel van veranderingen tot een zodanige herschikking van werkzaamheden heeft geleid dat de arbeidsplaats van werknemer als vervallen moet worden beschouwd. Werkgever heeft gesteld dat haar financiële resultaten noopten tot het nemen van maatregelen. Mr. drs. E heeft in een in hoger beroep overgelegd stuk gerapporteerd dat werkgever over de genoemde jaren een verlies heeft geleden van enkele tienduizenden euro’s maar dat de liquiditeit en solvabiliteit op orde zijn. Het vorenstaande komt erop neer dat het hof het oordeel van de kantonrechter omtrent het al dan niet vervallen van de arbeidsplaats van werknemer onjuist acht. Partijen hebben in eerste aanleg voorts gedebatteerd over, kort gezegd, de volgorde van opzegging. Werknemer heeft echter onvoldoende gemotiveerd bestreden dat haar functie niet uitwisselbaar is met enige andere functie bij werkgever en in het bijzonder niet met die van D. De voorgaande overwegingen leiden tot de conclusie dat het primaire verzoek werkgever te veroordelen de arbeidsovereenkomst te herstellen moet worden afgewezen. Nu de opzegging niet in strijd is met artikel 7:669 lid 3 aanhef en onderdeel a BW is het subsidiaire verzoek tot toekenning van een billijke vergoeding in plaats van herstel dienstverband niet toewijsbaar. Het hof vernietigt de bestreden beschikking, opnieuw rechtdoende: bepaalt dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen eindigt op 10 januari 2017.