Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 23 oktober 2018
ECLI:NL:GHSHE:2018:4379
ID COM/Office Depot Europe B.V.
Feiten
ID Com verkocht producten aan ODE. Dit geschil draait om de vraag of ID Com een bedrag van € 300.000 aan ODE verschuldigd is als ‘sign on bonus’. Volgens ID Com zijn partijen overeengekomen dat de sign on bonus alleen verschuldigd zou zijn als zij in de periode van 1 juli 2010 tot 31 december 2011 door verkoop van producten aan ODE een brutomarge zou behalen van minimaal € 3,5 miljoen. ODE betwist dat een voorwaarde aan de verschuldigdheid van de sign-on bonus was verbonden. Voor zover al een voorwaarde is overeengekomen, zag die voorwaarde niet op een te behalen brutomarge, maar op een door ID Com te realiseren omzet over de genoemde periode. Het hof heeft ID Com een bewijsopdracht gegeven.
Oordeel
Het hof is van oordeel dat ID Com het opgedragen bewijs niet heeft geleverd. Weliswaar heeft zij bewezen dat een voorwaarde is overeengekomen, maar niet dat de voorwaarde zag op de te behalen brutomarge. Uit de e-mailcorrespondentie tussen partijen blijkt dat ID Com aanvankelijk bereid was de sign on bonus te betalen onder de voorwaarde dat haar omzet over de in 2010 en 2011 aan ODE te leveren producten meer dan € 17 miljoen zou zijn. X, voormalig werknemer van ODE, heeft daarop zeer duidelijk namens ODE laten weten dat dit voor ODE 'absolutely not interesting' was en dat sprake was van een 'pool' van € 15 miljoen tot € 16 miljoen voor de betreffende productgroep, waarbij sprake zou zijn van 'maximum 3 preferred suppliers'. Als onderdeel van een 'last and final offer' laat X weten 'The bonus is based on a contractually cooperation with you till December 31st 2011 with a minimum revenue of 3 Mio Euro'. Uiteindelijk schrijft X nog aan ID Com: 'Revenue commitment is from 1 July 2010 till 31 December 2011 = 3,5 Mio Euro.' In de schriftelijke overeenkomst, waarin de verschuldigdheid van de sign on bonus is vastgelegd (hierna: EPVA), wordt geen melding gemaakt van enige voorwaarde verbonden aan die verschuldigdheid. Hoewel geen voorwaarde is vermeld, verklaart zowel Y, statutair bestuurder ID COM, als X, en de bij de onderhandelingen betrokken voormalig werknemer van ODE, Z, als getuigen dat zij wél een voorwaarde zijn overeengekomen die was verbonden aan verschuldigdheid van de sign on bonus. Dat ligt ook in lijn met de aangehaalde e-mailcorrespondentie. Dat de voorwaarde niet in de overeenkomst is opgenomen, weegt daar niet tegenop. Op grond van de verklaringen en de correspondentie is het hof van oordeel dat ID Com in dit onderdeel van de bewijsopdracht is geslaagd. De vraag is echter wat die opschortende voorwaarde inhield. Volgens Y was het totale inkoopbudget van ODE € 38 miljoen tot € 40 miljoen, waarvan € 16 miljoen tot € 17 miljoen aan ID Com zou worden besteed. Volgens hem ging het steeds om de door ID Com te behalen marge en bedroeg deze € 3,5 miljoen. Geconfronteerd met de e-mail waarin X melding maakt van een 'pool' en het feit dat X de sign on bonus koppelde aan een 'minimum revenue' van € 3 miljoen (e-mail van 24 juni 2010), verklaarde Y dat 'revenue' voor hem brutomarge en niet bruto-omzet betekent. X heeft verklaard dat er een minimale inkoopomzet van € 3 miljoen of € 3,5 miljoen is afgesproken. De verklaringen van Y en X leggen onvoldoende gewicht in de schaal om op grond daarvan te oordelen dat een voorwaarde is overeengekomen die inhield dat een minimum 'revenue' in de zin van brutomarge zou worden behaald. Op grond van de getuigenverklaringen en de correspondentie komt het hof tot de conclusie dat partijen hebben afgesproken dat de sign on bonus verschuldigd is als ID Com in de relevante periode een 'revenue' van minimaal € 3,5 miljoen zou behalen. Niet alleen ODE maar ook ID Com geeft aan het woord 'revenue' de betekenis 'omzet'. Partijen hebben bovendien in een kortingsovereenkomst (in het kader van de EPVA) de term 'revenue' onmiskenbaar gebruikt in de zin van omzet en niet in de zin van (bruto)marge. Gelet op het voorgaande komt het hof tot de conclusie dat de wil van ID Com was gericht op het sluiten van een overeenkomst waarbij als voorwaarde gold dat een omzet van € 3,5 miljoen zou worden behaald. Naar het oordeel van hof mocht ODE er gelet op de betekenis van het Engelse woord 'revenue', de inhoud van de gewisselde correspondentie en de positie van partijen op vertrouwen dat ID Com, door akkoord te gaan met een 'revenue' van € 3,5 miljoen euro als voorwaarde voor verschuldigdheid van de bonus, instemde met die omzet als voorwaarde. Dat die voorwaarde is vervuld, staat niet ter discussie.