Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 1 september 2020
ECLI:NL:GHAMS:2020:2391
Feiten
Na een eerder dienstverband tussen partijen is werknemer per 23 juli 2010 opnieuw in dienst getreden van Gourmet B.V., in de functie van Commercieel Manager AGF tegen een salaris van laatstelijk € 6.500 bruto per vier weken. In de schriftelijke arbeidsovereenkomst tussen partijen van juli 2010 zijn een geheimhoudingsbeding, een relatiebeding en een boetebeding opgenomen. Gourmet heeft onder meer gevorderd dat werknemer zou worden veroordeeld tot betaling aan Gourmet van bedragen van € 52.000 en € 65.000 aan verbeurde boetes wegens schending van respectievelijk het geheimhoudingsbeding en het relatiebeding. De rechtbank heeft de vordering toegewezen. Werknemer is hiervan in hoger beroep gekomen.
Oordeel
Rode draad in de concrete bezwaren van werknemer is zijn stelling dat de bewuste e-mails geen bedrijfsgevoelige informatie bevatten en dat hij daarom door het versturen ervan het geheimhoudingsbeding niet heeft geschonden. Werknemer ziet daarbij evenwel over het hoofd dat hij geen grief heeft gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat werknemer op grond van dat beding verplicht is tot volledige geheimhouding van al hetgeen hem ter kennis is gekomen in het kader van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst, zowel ten aanzien van de werkzaamheden, de organisatie, de klanten en/of relaties van Gourmet, als ten aanzien van onder andere de activiteiten, de marktpositie en de bedrijfspolitiek van Gourmet. Werknemer betoogt dat de rechtbank met haar oordeel dat werknemer door het versturen van zes whatsapp-berichten het geheimhoudingsbeding heeft geschonden, ontoelaatbaar is teruggekomen van een in het tussenvonnis gegeven bindende eindbeslissing. Het hof verwerpt dit betoog. Wat de rechtbank ter zake in het tussenvonnis heeft overwogen, heeft uitsluitend betrekking op de door Gourmet in het incident ingestelde vordering op grond van artikel 843a Rv en niet op de (al dan niet) verschuldigdheid van de door Gourmet (in de hoofdzaak) te dezen gevorderde boetes. De (subsidiaire) stelling van werknemer dat de zes door hem aan Aldi Nord verstuurde whatsapp-berichten respectievelijk de twee door hem aan BVL gestuurde e-mails gezamenlijk telkens als één overtreding moeten worden gekwalificeerd omdat het slechts om het onderhouden van contact met één partij gaat, wijst het hof van de hand. Werknemer heeft immers op zes onderscheidenlijk twee verschillende momenten (de whatsapp-berichten zelfs op zes verschillende data), door evenzoveel berichten met een verschillende inhoud, het geheimhoudingsbeding en/of relatiebeding geschonden door een hem op grond van de arbeidsovereenkomst met Gourmet niet toegestaan bericht te verzenden. Dat al deze berichten naar dezelfde partijen, Aldi Nord en BVL, zijn gegaan, doet daaraan niet af. Grief 5 is gericht tegen de beslissing van de rechtbank de boetes van in totaal € 117.000 niet te matigen, alsmede tegen de gronden waarop die beslissing berust. De grief is in zoverre gegrond dat de rechtbank ten onrechte de in artikel 6:94 lid 1 BW neergelegde maatstaf heeft gehanteerd, terwijl te dezen artikel 7:650 lid 6 BW, dat een zelfstandig, minder zwaar criterium bevat, dient te worden toegepast. Om te kunnen matigen is derhalve voldoende dat de opgelegde boete de rechter bovenmatig voorkomt. Het voorgaande kan werknemer echter niet baten omdat de onderhavige boete het hof niet bovenmatig voorkomt. Allereerst acht het hof de door werknemer begane overtredingen zeer ernstig en in hoge mate verwijtbaar, mede in aanmerking genomen dat hij zich van de ontoelaatbaarheid van zijn handelen bewust had moeten zijn. Verder is voldoende aannemelijk dat Gourmet als gevolg van de handelwijze van werknemer schade heeft geleden. Hierbij dient bovendien nog te worden bedacht dat werknemer geen inzicht heeft gegeven in wat de schendingen van het geheimhoudingsbeding en/of het relatiebeding hem financieel hebben opgeleverd. Ook de mogelijke omstandigheid dat Gourmet gebruik heeft gemaakt van onrechtmatig verkregen bewijs (het hof heeft dit evenals de rechtbank in het midden gelaten) leidt er niet toe dat het hof, alle omstandigheden overziend, de bij het eindvonnis toegewezen boetes bovenmatig acht. De grief heeft daarom (uiteindelijk) geen succes. Omdat alle grieven falen, zullen bij het te wijzen eindarrest de bestreden vonnissen worden bekrachtigd.