Rechtspraak
Achmea/Akveld
Werkneemster is in dienst van Achmea. Zij viel sinds 1 januari 2006 onder het Pensioenreglement Achmea I/Stichting Pensioenfonds Interpolis (SPI) 2006A. In dit reglement is als pensioendatum 65 jaar opgenomen. In verband met een reorganisatie is haar functie komen te vervallen per september 2008. In het sociaal plan (2006-2008) is bepaald dat voor werknemers die ten tijde van de informatieverstrekking (boventalligheid) 57,5 jaar of ouder zijn een afwijkende regeling geldt. Zij hebben de keuze de arbeidsovereenkomst te beëindigen onder toekenning van een vergoeding, dan wel te continueren tot de pensioenrichtinggevende leeftijd zoals opgenomen in het toepasselijke pensioenreglement. Gedurende deze periode ontvangt een werknemer 75% van het laatstverdiende loon en wordt de pensioenopbouw 100% vergoed. Werkneemster heeft voor deze laatste variant gekozen. Partijen hebben daartoe op 22 juni 2009 een overeenkomst getekend. Op 10 juni 2010 bericht Achmea werkneemster dat zij ten onrechte de inhoud van het sociaal plan 2006-2008 hebben toegepast en in het nieuwe sociaal plan is bepaald dat de pensioengerechtigde leeftijd 62 jaar (in plaats van 65 jaar) is.
Het hof oordeelt als volgt. De brief van 22 juni 2009 kan niet anders worden opgevat dan een aanbod van Achmea werkneemster tot aan haar 65e levensjaar in dienst te houden tegen daarvoor gestelde voorwaarden. Het inmiddels gewijzigde sociaal plan doet daar niets aan af. De vraag die thans echter ter beantwoording voorligt, is of Achmea in de gegeven omstandigheden in juni 2010 een voorstel tot wijziging van de datum van beëindiging van de arbeidsovereenkomst met werkneemster – 1 juli 2013 in plaats van 1 november 2015 – mocht doen en of aanvaarding daarvan door werkneemster in redelijkheid kon worden gevergd. Volgens Achmea heeft zij aanleiding kunnen vinden tot het doen van dat voorstel in de volgende, volgens haar, gewijzigde omstandigheden: de invoering van de Wet van 24 februari 2005, Stb. 2005, 115 (Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling, kortweg ‘VPL’) en de implementatie daarvan in de pensioenreglementen van Achmea, de getroffen VPL-voorzieningen en ten slotte de constatering eind 2008 dat de verschoven pensioendatum in het pensioenreglement niet een-op-een is doorvertaald naar de gehanteerde pensioendatum ten behoeve van de 57,5-jarigenregeling in het sociaal plan. Naar het oordeel van het hof kan in dit geval reeds niet van ‘gewijzigde omstandigheden’ worden gesproken, zodat het beroep op deze wijzigingsmaatstaf faalt. Voorts is de pensioenschade dermate groot voor werkneemster dat het nog maar de vraag is of aanvaarding van dit voorstel in redelijkheid van werkneemster gevergd had mogen worden. Volgt bekrachtiging vonnis van de kantonrechter.