Rechtspraak
Rechtbank Gelderland (Locatie Nijmegen), 13 december 2013
ECLI:NL:RBGEL:2013:5791
RT/Raiffeisen Touristic Netherlands B.V./werknemer
Vervolg tussenvonnis (zie AR 2013-0876). In het tussenvonnis heeft de kantonrechter geoordeeld dat werknemer het geheimhoudingsbeding heeft geschonden. Voorts is geoordeeld dat werknemer niet veroordeeld kan worden tot betaling van de in artikel 15.3 van de arbeidsvoorwaarden bedongen boete, nu het beding op grond van artikel 7:651 BW nietig is. Omdat de nietigheid van het boetebeding niet ter sprake is gekomen tijdens de comparitie zijn partijen in de gelegenheid gesteld zich hierover bij akte uit te laten. RT stelt zich bij akte op het standpunt dat er geen sprake is van nietigheid van het boetebeding, nu zij op grond van artikel 15.3 een keuze kan maken tussen het opeisen van de boete dan wel het vorderen van een schadevergoeding.
De kantonrechter is van oordeel dat artikel 15.3 van de arbeidsvoorwaarden toch niet, de kantonrechter komt terug op het eerder gegeven voorlopig oordeel, als nietig moet worden aangemerkt. In artikel 15.3 is weliswaar bepaald dat een werknemer bij overtreding van artikel 15 een boete is verschuldigd en dat ook recht bestaat op volledige schadevergoeding, maar dat recht op volledige schadevergoeding bestaat slechts voor zover die schade meer bedraagt dan het boetebedrag. Dit betekent dat bij niet-nakoming van artikel 15 naast een boete niet tevens recht bestaat op schadevergoeding, maar dat die boete moet worden gezien als een gefixeerde schadevergoeding die dus ongeacht de werkelijke schade verschuldigd is. Tevens kan de boete worden gezien als een prikkel tot nakoming van artikel 15. Geoordeeld wordt dat hooguit over de periode tot 20 juli 2012 de contractuele boete van € 454 per dag verschuldigd is. Op grond van artikel 7:650 lid 6 BW wordt de boete gematigd tot € 2.500. Daarbij wordt meegewogen dat uit de omstandigheid dat RT de boete enerzijds vordert over de periode tot 8 januari 2013 en anderzijds geen vordering instelt met betrekking tot het verwijderen van gegevens uit het klantbestand (mailadressen) van werknemer, moet worden afgeleid dat de boete voor RT met name een gefixeerde schadevergoeding is. RT is in deze procedure niet in staat gebleken aannemelijk te maken dat zij enige schade heeft geleden. Tevens is van belang dat het salaris van werknemer slechts € 2.084 bruto per maand bedroeg zodat de gevorderde boete in geen enkele verhouding tot dat salaris staat (zie ook art. 7:650 lid 5 BW).