Naar boven ↑
Uitloggen
‹
startpagina
S. Wijna
Rechtspraak
SZR 2020-0019
Einddatum WW-uitkering onjuist: beroep op vertrouwensbeginsel verworpen
Het kon appellant redelijkerwijs duidelijk zijn dat het besluit van UWV een onjuiste einddatum van de WW-uitkering bevatte: het beroep van appellant op het vertrouwensbeginsel wordt verworpen.
Centrale Raad van Beroep
, 04-03-2020
Rechtspraak
SZR 2019-0054
Prepensioen dat voortvloeit uit dezelfde dienstbetrekking als waaruit de werkloosheid is ontstaan, moet in mindering worden gebracht op de WW-uitkering. Uitzonderingsbepalingen zijn niet van toepassing. Ook geen reden om prepensioen met factor C/D te vermenigvuldigen.
Centrale Raad van Beroep
, 14-11-2019
Rechtspraak
SZR 2019-0047
Appellante is niet beschikbaar voor het aanvaarden van arbeid. Niet relevant of appellante niet beschikbaar was door haar houding en gedrag of vanwege arbeidsongeschiktheid.
Centrale Raad van Beroep
, 23-10-2019
Rechtspraak
SZR 2019-0027
Overneming betalingsverplichting failliete werkgever. Billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever komt niet voor overneming in aanmerking. Vordering pas opeisbaar na einde dienstverband.
Centrale Raad van Beroep
, 01-08-2019
Rechtspraak
SZR 2019-0022
Door in te stemmen met beëindiging van het dienstverband is appellant verwijtbaar werkloos geworden. Geen sprake van een gedwongen ontslag.
Centrale Raad van Beroep
, 04-07-2019
Rechtspraak
SZR 2019-0020
Juiste toepassing van artikel 4:1, achtste lid, van het AIB, waarbij voor vakantiebijslag en EPS wordt uitgegaan van de per tijdvak opgebouwde bedragen, in plaats van de uitbetaalde bedragen.
Centrale Raad van Beroep
, 06-06-2019
Rechtspraak
SZR 2019-0004
Betrokkene pleegt benadelingshandeling door na ontslag op staande voet niet alle juridische mogelijkheden te benutten om recht op loon te behouden.
Centrale Raad van Beroep
, 11-01-2019