Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 4 april 2016
ECLI:NL:RBAMS:2016:1860
X c.s./Koninklijke Luchtvaart Maatschappij N.V. c.s.
Na de overname van alle aandelen Martinair door KLM in 2008 zijn ondersteunende diensten van de vrachtdivisies van beide luchtvaartmaatschappijen stap voor stap geïntegreerd. In 2014 was die integratie voltooid en is het betrokken (grond)personeel van Martinair door KLM overgenomen. Martinair heeft nu alleen nog piloten in dienst, die vrachtvluchten uitvoeren. Allereerst stellen de vrachtvliegers zich in de onderhavige procedure op het standpunt dat gelet op het integratieprogramma van KLM sprake is van overgang van onderneming en dat zij dientengevolge krachtens artikel 7:663 BW van rechtswege in dienst zijn van KLM. Als reden geven de vrachtvliegers dat KLM - als onderneming, niet als aandeelhouder - de feitelijke exploitatie van de vrachtactiviteiten van Martinair ter hand heeft genomen en dit gepaard is gegaan met identiteitsbehoud. Voor het geval geoordeeld wordt dat géén overgang van onderneming heeft plaatsgevonden, menen de vrachtvliegers dat KLM hen op grond van goed werkgeverschap en/of onrechtmatige daad, dan wel de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid een arbeidsovereenkomst moet aanbieden in lijn met hetgeen in het Ringvaartakkoord was bepaald. Redengevend voor de vordering jegens VNV, welke voor 90% uit KLM-vliegers bestaat, is dat zij er in het verleden blijk van heeft gegeven de belangen van de KLM-vliegers te vuur en te zwaard te verdedigen. De opzegging van het Ringvaartakkoord, waarvan de vrachtvliegers de dupe zijn geworden, is daar het beste voorbeeld van. VNV zal KLM onder druk zetten om veroordelingen niet na te komen. Vandaar ook dat de oplegging van een dwangsom wordt gevorderd. KLM betwist dat sprake is van een overgang van onderneming. Daarnaast wijst KLM erop dat zij niet de werkgever van de vrachtvliegers is geworden en dus ook niet uit hoofde van goed werkgeverschap aangesproken kan worden. Bovendien valt KLM niets te verwijten, want niet zij maar VNV heeft het Ringvaartakkoord opgezegd. VNV concludeert tot afwijzing van de vorderingen van de vrachtvliegers. De identiteit van het luchtvrachtbedrijf van Martinair, zoals dat bestond per 31 december 2008, is na diverse organisatieaanpassingen, niet behouden gebleven.
De kantonrechters oordelen als volgt. Onder verwijzing naar de eerdere vonnissen van de kantonrechter (zie AR 2014-0266 en AR 2015-0087), bevestigd door het hof (zie AR 2015-0672) wordt geoordeeld dat (ook) met betrekking tot de vrachtdivisie van Martinair gesproken kan worden van een economische eenheid. De vraag is echter of deze eenheid naar KLM is overgegaan. Met betrekking tot de vrachtdivisie van Martinair is geen sprake van overgang van onderneming (art. 7:662 e.v. BW). Naast de relevante overwegingen in de eerdergenoemde vonnissen, waarnaar kortheidshalve wordt verwezen, is voor dit oordeel redengevend dat Martinair nog steeds een zelfstandige vennootschap is, duidelijk zichtbaar als aparte entiteit (onder de naam Martinair Cargo) en met eigen vliegtuigen, waarop het Martinair Cargo-logo prijkt. Martinair neemt ook onder eigen naam deel aan het maatschappelijk en economisch verkeer. De vrachtvliegers hebben met Martinair een dienstverband, waaraan door Martinair ook daadwerkelijk invulling wordt gegeven. Er is van een overgang van de meest kenmerkende activiteiten van Martinair naar KLM voor wat betreft de vrachtdivisie dus juist geen sprake. Dat wel sprake is van een vergaande integratie van de ondersteunende diensten van KLM en Martinair maakt dat niet anders.
Bij de beoordeling van de subsidiaire vordering van de vrachtvliegers wordt allereerst overwogen dat onbetwist is gebleven dat de vrachtvliegers bekend waren met de bepaling in het Ringvaartakkoord, waarin de mogelijkheid van opzegging was opgenomen ingeval een procedure op grond van overgang van onderneming aanhangig werd gemaakt. En hoewel met de vrachtvliegers kan worden geoordeeld dat VNV op het eerste gezicht weinig reden had op 31 oktober 2014 om tot opzegging van het Ringvaartakkoord over te gaan (de eerder bedoelde vonnissen van de Kantonrechter Amsterdam waren toen al gewezen), had VNV ingevolge het Ringvaartakkoord het recht om het Ringvaartakkoord op te zeggen. Die opzegging zijdens VNV brengt vervolgens mee dat KLM de vrachtvliegers geen arbeidsovereenkomst meer hoefde aan te bieden. Integendeel, het is KLM bij vonnis van de voorzieningenrechter te Amsterdam van 27 december 2013 verboden (zie AR 2013-1037) de vrachtvliegers ‘integraal’ een arbeidsovereenkomst langs de lijnen van het Ringvaartakkoord aan te bieden. KLM heeft zich aan dat vonnis gehouden en dat kan haar niet kwalijk worden genomen. Daar stuit de subsidiaire vordering van de vrachtvliegers op af. Wel wordt overwogen dat KLM en VNV zich tot het uiterste dienen in te spannen om gedwongen ontslagen bij Martinair te voorkomen. Immers, de vrachtvliegers hebben vertrouwd op het Ringvaartakkoord en het door KLM uitgedragen begrip ‘keeping the family together’. Zij hebben hun handelen daarop afgestemd. Het past KLM als 100% aandeelhouder, maar als ook ultieme moedervennootschap, niet om 263 nieuwe vliegers in dienst te nemen terwijl elders in haar concern piloten werkloos dreigen te raken. Niets redelijks staat aan zo’n herplaatsing in de weg en VNV zal dat dienen te gedogen. Dat de vrachtvliegers deze aan derden vergeven functies niet zouden kunnen vervullen, komt niet erg geloofwaardig voor. Volgt afwijzing van de vorderingen.