Naar boven ↑

Rechtspraak

X/PostNL Pakketten Benelux B.V.
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 11 juli 2016
ECLI:NL:RBAMS:2016:4521

X/PostNL Pakketten Benelux B.V.

Is pakketbezorger PostNL werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst?

Op 16 januari 2012 heeft X zijn eenmanszaak laten registreren bij de KvK. Met ingang van 22 januari 2013 hebben PostNL en X een vervoersovereenkomst voor onbepaalde tijd gesloten. De opzegtermijn van de vervoersovereenkomst betreft één maand. Daarvoor was X werkzaam in opdracht van een onderneming die op basis van een vervoersovereenkomst voor PostNL werkte. Op enig moment heeft PostNL X aangeboden bij haar in dienst te treden. Bij brief van 25 oktober 2015 heeft X dit aanbod geweigerd. Op 18 maart 2016 heeft PostNL de overeenkomst met X opgezegd wegens vermeend onjuist scangedrag. Thans verzoekt X een verklaring voor recht dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. Daarnaast verzoekt X de opzegging te vernietigen. Aan deze verzoeken legt X het volgende ten grondslag. De vervoersovereenkomst moet feitelijk worden gekwalificeerd als een arbeidsovereenkomst en derhalve is de opzegging ongegrond. PostNL voert gemotiveerd verweer.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Uit de schriftelijke vervoersovereenkomst blijkt dat het de bedoeling van partijen was om een overeenkomst van opdracht aan te gaan, geen arbeidsovereenkomst. Verder heeft X ter zitting aangegeven dat hij zijn eenmanszaak een klein jaar eerder dan het sluiten van de overeenkomst tussen X en PostNL heeft opgericht, om via tussenkomst van een andere subcontractor van PostNL te kunnen rijden. Er mag daarom van worden uitgegaan dat X zijn onderneming niet ten behoeve van de vervoersovereenkomst tussen partijen heeft opgericht en dat hij kennelijk op enig moment – na bekend te zijn geraakt met de praktijk van PostNL – er bewust voor heeft gekozen direct met PostNL zaken te doen. Daarnaast heeft X voor zijn onderneming een bus aangeschaft en droeg hij daarmee enig ondernemersrisico en bezat hij enig ondernemingskapitaal. Bovendien heeft X een VAR-verklaring overgelegd. Verder is X altijd beloond op grond van resultaat en heeft daarvoor facturen ontvangen. Voorts blijkt uit de overeenkomst dat X niet gehouden was om zelf de werkzaamheden te verrichten en dat hij zich mocht laten vervangen, hetgeen hij feitelijk ook meermalen heeft gedaan. Dit is essentieel anders dan hij een arbeidsovereenkomst. Ten slotte heeft X ter zitting verklaard dat hij zelf mensen ter vervanging heeft moeten zoeken, deze zelf heeft opgeleid en zelf heeft betaald en dat deze vervangers niet (altijd) een testje bij PostNL moesten doen. Ook dit alles wijst op zelfstandigheid van X. Zoals ook in andere uitspraken tussen PostNL en subcontractors is overwogen, staat daartegenover dat PostNL specifieke instructies aan de subcontractors gaf, gelijk aan werknemers. Zo gaf PostNL aan welke kleding en welk schoeisel gedragen moest worden, dat en hoe een scanner gedragen moest worden, welke afmetingen de bus diende te hebben, op welke tijden werd bezorgd, mocht X zich niet structureel laten vervangen en werden enige tijd straatcontroles uitgevoerd. Hiermee werd de ondernemersvrijheid van X ingeperkt. De kantonrechter is evenwel van oordeel dat de inperking van de ondernemersvrijheid niet zodanig is dat de overeenkomst als een arbeidsovereenkomst kan worden gekwalificeerd. Voor zover de inperking van de ondernemingsvrijheid op enig moment zodanig zou zijn geweest dat aan het bestaan van een arbeidsovereenkomst zou kunnen worden getwijfeld, is die twijfel opgeheven doordat X in 2015 het aanbod tot het aangaan van een arbeidsovereenkomst heeft geweigerd. Daarmee heeft X immers duidelijk uitdrukking gegeven aan zijn wens als zelfstandige werkzaam te zijn. Dat X dit aanbod niet kon aannemen – en dus geen vrije keuze had – vanwege de grote financiële gevolgen, heeft hij onvoldoende onderbouwd. Dit betekent dat alle verzoeken van X zullen worden afgewezen.