Naar boven ↑

Rechtspraak

(erfgename van) werknemer/werkgeefster
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 7 juli 2015
ECLI:NL:GHSHE:2015:2504

(erfgename van) werknemer/werkgeefster

Tussenarrest. Is werkgever (proportioneel) aansprakelijk voor nierbekkenkanker werknemer? Partijen krijgen gelegenheid zich uit te laten over het aantal en de persoon van de te benoemen deskundige(n). Voorts kunnen zij suggesties doen over de aan de deskundige(n) te stellen vragen.

(Na verwijzing in cassatie, zie AR 2013-0454.) Werknemer is in 1976 in dienst getreden bij werkgeefster als (onderhouds)schilder. Voordien heeft hij gewerkt als vrachtwagenchauffeur en (vanaf 1968) als schilder bij twee andere bedrijven. Met ingang van 25 april 2000 is hij arbeidsongeschikt geraakt voor zijn werk bij werkgeefster. Bij werknemer is begin 2000 een kwaadaardige tumor ontdekt in het nierbekken (urotheelcelcarcinoom). Ongeveer gelijktijdig werd een verdachte afwijking op de linkerlong gezien. Er werd een kwaadaardige tumor in de longen aangetroffen. Werknemer heeft in 2000 werkgeefster aansprakelijk gesteld voor de door hem ten gevolge van zijn ziekte geleden en nog te lijden schade. In 2001 is werknemer aan kanker(uitzaaiingen) overleden. In geschil is of werkgeefster aansprakelijk is op grond van artikel 7:658 BW. Volgens de erven van werknemer heeft werkgeefster nagelaten te voorkomen dat werknemer met – kort gezegd – kankerverwekkende producten werkte en heeft zij verzuimd te zorgen voor adequate bescherming van werknemer. In eerste aanleg zijn de vorderingen afgewezen. In hoger beroep zijn deze toegewezen. In cassatie is het arrest van het Hof Arnhem vernietigd en is het geding verwezen naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Oordeel

Blootstelling

Het hof stelt vast dat de (partij)deskundigen uiteenlopende oordelen geven over de grootte van de kans dat de gezondheidsklachten van werknemer kunnen zijn veroorzaakt door de blootstelling aan gevaarlijke stoffen. De grootte van deze kans is wel van belang, zodat het hof deze nader zal onderzoeken. Daarbij verdient bijzondere aandacht het verband tussen de gezondheidsschade en de arbeidsomstandigheden, nu de Hoge Raad heeft geoordeeld dat voor het vermoeden dat de gezondheidsschade van de werknemer is veroorzaakt door de omstandigheden waarin deze zijn werkzaamheden heeft verricht, geen plaats is ingeval dit verband te onzeker of te onbepaald is.

Zorgplicht

Het hof heeft behoefte aan deskundige voorlichting over de in de periode dat werknemer werkzaam was bij werkgeefster – 1976 tot 2000 – geldende maatstaven ten aanzien van de maatregelen die werkgeefster diende te treffen en instructies die zij diende te geven in verband met de gevaren verbonden aan de blootstelling van werknemer aan gevaarlijke stoffen (niet alleen met het oog op het gevaar van het ontstaan van kanker). Voorts wenst het hof een deskundig oordeel over de door werkgeefster betrokken stellingen dat (1) werknemer enkel werkte met verfproducten van gerenommeerde leveranciers, welke producten volstrekt alledaags waren en hooguit in beperkte mate stoffen bevatten die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid, (2) de mate waarin die stoffen in de verfproducten waren verwerkt en de wijze waarop die producten door huis- en onderhoudsschilders als werknemer werden gebruikt, geen destijds kenbare risico's voor de gezondheid meebrachten, althans destijds geen aanleiding behoefden te zijn tot het nemen van verstrekkende maatregelen, (3) werknemer gedurende zijn dienstverband met werkgeefster slechts in zeer geringe mate is blootgesteld aan oplosmiddelen en die blootstelling ruimschoots beneden de toen geldende maximale concentraties (de zogenoemde MAC-waarden) bleef.

Aan te stellen deskundige(n)

Het hof stelt partijen in de gelegenheid zich (tegelijkertijd) bij akte uit te laten over het aantal en – bij voorkeur eensluidend – de persoon van de te benoemen deskundige(n). Voorts kunnen zij suggesties doen over de aan de deskundige(n) te stellen vragen. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.