Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 17 november 2015
ECLI:NL:GHSHE:2015:4573
(erfgename van) werknemer/werkgeefster
Feiten
(Na verwijzing in cassatie, zie AR 2013-0454.) Werknemer is in 1976 in dienst getreden bij werkgeefster als (onderhouds)schilder. Voordien heeft hij gewerkt als vrachtwagenchauffeur en (vanaf 1968) als schilder bij twee andere bedrijven. Met ingang van 25 april 2000 is hij arbeidsongeschikt geraakt voor zijn werk bij werkgeefster. Bij werknemer is begin 2000 een kwaadaardige tumor ontdekt in het nierbekken (urotheelcelcarcinoom). Ongeveer gelijktijdig werd een verdachte afwijking op de linkerlong gezien. Er werd een kwaadaardige tumor in de longen aangetroffen. Werknemer heeft in 2000 werkgeefster aansprakelijk gesteld voor de door hem ten gevolge van zijn ziekte geleden en nog te lijden schade. In 2001 is werknemer aan kanker(uitzaaiingen) overleden. In geschil is of werkgeefster aansprakelijk is op grond van artikel 7:658 BW. Volgens de erven van werknemer heeft werkgeefster nagelaten te voorkomen dat werknemer met – kort gezegd – kankerverwekkende producten werkte en heeft zij verzuimd te zorgen voor adequate bescherming van werknemer. In eerste aanleg zijn de vorderingen afgewezen. In hoger beroep zijn deze toegewezen. In cassatie is het arrest van het Hof Arnhem vernietigd en is het geding verwezen naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Bij tussenarrest van 7 juli 2015 heeft het hof partijen in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over het aantal en – bij voorkeur eensluidend – de persoon van de te benoemen deskundige(n) en suggesties te doen over aan de deskundige(n) te stellen vragen ten aanzien van de blootstelling aan stoffen en de zorgplicht.
Oordeel
Blootstelling aan stoffen
Ten aanzien van de blootstelling hebben partijen zich niet eensluidend over de persoon van de te benoemen deskundige(n) uitgelaten. Het hof heeft prof. dr. Gert van der Laan, klinisch arbeidsgeneeskundige, bereid en in staat gevonden om het onderzoek te verrichten. Prof. dr. Van der Laan heeft in e-mailcorrespondentie met het hof aangegeven dat hij de onderhavige casus zijdelings kent omdat hij samen met een eerder bij de zaak betrokken deskundige bij het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten heeft gewerkt, maar dat dit niet aan een onafhankelijk oordeel van zijn kant in de weg staat. Het hof is dat voorshands met hem eens en ziet thans geen bezwaar om prof. dr. Van der Laan als deskundige te benoemen. Het hof zal partijen echter wel nog in de gelegenheid stellen om zich hierover bij akte uit te laten. Ook kunnen partijen zich daarbij desgewenst (nader) uitlaten over de aan deze deskundige te stellen vragen.
Zorgplicht
Het hof heeft twee oud-inspecteurs van de Arbeidsinspectie benaderd om als deskundige op te treden in de zaak. Beide inspecteurs hebben echter bedankt voor de taak. Gelet hierop ziet het hof aanleiding om zich door partijen bij akte te laten informeren over de vraag of er meer of andere mogelijkheden zijn om een geschikte deskundige te vinden ten aanzien van de zorgplicht. In afwachting van de aktewisseling houdt het hof iedere verdere beslissing aan.