Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 17 januari 2017
ECLI:NL:GHSHE:2017:108
(erfgename van) werknemer/werkgeefster
Feiten
(Na verwijzing in cassatie, zie AR 2013-0454.) Werknemer is in 1976 in dienst getreden bij werkgeefster als (onderhouds)schilder. Voordien heeft hij gewerkt als vrachtwagenchauffeur en (vanaf 1968) als schilder bij twee andere bedrijven. Met ingang van 25 april 2000 is hij arbeidsongeschikt geraakt voor zijn werk bij werkgeefster. Bij werknemer is begin 2000 een kwaadaardige tumor ontdekt in het nierbekken (urotheelcelcarcinoom). Ongeveer gelijktijdig werd een verdachte afwijking op de linkerlong gezien. Er werd een kwaadaardige tumor in de longen aangetroffen. Werknemer heeft in 2000 werkgeefster aansprakelijk gesteld voor de door hem ten gevolge van zijn ziekte geleden en nog te lijden schade. In 2001 is werknemer aan kanker(uitzaaiingen) overleden. In geschil is of werkgeefster aansprakelijk is op grond van artikel 7:658 BW. Volgens de erven van werknemer heeft werkgeefster nagelaten te voorkomen dat werknemer met – kort gezegd – kankerverwekkende producten werkte en heeft zij verzuimd te zorgen voor adequate bescherming van werknemer. In eerste aanleg zijn de vorderingen afgewezen. In hoger beroep zijn deze toegewezen. In cassatie is het arrest van het Hof Arnhem vernietigd en is het geding verwezen naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Prof. Van der Laan heeft ten aanzien van de blootstelling aan gevaarlijke stoffen een deskundigenbericht uitgebracht.
Oordeel
Blootstelling
Het hof heeft kennis genomen van het deskundigenbericht en het aanvullend deskundigenbericht van prof. Van der Laan. Prof. Van der Laan concludeert dat de kans dat de kanker bij werknemer door zijn werk als schilder is veroorzaakt tussen de 14,7 en 32,3 procent bedraagt. Partijen zijn het niet eens over hoe het hof het deskundigenbericht van prof. Van der Laan dient uit te leggen en ook plaatsen zij kanttekeningen bij het onderzoek, waarbij zij zich mede baseren op de rapporten van hun partijendeskundigen. Gelet op het voorgaande is het hof voornemens om, nadat ir. Boeckhout zijn onderzoek heeft verricht, een comparitie van partijen te houden teneinde prof. Van der Laan een nadere mondelinge toelichting te vragen. In het bijzonder heeft de comparitie tot doel prof. Van der Laan nadere vragen te stellen over de bepaaldheid en zekerheid van de grootte van de door hem bepaalde kans dat de gezondheidsklachten van werknemer kunnen zijn veroorzaakt door de blootstelling aan gevaarlijke stoffen bij werkgeefster.
Zorgplicht
In lijn met hetgeen is overwogen in het tussenarrest van 7 juli 2015 draagt het hof ir. Boeckhout op om onderzoek te doen naar de in de periode dat werknemer werkzaam was bij werkgeefster – 1976 tot 2000 – geldende maatstaven ten aanzien van de maatregelen die werkgeefster diende te treffen en instructies die zij diende te geven in verband met de gevaren verbonden aan de blootstelling van werknemer aan gevaarlijke stoffen (niet alleen met het oog op het gevaar van het ontstaan van kanker).