Naar boven ↑

Update

Nummer 38, 2023
Uitspraken van 14-09-2023 tot 20-09-2023
Redactie: prof. mr. dr. A.R. Houweling, mr. L. Kirkpatrick, mr. M. Assenberg van Eijsden, mr. E.L. Eijkelenboom, mr. S.C. Goedhart, mr. C.P. Kuijer, mr. D. Ottevanger, mr. drs. T.J. Post, I.J. Schipper, mr. S.A. Slootweg, mr. S. van der Slot, mr. V. Twilt en mr. S. Wiersma-Helal.

Geachte confrères, collegae, amici en amicae,

Bijgaand treft u weer een nieuwe VAAN AR Update aan. Klik hier om de pdf vanaf de website te downloaden.

Rechtspraak
Graag wijzen wij u op de volgende uitspraken.

HvJ EU: benadeelde partij heeft niet alleen recht op gelijke behandeling (met terugwerkende kracht), maar ook recht op een adequate financiële vergoeding van gerechts- en advocaatkosten
In AR 2023-1130 oordeelt het Hof van Justitie EU over de vraag of met terugwerkende kracht een pensioentoeslag aan alleenstaande vaders toekennen (in plaats van alleen aan alleenstaande moeders) volstaat of dat ook een additionele vergoeding van (werkelijke) gerechts- en advocaatkosten moet worden betaald. Volgens het Hof dient een rechter niet alleen de nationale uitkeringsautoriteit ‘te gelasten de toeslag met terugwerkende kracht toe te kennen’, maar ook om betrokkene een schadevergoeding toe te kennen die de als gevolg van de discriminatie daadwerkelijk geleden schade volledig kan vergoeden, overeenkomstig de toepasselijke nationale regels, met inbegrip van de gerechtskosten en advocatenhonoraria in verband met zijn rechtsvordering, in het geval waarin het afwijzingsbesluit is vastgesteld in overeenstemming met een bestuurspraktijk die erin bestaat die regeling ondanks dat arrest te blijven toepassen, waardoor de betrokkene gedwongen wordt om zijn recht op die toeslag in rechte geldend te maken.

WAS: opdrachtgever van werkgever wordt veroordeeld loon te betalen op grond van artikel 7:616a BW alsmede een loonstrook af te geven op grond van artikel 7:626 BW
In AR 2023-1117 oordeelt het hof dat de opdrachtgever aansprakelijk is op grond van de Wet aanpak schijnconstructies (art. 7:616a BW). Het hof zag zich ambtshalve voor de vraag gesteld of de verplichting zoals neergelegd in artikel 7:626 BW (het verstrekken van loonstroken) ook gericht is op de opdrachtgever van de werkgever als bedoeld in artikel 7:616a BW. In artikel 7:626 BW wordt uitsluitend melding gemaakt van de ‘werkgever’ op wie deze verplichting rust. Bij invoering van de artikelen 7:616a e.v. BW is artikel 7:626 BW aangepast. Het doel van het verstrekken van een loonstrook is volgens de memorie van toelichting het informeren van de werknemer over diens loon, de samenstelling daarvan en de inhoudingen daarop. Artikel 7:616b lid 1 BW houdt in dat, in geval van niet betalen door de werkgever, de opdrachtgever van die werkgever tegenover de werknemer aansprakelijk is voor deze loonbetaling. Bij gebreke van enige aanwijzing die op het tegendeel wijst, ligt naar het voorlopig oordeel van het hof dan voor de hand dat de werknemer die van de opdrachtgever zijn loon verkrijgt, tegenover die opdrachtgever recht heeft op een specificatie van de betaling en de eventuele inhoudingen daarop.

Stiekem klassenuitje naar Efteling leidt tot ontslag op staande voet leerkracht speciaal onderwijs
In AR 2023-1111 oordeelt de kantonrechter dat het ontslag op staande voet van een leerkracht speciaal basisonderwijs rechtsgeldig is verleend. Werkneemster was met haar klas met kinderen ‘stiekem’ naar de Efteling gegaan, terwijl zij volgens eigen zeggen naar Space Expo te Noordwijk ging. Werkneemster had geen toestemming om met de klas naar de Efteling te gaan en heeft dat toch gedaan. De school heeft voldoende duidelijk gemaakt dat de begeleiding daarvoor onvoldoende was. Werkneemster heeft een onaanvaardbaar risico genomen, hetgeen tot zeer ernstige gevolgen had kunnen leiden. Door het onprofessionele en eigenmachtige optreden van werkneemster wisten de school en de ouders van de (kwetsbare) kinderen niet waar zij zich een groot deel van de dag hebben bevonden. Dat is onacceptabel. Dat het ‘goed is afgelopen’ maakt dat niet anders

Ontslag op staande voet wegens ernstig verwijtbaar gedrag bestaande uit het niet bezorgen van poststukken (waaronder stempassen)
In AR 2023-1125 oordeelt de kantonrechter dat het zonder melding en verklaring niet bezorgen van poststukken door een bezorger een ontslag op staande voet rechtvaardigt. Bovendien is sprake van ernstig verwijtbaar handelen, omdat werknemer hiermee de prestatieafspraak met de Rijksoverheid in gevaar heeft gebracht (95% bezorging binnen één dag) en in de desbetreffende (niet bezorgde) posttassen stempassen zaten.

Artikel 9a Waadi is niet beperkt tot arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. Studiekostenbeding ten behoeve van 20 rijlessen valt niet onder artikel 7:611a BW
In AR 2023-1103 oordeelt de kantonrechter dat de strekking van de Uitzendrichtlijn is dat het belemmeringsverbod voor alle uitzendkrachten dient te gelden. Nu noch in de parlementaire geschiedenis van de (wijziging in 2012 van de) Waadi, noch in de tekst zelf van artikel 9a lid 2 Waadi wordt vermeld dat het belemmeringsverbod niet geldt voor uitzendkrachten met een overeenkomst voor onbepaalde tijd, brengt een richtlijnconforme uitleg van artikel 9a lid 2 Waadi mee dat het belemmeringsverbod ook voor laatstbedoelde werknemers geldt. In dezelfde uitspraak werd de vraag opgeworpen of ‘rijlessen’ onder het bereik van artikel 7:611a BW vielen. Dit is niet het geval volgens de kantonrechter.

Vragen of opmerkingen
Indien u problemen ondervindt met inloggen, kunt u contact opnemen met het secretariaat van de VAAN via het telefoonnummer 0343-430600 of via het e-mailadres secretariaat@vaan-arbeidsrecht.nl. Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar ar-updates@budh.nl.

Rest ons nog u een bijzonder fijne dag toe te wensen.

Hof van Justitie van de Europese Unie

Hof

Rechtbank