Naar boven ↑

Update

Nummer 26, 2024
Uitspraken van 20-06-2024 tot 26-06-2024
Redactie: prof. mr. dr. A.R. Houweling, mr. L. Kirkpatrick, mr. M. Assenberg van Eijsden, mr. E.L. Eijkelenboom, mr. S.C. Goedhart, mr. C.P. Kuijer, mr. D. Ottevanger, mr. drs. T.J. Post, I.J. Schipper, mr. S.A. Slootweg, mr. S. van der Slot, mr. V. Twilt en mr. S. Wiersma-Helal.

Geachte confrères, collegae, amici en amicae,

Bijgaand treft u weer een nieuwe VAAN AR Update aan. Klik hier om de pdf vanaf de website te downloaden.

Rechtspraak
Graag wijzen wij u op de volgende uitspraken.

Rb.: overgang van onderneming een schijnconstructie om onder pensioenverplichtingen uit te komen
In AR 2024-0801 oordeelt de rechtbank over de vraag of sprake is van misbruik van recht bij een (georganiseerde) overgang van onderneming naar een nieuwe entiteit binnen het concern. Volgens de bonden heeft de verkrijger daags voor de overgang een aantal werknemers in dienst genomen en hun een beschikbare premieregeling aangeboden. Bij de overgang van onderneming kon de verkrijger daarna deze regeling ‘toepassen’ op de overgekomen werknemers die een middelloonregeling genoten. De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van misbruik en dat artikel 7:664 lid 1 sub a BW toelaat dat werknemers qua pensioen erop achteruit kunnen gaan. Bovendien wordt onder verwijzing naar de Wet toekomst pensioenen opgemerkt dat de regeling bij de verkrijger niet als inferieur kwalificeert. Tot besluit volgt de rechtbank de bonden niet dat een pensioenregeling voorafgaand aan de overgang moet zijn aangeboden. De verkrijger komt een eenzijdig recht toe de eigen regeling ‘toe te passen’.

HvJ EU: schending ‘nachtwerkkeuring’ leidt niet automatisch tot schadevergoeding
In AR 2024-0802 staat de vraag centraal of schending van de regeling gratis medische keuring voor nachtwerkers (artikel 9 Arbeidstijdenrichtlijn) automatisch tot compensatie moet leiden of dat van een werknemer mag worden verlangd dat hij schade bewijst. Het Hof van Justitie EU oordeelde ten aanzien van schending van arbeidstijd dat de enkele overtreding van tijd tot gezondheidsschade leidt. Ten aanzien van medische keuringen voor nachtwerk is van dit automatisme geen sprake. Derhalve mogen lidstaten ‘bewijs’ verlangen dat daadwerkelijk schade is geleden.

HvJ EU:  derdelander-werknemers hebben geen afgeleid verblijfsrecht. 90 uit 180-dagen regel vormt geen ongerechtvaardigde beperking van artikel 56 en 57 VWEU
In AR 2024-0803 oordeelt het Hof van Justitie EU over de vraag of Nederland terecht verblijfvergunningen mag eisen van Oekraïense werkers die via Slovenië worden gedetacheerd aan een Nederlandse vennootschap om werkzaamheden in de haven te verrichten. Volgens het Hof komt aan derdelander-werknemers geen afgeleid verblijfsrecht toe, zodat in beginsel een (aanvullende) verblijfsvergunning is vereist. De beperking in tijd en de kosten (leges) voor hernieuwde aanvragen vormen geen ongerechtvaardigde belemmering van vrij verkeer van diensten.

Advocaat blijft gebonden aan relatiebeding: vrijheid van advocaatkeuze van de relatie onvoldoende in het geding om het beding terzijde te schuiven
In AR 2024-0797 oordeelt de kantonrechter dat het relatiebeding tussen advocaat en voormalig advocatenkantoor niet wordt geschorst, vanwege het belang van het advocatenkantoor een specifieke kantoorklant te behouden. Dat deze kantoorklant te kennen heeft gegeven op zoek te zijn naar een ander kantoor, doet niet af aan het belang het relatiebeding ten opzichte van werknemer te handhaven. Dat hiermee de vrije advocaatkeuze van de klant in geding zou zijn, acht de kantonrechter niet gegrond nu er nog genoeg alternatieven voor de klant zijn.

Hof: herplaatsingstoets (a-grond) bij payrollwerkgever heeft betrekking op de mogelijkheden bij de opdrachtgever van de payrollwerknemer en niet bij alle opdrachtgevers van het payrollbedrijf
In AR 2024-0791 oordeelt het hof onder meer over de a-grond bij een payrollbedrijf. Herplaatsing lag niet in de rede vanwege de verstoorde verhoudingen, maar bovendien kan het payrollbedrijf dit niet afdwingen bij de opdrachtgever. Anders dan werknemer meent, rust niet (ook) op de  payrollwerkgever de plicht om na te gaan of er bij andere aangesloten werkgevers vacatures zijn of op korte termijn vrijkomen. Ingevolge artikel 20 aanhef en onder a van de Ontslagregeling wordt de payrollwerknemer voor de toepassing van paragraaf 3 immers geacht in dienst te zijn bij de opdrachtgever van de feitelijke terbeschikkingstelling.

Vragen of opmerkingen
Indien u problemen ondervindt met inloggen, kunt u contact opnemen met het secretariaat van de VAAN via het e-mailadres secretariaat@vaan-arbeidsrecht.nl. Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar juridisch@boom.nl.

Rest ons nog u een bijzonder fijne dag toe te wensen.

Hof van Justitie van de Europese Unie

Hof

Rechtbank