Naar boven ↑

Update

Nummer 6, 2023
Uitspraken van 01-02-2023 tot 08-02-2023
Redactie: prof. mr. dr. A.R. Houweling, mr. L. Kirkpatrick, mr. M. Assenberg van Eijsden, mr. E.L. Eijkelenboom, mr. S.C. Goedhart, mr. C.P. Kuijer, mr. D. Ottevanger, mr. drs. T.J. Post, I.J. Schipper, mr. S.A. Slootweg, mr. S. van der Slot, mr. V. Twilt en mr. S. Wiersma-Helal.

Geachte confrères, collegae, amici en amicae,

Bijgaand treft u weer een nieuwe VAAN AR Update aan. Klik hier om de pdf vanaf de website te downloaden.

AR-annotatie Imke Lintsen: Behoud van anciënniteit bij overgang van onderneming: biedt de Hoge Raad nieuwe inzichten?
Graag wijzen wij u op de AR-annotatie van Imke Lintsen bij het arrest van de Hoge Raad inzake Martinairvliegers/KLM (AR 2023-0125). In deze noot schetst Imke de (EU-)spelregels van anciënniteit en senioriteit bij overgang van onderneming. Zij analyseert het arrest van de Hoge Raad en problematiseert ‘rechten van financiële aard’: waarom opzegtermijnen wel en ontslagvolgorde niet? Ook bespreekt zij ‘opvolgend werkgeverschap’ en legt zij uit dat bij overgang van onderneming deze rechtsfiguur in beginsel niet (ook) opgaat. Klik hier om de annotatie te lezen.

Rechtspraak
Graag wijzen wij u op de volgende uitspraken.

HR (art. 81 RO): motivering begroting billijke vergoeding na onterecht ontslag op staande voet
In AR 2023-0184 wordt in cassatie geklaagd over de wijze waarop en de motivering van de begroting van de billijke vergoeding na een onterecht ontslag op staande voet. In de conclusie A-G (Van Peursem) worden de beschikkingen van de Hoge Raad (New Hairstyle I en II alsook Blue Circle) uitvoerig toegelicht en verduidelijkt dat rechters begrijpelijk moeten motiveren, maar dat dit niet betekent dat zij op alle argumenten van een werknemer tot in detail hoeven in te gaan. Een mooi juridisch-technische analyse van zowel de cassatieadvocaat als de A-G, waaruit weer een aantal kaders voor de billijkevergoedingsrechtspraak volgt.

Studiekostenbeding voor opleiding tot bedrijfsarts niet in strijd met artikel 7:611a lid 2 BW wegens uitzondering voor verkrijgen van beroepskwalificatie
In AR 2023-0162 treffen we de eerste ‘uitgezonderde beroepskwalificatie’ aan, te weten die van de opleiding tot bedrijfsarts. Uit de memorie van toelichting bij de implementatiewetgeving in kwestie (Kamerstukken II 2021/22, 35962, nr. 3, p. 10-11) volgt dat onder scholing in artikel 7:611a lid 2 BW niet wordt verstaan beroepsopleidingen of opleidingen die werknemers verplicht moeten volgen voor het verkrijgen, behouden of vernieuwen van een beroepskwalificatie als bedoeld in de Beroepskwalificatierichtlijn (Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties). Dit betreffen de zogenoemde gereglementeerde beroepen, die zijn vastgelegd in de bijlage bij de Regeling vaststelling lijst gereglementeerde beroepen. In die bijlage staat als gereglementeerd beroep ‘geneeskundig specialisten, vermeld in bijlage 5.1.3 van richtlijn 2005/36/EG’ vermeld en in bijlage 5.1.3 van Richtlijn 2005/36/EG staat in de kolom ‘arbeidsgeneeskunde’ de opleiding ‘Arbeid en gezondheid, bedrijfsgeneeskunde’ vermeld.

Verschil van inzicht over coronavaccinatiebeleid leidt tot g-grond. Ernstige verwijtbaarheid voor billijke vergoeding is spiegelbeeldig aan Toneelschool-zaak
In AR 2023-0175 staat de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werknemer in de functie van Director Corporate Safety, Health, Environment & Quality centraal, die het door de werkgever voorgestane beleid van zo veel mogelijk coronavaccinaties zelf niet kan/wil omarmen. In de uitspraak wordt de bekende ‘Toneelschoolzaak’ (full body massage-les) toegepast op de vraag of werknemer zijn aanspraak op een transitievergoeding verliest. Daarna wordt de inhoud van die beschikking, waarin de Hoge Raad spreekt van ‘terughoudendheid’, ‘uitzondering’, ‘uitzonderlijke gevallen’  en ‘evidentie’, gebruikt om te beoordelen of de hoge lat van ernstige verwijtbaarheid wordt behaald (nee). Dit wordt ook wel het ‘spiegelen van de Toneelzaak’  genoemd.

Ontslag op staande voet wegens ‘privéactiviteiten tijdens werk’ niet gerechtvaardigd. Naast billijke vergoeding ook vergoeding (deel) werkelijke kosten advocaat
In AR 2023-0164 oordeelt de kantonrechter over een ontslag op staande voet dat een goed werkgever zijn werknemers de ruimte moet geven om privéactiviteiten tijdens werktijd te verrichten, mits dit binnen de perken blijft. Dat is hier het geval (tijdens werktijd een woning bekijken). Indien werkgever een strikte(re) scheiding tussen privé en werk voorstond, had het op zijn weg gelegen om werknemer hiervan bij zijn indiensttreding op de hoogte te stellen en hem te laten weten wat de gevolgen kunnen zijn als hij zich daar niet aan zou houden.

Het is vaste jurisprudentie dat een verzoek of vordering tot vergoeding van de werkelijk gemaakte kosten van juridische bijstand alleen toewijsbaar is onder bijzondere omstandigheden. Van dergelijke omstandigheden is in dit geval sprake. Werkgever heeft naar het oordeel van de kantonrechter de norm van goed werkgeverschap ernstig geschonden (art. 7:611 BW). Hij heeft werknemer onterecht op staande voet ontslagen en heeft dit ontslag gehandhaafd terwijl hij wist of had kunnen weten dat het ontslag geen stand zou houden. Werkgever heeft bovendien niet geschroomd om werknemer in de processtukken in strijd met de waarheid te beschuldigen van het onbevoegd doen van biedingen met grote schade tot gevolg en het plegen van valsheid in geschrifte. De kantonrechter bepaalt het bedrag dat werkgever in redelijkheid voor zijn rekening moet nemen op € 10.000.

Vragen of opmerkingen
Indien u problemen ondervindt met inloggen, kunt u contact opnemen met het secretariaat van de VAAN via het telefoonnummer 0343-430600 of via het e-mailadres secretariaat@vaan-arbeidsrecht.nl. Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar ar-updates@budh.nl.

Rest ons nog u een bijzonder fijne dag toe te wensen.

Hoge Raad

Hof

Rechtbank