Naar boven ↑

Update

Nummer 38, 2024
Uitspraken van 12-09-2024 tot 18-09-2024
Redactie: prof. mr. dr. A.R. Houweling, mr. L. Kirkpatrick, mr. M. Assenberg van Eijsden, mr. E.L. Eijkelenboom, mr. S.C. Goedhart, mr. C.P. Kuijer, mr. D. Ottevanger, mr. drs. T.J. Post, I.J. Schipper, mr. S.A. Slootweg, mr. S. van der Slot, mr. V. Twilt en mr. S. Wiersma-Helal.

Geachte confrères, collegae, amici en amicae,

Bijgaand treft u weer een nieuwe VAAN AR Update aan. Klik hier om de pdf vanaf de website te downloaden.

Regeerprogramma kabinet-Schoof
Afgelopen vrijdag presenteerde het kabinet-Schoof de uitwerking van het hoofdlijnenakkoord ‘hoop, lef en trots’. Op verschillende plaatsen worden maatregelen op het terrein van het arbeidsrecht aangekondigd, zoals onder meer op p. 12: ‘We komen met een wetsvoorstel voor meer werkzekerheid voor flexwerkers met maatregelen om uitzendkrachten, oproepkrachten en tijdelijke werknemers beter te beschermen. En met een wetsvoorstel dat duidelijker maakt wanneer je werkt als werknemer of als zelfstandige. Zo weten zelfstandigen waar ze aan toe zijn. Om zelfstandigen beter te beschermen tegen verlies van inkomen in geval van langdurige arbeidsongeschiktheid en een gelijker speelveld tussen werkenden te bevorderen, komt er een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen. Ook gaat de Belastingdienst weer handhaven op de kwalificatie van de arbeidsrelatie voor de loonheffingen om schijnzelfstandigheid te bestrijden.’

Verder worden hervormingen van het sociaalverzekeringsstelsel genoemd als belangrijke speerpunten voor dit kabinet. Klik hier om het regeerprogramma te lezen.

Uit de gisteren gepubliceerde Miljoenennota blijkt dat de wetten ‘in de loop van 2025 worden gepubliceerd’ en dat ‘sprake [is] van een aannemelijk risico dat de HVP-deadline voor de publicatie van deze arbeidsmarkthervormingen in het eerste kwartaal van 2025 niet gehaald wordt.’ (zie begroting SZW, p. 23)

Rechtspraak
Graag wijzen wij u op de volgende uitspraken.

HR: Tien minuten die werknemer voor aanvang van zijn dienst aanwezig moet zijn, moeten worden aangemerkt als betaalde arbeidstijd
In AR 2024-1153 oordeelt de Hoge Raad (art. 81 RO) over de vraag of tien minuten voor aanvang van de callcenterwerkzaamheden inloggen leidt tot betaalde arbeidstijd. De kantonrechter en het hof beantwoordden deze vraag positief. De A-G (De Bock) schetst in haar conclusie het juridisch kader van arbeidstijd en verloonde arbeidstijd. Zij concludeert: ‘Hoewel de rechtspraak zeer casuïstisch is, valt daaruit wel op te maken dat rechters welwillend staan tegenover het aanmerken van voorbereidende werkzaamheden als (betaalde) arbeidstijd. Daarbij geldt wel dat sprake moet zijn van een daadwerkelijk voorschrift van de werkgever, en daadwerkelijke werkzaamheden. Het is aan de werknemer om te stellen en zo nodig te bewijzen dat daarvan sprake is. De gedachte dat als er een daadwerkelijke verplichting is om eerder aanwezig te zijn vanwege het treffen van voorbereidende handelingen, deze tijd moet worden aangemerkt als arbeidstijd en beloond moet worden conform de tussen partijen geldende afspraken, wordt ook gedragen in de – beperkte – literatuur over dit onderwerp. De voorliggende zaak is ook meermaals besproken in de literatuur, waarbij de algemene gedachte is dat de uitkomst van de procedure de juiste is.’ De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep op grond van artikel 81 RO.

Ktr.: Vrijwillige promotiescholing is geen verplichte scholing in de zin van artikel 7:611a BW
In AR 2024-1147 oordeelt de kantonrechter over de vraag of het studiekostenbeding rechtsgeldig is overeengekomen. De cursus Duitse taal is geen verplichte scholing in de zin van artikel 7:611a lid 1 BW.  Werknemer had de opleiding namelijk niet nodig voor zijn huidige functie (combimachinist nationaal), maar heeft deze – vrijwillig – gevolgd voor een eventuele doorgroei naar een andere functie (combimachinist internationaal). Dat hij die andere functie uiteindelijk heeft gekregen en dat zijn ‘employability’ is vergroot, is niet relevant. Scholing is pas verplicht als die nodig is om de werkzaamheden die horen bij de functie die de werknemer op dat moment bekleedt (goed) uit te oefenen en daarvan is hier geen sprake.

Ktr.: niet meewerken aan re-integratie en onbereikbaar zijn voor werkgever, rechtvaardigen ontslag op staande voet
In AR 2024-1142 oordeelt de kantonrechter dat werknemer terecht op staande voet is ontslagen nadat hij meermalen re-integratieverplichtingen had geschonden. Ondanks loonopschortingen en waarschuwingen bleef werknemer volharden in zijn re-integratieontwijkend gedrag en was hij onbereikbaar voor de werkgever.

Vragen of opmerkingen
Indien u problemen ondervindt met inloggen, kunt u contact opnemen met het secretariaat van de VAAN via het e-mailadres secretariaat@vaan-arbeidsrecht.nl. Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar juridisch@boom.nl.

Rest ons nog u een bijzonder fijne dag toe te wensen.

Hoge Raad

Hof

Rechtbank