Naar boven ↑

Update

Nummer 43, 2017
Uitspraken van 17-10-2017 tot 23-10-2017
Redactie: prof. mr. dr. A.R. Houweling, mr. L. Kirkpatrick, mr. M. Assenberg van Eijsden, mr. E.L. Eijkelenboom, mr. S.C. Goedhart, mr. C.P. Kuijer, mr. D. Ottevanger, mr. drs. T.J. Post, I.J. Schipper, mr. S.A. Slootweg, mr. S. van der Slot, mr. V. Twilt en mr. S. Wiersma-Helal.

Geachte confrères, collegae, amici en amicae,

Bijgaand treft u weer een nieuwe AR update aan. Klik hier om de pdf vanaf de website te downloaden.

AR Annotatie Van der Kind: De ontslagpraktijk versoepeld?
Graag wijzen wij u op de nieuwe AR Annotatie van Olav van der Kind bij het Regeerakkoord alsook de nieuwe Aanbevelingen van de ‘Kring’. Olav stelt de vraag of (de uitwerking van) het Regeerakkoord zal leiden tot een versoepeling van het ontslagrecht. Daarbij stipt hij een aantal relevante vraagstukken aan: is er nog ruimte voor een billijke vergoeding als de ‘50%-vergoeding’ reeds het afkopen van onvoldoende ontslaggrond compenseert? Is er nog ruimte voor de h-grond naast de cumulatiegrond? Over de Aanbevelingen merkt hij op dat het veelal een weerspiegeling is van wat in de praktijk al gebeurde. Een adequaat overzicht van de regeling en praktische implicaties leest u hier.

Rechtspraak
Graag wijzen wij u op de volgende uitspraken.

HvJ EU: wettelijke uitsluiting overgang van onderneming bij aanbesteding in strijd met EU-recht
In AR 2017-1266 staat de vraag centraal of de overname van het beveiligingscontract tot overgang van onderneming leidt. Het Hof gaat in op de Spijkers-criteria en benadrukt dat in het onderhavige geval van belang is of het materieel van de vervreemder – al dan niet via de opdrachtgever – is overgegaan op de verkrijger. Bovendien oordeelt het Hof dat een nationale regeling die overgang van onderneming bij wet uitsluit in geval van contractwissel, in strijd is met de richtlijn. Wel benadrukt het Hof dat het enkele feit dat een opdracht overgaat van partij A naar partij B op zichzelf onvoldoende is om overgang van onderneming aan te nemen.

HvJ EU: vereiste lichaamslengte van minimaal 1,70 m bij examen politie leidt tot ongerechtvaardigd indirect onderscheid van vrouwen
In AR 2017-1265 oordeelt het Hof dat het stellen van een lichaamslengte van minimaal 1,70 m indirect onderscheid op grond van geslacht oplevert. Hoewel sprake van een legitiem doel (de wens om de inzetbaarheid en goede werking van de politiediensten te verzekeren) acht het Hof de regeling niet passend en noodzakelijk. Van belang acht het Hof dat bij andere diensten (zoals het leger) alsook in het verleden bij de politie differentiatie in lengte wel plaatsvond.

Geen herleving arbeidsverhouding met gewezen werknemer die als vangnetter re-integratiewerk verricht
In AR 2017-1263 staat de vraag centraal wat de rechtsverhouding is tussen een gewezen zieke uitzendkracht die als vangnetter via de bemiddeling van Solution (voormalig werkgever) werkzaamheden bij inleners verrichtte. Volgens werknemer was dit op grond van een civielrechtelijke verhouding (en dus op basis van een herleefde dan wel opnieuw gesloten uitzendovereenkomst). Volgens Solution was dit op grond van een bestuursrechtelijke verhouding (op basis van de verplichting van werknemer om mee te werken aan zijn re-integratie op grond van de Ziektewet). Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Solution op dit punt gelijk. Hij overweegt daartoe als volgt. Tussen partijen bestond op 24 maart 2016 geen uitzendovereenkomst, terwijl werknemer op grond van de Ziektewet recht had op ziekengeld. Daarmee kan hij worden beschouwd als vangnetter in de zin van artikel 1 onderdeel a van de Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar voor vangnetters (hierna: de regeling) en daarmee is de regeling op werknemer van toepassing. Hoewel zulks niet expliciet uit de regeling zelf blijkt, vloeit naar het oordeel van de kantonrechter uit de aard en het karakter van de regeling voort dat tewerkstelling in het kader van de re-integratie van een vangnetter zonder werkgever via de bemiddeling van de oude werkgever plaatsvindt met het oog op een snellere re-integratie van zieke uitzendkrachten en het terugdringen van de uitkeringslasten en dat derhalve geen sprake is van een herstel van de uitzendovereenkomst. De stelling van werknemer, dat als gevolg van het re-integreren de uitzendovereenkomst herleeft dan wel opnieuw is aangegaan, wordt dan ook verworpen. Bijgevolg worden alle stellingen en verzoeken, die op deze stelling zijn gebaseerd, afgewezen.

Stroeve werkrelatie tussen werknemer en collega’s leidt tot billijke vergoeding werknemer omdat werkgever niet genoeg heeft gedaan de verstoorde arbeidsverhouding te voorkomen
In AR 2017-1260 oordeelt de kantonrechter dat er sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding omdat de werknemer zich onmogelijk heeft gemaakt in de werkrelatie tot zijn collega’s. Toch krijgt de werknemer een billijke vergoeding (3,5 maandsalaris) omdat werkgever niet aantoont dat zij in de afgelopen jaren iets aan het gedrag van werknemer heeft gedaan.

In AR 2017-1255 oordeelt het hof dat de werkgever wegens schending van elementaire beginselen van zorgvuldig werkgeverschap bij disfunctioneren een billijke vergoeding (in plaats van herstel) verschuldigd is aan werknemer van € 20.000.

‘Vanwege je leeftijd en de kosten die ik daar aan maak in vergelijking met een persoon die minder oud is dan jij. Wil ik je hierbij helaas ontslaan. (…)’
… is geen redelijke grond voor ontslag (AR 2017-1252).

Vragen of opmerkingen
Indien u problemen ondervindt met inloggen, kunt u contact opnemen met het secretariaat van de VAAN via het telefoonnummer 0343-430600 of via het e-mailadres secretariaat@vaan-arbeidsrecht.nl. Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar ar-updates@budh.nl.

Rest ons nog u een bijzonder fijne dag toe te wensen.

 

Hof van Justitie van de Europese Unie

Hof

Rechtbank