Naar boven ↑

Update

Nummer 4, 2023
Uitspraken van 18-01-2023 tot 24-01-2023
Redactie: prof. mr. dr. A.R. Houweling, mr. L. Kirkpatrick, mr. M. Assenberg van Eijsden, mr. E.L. Eijkelenboom, mr. S.C. Goedhart, mr. C.P. Kuijer, mr. D. Ottevanger, mr. drs. T.J. Post, I.J. Schipper, mr. S.A. Slootweg, mr. S. van der Slot, mr. V. Twilt en mr. S. Wiersma-Helal.

Geachte confrères, collegae, amici en amicae,

Bijgaand treft u weer een nieuwe VAAN AR Update aan. Klik hier om de pdf vanaf de website te downloaden.

Rechtspraak
Graag wijzen wij u op de volgende uitspraken.

HR: Senioriteit van Martinair-vliegers gaat niet zonder meer over bij overgang van onderneming
In AR 2023-0125 oordeelt de Hoge Raad over de vraag of plaatsing op de lijst van senioriteit een recht is dat krachtens overgang van onderneming mee overgaat op de verkrijger. De Hoge Raad oordeelt dat senioriteit als zodanig geen recht is dat overgaat bij overgang van onderneming. Aan de hand van onder meer de arresten Scattolon en Unionen geeft de Hoge Raad weer dat een bij de vervreemder verworven anciënniteit (het aantal dienstjaren dat de werknemer bij de vervreemder heeft vervuld) als zodanig geen recht is dat op grond van de Richtlijn mee overgaat, maar dat financiële rechten van de werknemers waarvoor anciënniteit mede bepalend is, door de verkrijger in beginsel op dezelfde voet als bij de vervreemder zullen moeten worden gehandhaafd. In het arrest Scattolon heeft het Hof van Justitie EU verder benadrukt dat de Richtlijn alleen recht geeft op het behoud van bij de overgang reeds bestaande aanspraken, en niet op een verbetering van de arbeidsvoorwaarden. Bijna alle klachten stuiten op de toetsing aan deze rechtsregels af, met uitzondering van de motiveringsklacht over handhaving senioriteit bij bepaling van de ontslagvolgorde.

HvJ EU: Minimumtarief voor architecten in strijd met Unierecht maar geen direct effect tussen louter particulieren
In AR 2023-0124 oordeelt het Hof van Justitie EU over de vraag of de met de Dienstenrichtlijn strijdige bepalingen in het Besluit tariefstelling voor architecten gevolgen heeft voor ‘beloningsaanspraken’ tussen louter particulieren. Volgens de verwijzingsrechter is de bepaling in het besluit immers niet ‘richtlijnconform’ uit te leggen, zonder contra legem te gaan. Het Hof oordeelt dat in zo’n situatie de rechter de bepaling uit het besluit in een geding tussen louter particulieren niet onverminderd kan verklaren. Als partijen nadeel hebben geleden door deze onjuiste implementatie kunnen zij schadevergoeding vorderen van de Staat.

Ktr: Vordering gefixeerde schadevergoeding van werknemer door werkgever wegens onjuiste opzegtermijn van werknemer, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar
In AR 2023-0095 oordeelt de kantonrechter dat de onregelmatige opzegging van de werknemer niet kan leiden tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding aan de werkgever. Werknemer had zich vergist in de toepasselijke opzegtermijn, terwijl werkgeefster niet is benadeeld in haar positie. Werkgeefster stelt weliswaar terecht dat uit vaste jurisprudentie volgt dat aan het oordeel van een rechter dat een aanspraak op gefixeerde schadevergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is zware motiveringseisen worden gesteld, maar deze jurisprudentie ziet op situaties waarin de werknemer aanspraak maakt op een gefixeerde schadevergoeding en de zware motiveringseisen de bescherming van de werknemer dienen. In dit geval is het echter werkgeefster als werkgever die aanspraak maakt op een gefixeerde schadevergoeding.

Ktr.: Leerarbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege ondanks ziekte en bepaling cao
In AR 2023-0101 oordeelt de kantonrechter dat de leerarbeidsovereenkomst tussen een ziekenhuis en een anesthesiemedewerker van rechtswege eindigt wegens het bereiken van de overeengekomen einddatum, ondanks het nog niet hebben afgerond van de opleiding (wegens ziekte). Artikel 3 van de leerarbeidsovereenkomst bepaalt dat de overeenkomst van rechtswege eindigt op de dag van de beëindiging van de opleiding, maar uiterlijk op 28 februari 2022. Deze bepaling is naar het oordeel van de kantonrechter niet in strijd met de cao en dus niet nietig. In artikel 7.2.3 van de cao staat dat gedurende de praktijkleerjaren met de leerling-werknemer een leerarbeidsovereenkomst wordt aangegaan. Daaruit volgt alleen welk type overeenkomst in deze periode moet worden gesloten. De cao geeft geen algemene verplichting om gedurende de volledige opleiding een leerarbeidsovereenkomst aan te bieden, ongeacht de duur daarvan.

Vragen of opmerkingen
Indien u problemen ondervindt met inloggen, kunt u contact opnemen met het secretariaat van de VAAN via het telefoonnummer 0343-430600 of via het e-mailadres secretariaat@vaan-arbeidsrecht.nl. Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar ar-updates@budh.nl.

Rest ons nog u een bijzonder fijne dag toe te wensen.

Hof van Justitie van de Europese Unie

Hoge Raad

Hof

Rechtbank