Update
Geachte confrères, collegae, amici en amicae,
Bijgaand treft u weer een nieuwe VAAN AR update aan. Klik hier om de pdf vanaf de website te downloaden.
Rechtspraak
Graag wijzen wij u op de volgende uitspraken.
HR: wanneer leidt gedragslijn werkgever tot arbeidsvoorwaarde (verworven recht)?
In AR 2018-0761 oordeelt de Hoge Raad in een overweging ten overvloede wanneer een bepaalde gedragslijn van de werkgever tot arbeidsvoorwaarde verwordt. De bestreden overweging luidde: ‘Wanneer (…), zonder dat daarover iets is afgesproken, en dus in zekere zin: ongevraagd, jaarlijkse of periodieke salarisverhogingen door de werkgever worden toegekend, dan zal dat, op een bepaald moment, en in toenemende mate, bij werknemers verwachtingen scheppen. Die verwachtingen, ook wanneer zij lange tijd gekoesterd zijn, leiden echter niet zonder meer tot een recht op een dergelijke toekenning. Daarvoor zijn nadere omstandigheden nodig, die echter niet zijn gesteld of gebleken.’ De vraag wanneer uit een door de werkgever jegens de werknemer gedurende een bepaalde tijd gevolgde gedragslijn voortvloeit dat sprake is van een tussen partijen geldende (de arbeidsovereenkomst aanvullende) arbeidsvoorwaarde, laat zich niet in algemene zin beantwoorden. Het komt aan op de zin die partijen aan elkaars gedragingen (en in verband daarmee staande verklaringen) hebben toegekend en in de gegeven omstandigheden daaraan redelijkerwijs mochten toekennen. In dit verband komt betekenis toe aan gezichtspunten als (1) de inhoud van de gedragslijn, (2) de aard van de arbeidsovereenkomst en de positie die de werkgever en de werknemer jegens elkaar innemen, (3) de lengte van de periode gedurende welke de werkgever de desbetreffende gedragslijn heeft gevolgd, (4) hetgeen de werkgever en de werknemer in verband met deze gedragslijn jegens elkaar hebben verklaard of juist niet hebben verklaard, (5) de aard van de voor- en nadelen die voor de werkgever en de werknemer uit de gedragslijn voortvloeien, en (6) de aard en de omvang van de kring van werknemers jegens wie de gedragslijn is gevolgd.
HR: rechter dient werknemer toe te laten tegenbewijs te leveren van disfunctioneren
In AR 2018-0760 vult de Hoge Raad zijn 16 februari-beschikkingen aan, door te overwegen dat indien een werkneemster tegenbewijs aanbiedt dat haar vermeende disfunctioneren – bestaande uit niet-communicatieve vaardigheden en gebrekkige samenwerking met andere artsen – moet worden toegelaten dit bewijs te leveren. Werkneemster stelde dat door getuigen te horen die juist de goede samenwerking en communicatie bevestigen en bovendien de organisatorische wijzigingen als oorzaak aanwijzen van de slechte beoordeling van de visitatiecommissie, haar disfunctioneren niet gegrond is.
Werkgever dient verviervoudiging reistijd werknemers na overgang van onderneming te compenseren
In AR 2018-0749 oordeelt het hof dat werknemers die door een wijziging van standplaats van 31 km reistijd naar 136 km reistijd gaan, recht hebben op een gedeeltelijk compensatie van de reiskosten en reisuren. Deze standplaatswijziging leidt bij benadering tot een verviervoudiging van de enkele reisafstand woon-werkverkeer (van ruim 30 kilometer naar ruim 130 kilometer) die geheel in de risicosfeer ligt van werkgever. Van werkgever mag in dat kader als goed werkgever worden verwacht dat hij een redelijk voorstel doet dat voorziet in een (eventueel gefaseerd af te bouwen) tegemoetkoming voor de te maken extra reiskosten. De door werkgever zelf aangeboden tegemoetkoming gedurende de eerste zes maanden voldoet daar niet aan. Naar het oordeel van het hof zijn de door de kantonrechter toegewezen bedragen vanaf 22 april 2015 met de daarin voorziene geleidelijke, gefaseerde afbouw gedurende vier jaar alleszins redelijk.
Beroep op opzegverbod tijdens ziekte in hoger beroep faalt wegens ex tunc-toetsing
In AR 2018-0745 oordeelt het hof als volgt. Werknemer stelt dat de kantonrechter in strijd met artikel 7:671b lid 7 BW de arbeidsovereenkomst heeft ontbonden terwijl er een opzegverbod tijdens ziekte gold. Weliswaar is een ziekmelding niet allesbepalend en gaat het er bij artikel 7:671b lid 7 BW om of de ziekte is ingetreden voordat het ontbindingsverzoek door de kantonrechter is ontvangen (op 17 juli 2017), maar in de procedure bij de kantonrechter heeft werknemer zich niet beroepen op het opzegverbod, laat staan dat hij in die procedure heeft aangetoond dat hij al voor 17 juli 2017 arbeidsongeschikt was door ziekte. Werknemer heeft de kantonrechter daarmee niet in staat gesteld zich van mogelijke toepasselijkheid van dit opzegverbod te vergewissen. Het hof toetst de juistheid van de door de kantonrechter uitgesproken ontbinding ex tunc. Ten tijde van zijn beslissing heeft de kantonrechter geen rekening hoeven te houden met een al voor 17 juli 2017 bestaand opzegverbod tijdens ziekte.
Vordering nakoming uitbetaling transitievergoeding conform vaststellingsovereenkomst valt niet onder vervaltermijn van artikel 7:686a BW
Partijen hebben de tussen hen bestaande arbeidsovereenkomst door middel van een vaststellingsovereenkomst per 1 mei 2017 beëindigd (AR 2018-0739). In de beëindigingsovereenkomst is onder meer bepaald dat aan werknemer een vergoeding van € 15.000 (transitievergoeding inbegrepen) wordt toegekend en dat deze in vier termijnen van één maand na beëindiging van de arbeidsovereenkomst worden voldaan. Werkgever weigert de derde en vierde termijn te betalen. Volgens werkgever verzet artikel 7:686a BW zich tegen toewijzing en is bovendien de dagvaardingsprocedure onjuist. De kantonrechter oordeelt evenwel anders. Werknemer heeft voldoende onderbouwd gesteld dat zijn verzoek niet als grondslag heeft de betaling van de transitievergoeding ex artikel 7:673 BW, maar veeleer ziet op nakoming van de beëindigingsovereenkomst. Het enkele verweer van werkgever dat in de dagvaarding wordt vermeld dat het om betaling van de transitievergoeding gaat, wordt in dit verband onvoldoende doorslaggevend geacht. De vervaltermijn van artikel 7:686a lid 4 aanhef en onder b BW is dan ook niet van toepassing op de onderhavige vordering zodat het niet-ontvankelijkheidsverweer van werkgever faalt.
Vragen of opmerkingen
Indien u problemen ondervindt met inloggen, kunt u contact opnemen met het secretariaat van de VAAN via het telefoonnummer 0343-430600 of via het e-mailadres secretariaat@vaan-arbeidsrecht.nl. Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar ar-updates@budh.nl.
Rest ons nog u een bijzonder fijne dag toe te wensen.
Hof
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch Geen overgang van onderneming omdat (1) niet vast is komen te staan dat overgrote deel werknemers naar vermeende verkrijger is overgegaan en (2) kernelementen van (mondelinge) overeenkomst tot overgang niet voldoende zijn opgehelderd. Ambtshalve toetsing of sprake is van processueel ondeelbare vordering. 26-06-2018
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch Geen overgang van onderneming omdat (1) niet vast is komen te staan dat overgrote deel werknemers naar vermeende verkrijger is overgegaan en (2) kernelementen van (mondelinge) overeenkomst tot overgang niet voldoende zijn opgehelderd. Geen sprake van processueel ondeelbare vordering ten aanzien van vervreemder en verkrijger in hoger beroep. 26-06-2018
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch Geen overgang van onderneming omdat (1) niet vast is komen te staan dat overgrote deel werknemers naar vermeende verkrijger is overgegaan en (2) kernelementen van (mondelinge) overeenkomst tot overgang niet voldoende zijn opgehelderd. Geen sprake van processueel ondeelbare vordering ten aanzien van vervreemder en verkrijger in hoger beroep. 26-06-2018
- Gerechtshof Den Haag Nadat kantonrechter werkgever veroordeelt tot herstel arbeidsovereenkomst in verband met kennelijk onredelijk ontslag, vraagt werkgever om bepaling afkoopsom in plaats van herstel. 26-06-2018
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch Werknemers die door een wijziging van standplaats van 31 km reistijd naar 136 km reistijd gaan, hebben recht op een gedeeltelijk compensatie van de reiskosten en reisuren. Dat werknemers gedurende diverse jaren een extra (bonus) betaling hebben ontvangen, maakt niet dat sprake is van een arbeidsvoorwaarde. 26-06-2018
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Kantonrechter heeft ontbonden op de d-grond. In hoger beroep beroept werknemer zich op opzegverbod tijdens ziekte. Voor beroep op opzegverbod is ziekmelding niet allesbepalend, maar ziekte moet zijn ingetreden voor ontvangst ontbindingsverzoek. In eerste aanleg is geen beroep gedaan op dit verbod. Hof toetst ex tunc. 25-06-2018
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Ontslag bestuurder vennootschap en voorwaardelijk verzoek tot toekenning billijke vergoeding. Hof hanteert dezelfde maatstaf voor berekening van billijke vergoedingen als de rechtbank, maar komt tot een andere uitkomst. 22-06-2018
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch Verzoek werkgever tot ontbinding arbeidsovereenkomst ten onrechte toegewezen. Het niet volgens de geldende richtlijnen en protocollen werken heeft voor werkgeefster niet eerder aanleiding gevormd om een ontbindingsverzoek bij de kantonrechter in te dienen. Billijke vergoeding ex artikel 7:683 BW. 21-06-2018
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Ontbinding arbeidsovereenkomst op grond van bedrijfseconomische redenen. Overgrote deel van de werkzaamheden die werknemer verrichtte, zijn uitbesteed dan wel geautomatiseerd. Resterende werkzaamheden rechtvaardigen het in stand houden van de functie van werknemer niet. Herplaatsing in een andere passende functie is niet mogelijk. 06-06-2018
- Gerechtshof Amsterdam Tussentijdse opzegging arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd door werkgever is niet geldig. Geen ontslag op staande voet wegens ontbreken van tot onmiddellijk ontslag strekkende mededeling van werkgever waaruit reden ontslag aanstonds duidelijk was voor werknemer. Daarnaast nietig proeftijdbeding, wegens duur arbeidsovereenkomst (zes maanden). 10-04-2018
- Gerechtshof Amsterdam Nu het handelen van werknemer ook een dringende reden oplevert, houdt het verzoek tot verklaring voor recht en schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad verband met het einde van de arbeidsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 7:686a lid 3 BW. 03-04-2018
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch Op het nippertje op tijd gedagvaard in internationale procedure; recht lidstaat aanvrager doorslaggevend voor betekeningstijdstip. Werknemer is verschenen en heeft zelfs al een memorie van antwoord in de hoofdzaak genomen, zodat de vordering tot niet-ontvankelijkheidsverklaring vanwege het niet-stellen van de dagvaarding in het Pools als gedekt wordt gehouden. 27-03-2018
- Gerechtshof Amsterdam HTM heeft bij afweging van alle betrokken belangen in redelijkheid kunnen komen tot het besluit van 26 september 2016, dat ziet op de hoofdstructuur van haar organisatie, om niet (alsnog) over te gaan tot het aanstellen van een operationeel directeur. 05-04-2017
Rechtbank
- Rechtbank Noord-Nederland De vervaltermijn is niet van toepassing op de ontslagvergoeding waarbij de transitievergoeding zit inbegrepen zoals opgenomen in een beëindigingsovereenkomst. Nakomingsvordering toegewezen. 27-06-2018
- Rechtbank Amsterdam Uitzendbureau Teamflex hoeft een vrachtwagenchauffeur die zich in november 2016 ziek meldde – en naar verwachting na enkele dagen weer zou terugkeren op de werkvloer – geen achterstallig loon of ziektewetuitkering te betalen. Werknemer had zich tussentijds opnieuw ziek moeten melden. 25-06-2018
- Rechtbank Limburg Onduidelijk en onvoldoende onderbouwd ontslag op staande voet leidt tot toekenning van een billijke vergoeding ad € 3.500. Verzoek tot matiging van gefixeerde schadevergoeding afgewezen. 22-06-2018
- Rechtbank Midden-Nederland Ontbindingsverzoek wegens dringende reden is niet-ontvankelijk, omdat het indruist tegen het wettelijk stelsel en de daaraan te ontlenen rechtszekerheid. 21-06-2018
- Rechtbank Amsterdam Een werknemer die een spuitbus gericht naar collega’s gooit, aanvaardt verwezenlijking van het risico op letsel. Ontslag op staande voet terecht gegeven. 18-06-2018
- Rechtbank Amsterdam ABN AMRO is vanwege een melding bij de tuchtcommissie toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de beëindigingsovereenkomst. Partijen zijn overeengekomen geen negatieve uitlatingen over en weer te doen. Schade nader op te maken bij staat. 15-06-2018
- Rechtbank Rotterdam Rechtbank komt terug op tussenbeschikking waarin een bewijsopdracht werd gegeven. Werknemer heeft aangevoerd dat geen bewijs zal worden geleverd. Werknemer slaagt niet in bewijsopdracht. Aanzegvergoeding wordt toegewezen. Werknemer wordt veroordeeld in teruggeven spullen die aan werkgever toebehoren. 15-06-2018
- Rechtbank Overijssel Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding. Conflict op aandeelhoudersniveau werkt door in verhouding werkgever/werknemer. Discussie over datum indiensttreding en hoogte transitievergoeding. 06-06-2018
- Rechtbank Amsterdam Tramconducteur komt meerdere keren te laat op werk vanwege slaapproblemen. De omstandigheid dat werkneemster pas na enige tijd naar de door werkgeefster aangeboden slaapcoach is gegaan is te laat. Ontbinding op de e-grond met toekenning transitievergoeding. 22-05-2018
- Rechtbank Noord-Holland Verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst wegens disfunctioneren afgewezen. Onvoldoende gebleken dat werknemer ongeschikt is tot verrichten van zijn werkzaamheden. Bovendien onvoldoende gelegenheid tot verbetering. Ook geen voldragen g- of h-grond. 09-05-2018
- Rechtbank Rotterdam Betalingsverhouding tussen het UWV en werkgever heeft tot gevolg dat werknemer nabetaling van uitkering door het UWV aan werkgever moet terugbetalen. 04-05-2018
- Rechtbank Midden-Nederland Ontbinding arbeidsovereenkomst (d-grond) na langdurige samenwerkingsproblemen. Humanitas heeft werkneemster voldoende duidelijk gemaakt wat van werkneemster werd verlangd en op welke punten werkneemster diende te verbeteren. Coachingstraject heeft niet het gewenste resultaat gehad. 24-10-2017
- Rechtbank Oost-Brabant De rechtbank zet op gestructureerde wijze de gang van zaken voor een comparitie uiteen. Zij wijst erop dat zij uit een niet-verschijnen van een partij de gevolgtrekkingen – ook in het nadeel van die partij – kan maken die zij geraden zal achten. 16-09-2015