Naar boven ↑

Update

Nummer 44, 2024
Uitspraken van 24-10-2024 tot 30-10-2024
Redactie: prof. mr. dr. A.R. Houweling, mr. L. Kirkpatrick, mr. M. Assenberg van Eijsden, mr. E.L. Eijkelenboom, mr. S.C. Goedhart, mr. C.P. Kuijer, mr. D. Ottevanger, mr. drs. T.J. Post, I.J. Schipper, mr. S.A. Slootweg, mr. S. van der Slot, mr. V. Twilt en mr. S. Wiersma-Helal.

Geachte confrères, collegae, amici en amicae,

Bijgaand treft u weer een nieuwe VAAN AR Update aan. Klik hier om de pdf vanaf de website te downloaden.

Rechtspraak
Graag wijzen wij u op de volgende uitspraken.

HvJ EU: Vergunningsvereiste naar nationaal recht staat niet aan toepasselijkheid Uitzendrichtlijn in de weg. Is inlener hoofdelijk aansprakelijk voor gevolgen van discriminatoir ontslag uitlener op grond van artikel 5 Uitzendrichtlijn?
In AR 2024-1358 oordeelt het Hof van Justitie EU over de vraag of een Spaanse onderneming die werkzaamheden voor Microsoft uitvoert, kwalificeert als ‘uitzendbureau’ ondanks het ontbreken van een uitzendvergunning naar nationaal recht. Het Hof benadrukt dat een dergelijke eis niet volgt uit de Uitzendrichtlijn. Het gaat erom of de uitzender werknemers aanneemt met het oogmerk deze onder leiding en toezicht van de inlener werkzaam te laten zijn. Of sprake is van leiding en toezicht is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Dat de uitlener roosters en vakantiedagen registreert en bepaalt, staat niet aan leiding en toezicht bij de inlener in de weg. Op de interessante vraag of de inlener krachtens artikel 5 lid 1 Uitzendrichtlijn ook hoofdelijk aansprakelijk is voor de gevolgen van het discriminatoir ontslag van de uitlener (ontslag tijdens zwangerschap) geeft het Hof geen antwoord, omdat deze vraag te ‘hypothetisch’ zou zijn in het voorliggende geval.

HR: Cao Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf geeft geen grondslag voor tussentijdse opzegging van bepaaldetijdscontract
In AR 2024-1345 staat de vraag centraal of sprake is van een tussentijdse opzegmogelijkheid (ex artikel 7:667 lid 3 BW) vanwege de vermelding in de Cao Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf dat de arbeidsovereenkomst door opzegging kan worden beëindigd door de werknemer. De A-G (Drijber) overweegt dat de cao er hier zijns inziens niet in voorziet dat een voor bepaalde tijd aangegane arbeidsovereenkomst tussentijds kan worden opgezegd, zoals bedoeld in artikel 7:667 lid 3 BW. Behoudens de afwijking dat de opzegtermijnen voor werknemer (lid 4) en werkgever (lid 5) beginnen op zaterdag, kan de inhoud van artikel 10 van de cao moeilijk anders worden gezien dan een weergave van het wettelijk ontslagstelsel. Dat artikel 10 aanhef en lid 4 (en lid 5) van de cao bepaalt dat de arbeidsovereenkomst kan worden beëindigd door opzegging door de werknemer (resp. de werkgever), lijkt de A-G een te smalle basis om aan te nemen dat hiermee sprake is van het overeenkomen van het recht voor ieder van de partijen tot tussentijdse opzegging van een voor bepaalde tijd aangegane arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:667 lid 3 BW. Hierbij betrekt de A-G dat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd als uitgangspunt niet tussentijds kan worden opgezegd en dat het wettelijk vormvereiste ten doel heeft om elke onduidelijkheid te voorkomen. De Hoge Raad doet de zaak af op artikel 81 RO.

Hof: Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad of de Beroepsopleiding Advocatuur kwalificeert als noodzakelijk voor de uitoefening van de functie van een advocaat-stagiair die kosteloos door de werkgever moet worden aangeboden
In AR 2024-1344 stelt het Hof Den Haag prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over de rechtsgeldigheid van een studiekostenbeding ten aanzien van de Beroepsopleiding Advocatuur. Het hof wenst te vernemen of een dergelijke opleiding kwalificeert als noodzakelijke scholing in de zin van artikel 7:611a lid 1 BW of dat het een startkwalificatie betreft waarop artikel 7:611a niet van toepassing zou zijn. Ook wenst het hof te vernemen of de Advocatenwet en/of de Verordening op de advocatuur (Voda) specifieke wettelijke verplichtingen in het leven roepen waarop artikel 7:611a lid 2 BW van toepassing is.

Hof: Verval van functie na overgang van onderneming wegens ETO-redenen
In AR 2024-1337 oordeelt het Hof Arnhem-Leeuwarden dat de verkrijger een bedrijfseconomische reden had om tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met werkneemster over te gaan wegens ETO-redenen. De functie bij het dienstverband van 8 uur voor ‘verzuimregistratie en contracthuishouding’ kent de verkrijger niet.

Hof: schending herplaatsingsplicht internationaal concern leidt tot billijke vergoeding van € 109.723,27
In AR 2024-1342 oordeelt het hof dat een internationale werkgever zich onvoldoende heeft ingespannen voor herplaatsing van een werknemer. Dat een vacaturestop geldt, kan aan deze wettelijke verplichting geen afbreuk doen. Dat door Duitse regels dan niet kan worden voldaan aan Nederlandse herplaatsingsregels is een omstandigheid die voor rekening en risico komt van werkgever. De ontslagbescherming van een werknemer, die mede vervat zit in verplichte herplaatsingsinspanningen door de werkgever, weegt zwaarder. Als werkgever de werknemer al niet actief Duitse vacatures mocht aanbieden, dan had hij actief deze vacatures onder de aandacht kunnen brengen van werknemer en hem kunnen oproepen daarop te solliciteren. Werkgever stelt dat de vacatures op de interne personeelswebsite stonden én dat ze zijn doorgemaild. Het is echter onvoldoende om werknemer te verwijzen naar het intranet waar vacatures staan, want dat is geen invulling van de plicht om actief interne herplaatsingsmogelijkheden te onderzoeken.

Ktr.: Aanzegging bij voorbaat-clausule verliest werking als ondanks deze clausule tweemaal toch is verlengd
In AR 2024-1350 oordeelt de kantonrechter dat een tijdelijke arbeidsovereenkomst schriftelijk moet worden aangezegd. Op zich heeft werkgever gelijk dat uit de parlementaire geschiedenis van de aanzegplicht blijkt dat de werkgever meteen bij het aangaan van een arbeidsovereenkomst kan aangeven dat er geen sprake van een opvolgend contract zal zijn. Maar in de onderhavige situatie, waarin deze aanzegging tot driemaal toe in de opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd heeft gestaan, en er tweemaal in weerwil van deze aanzegging wel is verlengd, is de aanzegging in de arbeidsovereenkomst niet meer voldoende.

Vragen of opmerkingen
Indien u problemen ondervindt met inloggen, kunt u contact opnemen met het secretariaat van de VAAN via het e-mailadres secretariaat@vaan-arbeidsrecht.nl. Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar juridisch@boom.nl.

Rest ons nog u een bijzonder fijne dag toe te wensen.

Hof van Justitie van de Europese Unie

Hoge Raad

Hof

Rechtbank