Naar boven ↑

Update

Nummer 18, 2020
Uitspraken van 30-04-2020 tot 06-05-2020
Redactie: prof. mr. dr. A.R. Houweling, mr. L. Kirkpatrick, mr. M. Assenberg van Eijsden, mr. E.L. Eijkelenboom, mr. S.C. Goedhart, mr. C.P. Kuijer, mr. D. Ottevanger, mr. drs. T.J. Post, I.J. Schipper, mr. S.A. Slootweg, mr. S. van der Slot, mr. V. Twilt en mr. S. Wiersma-Helal.

Geachte confrères, collegae, amici en amicae,

Bijgaand treft u weer een nieuwe VAAN AR Update aan. Klik hier om de pdf vanaf de website te downloaden.

AR-commentaar Van Zijl: Tweede Aanpassing NOW
Graag wijzen wij u op de praktijkduiding van Joop van Zijl bij de gewijzigde NOW per 1 mei jl. Hij licht de gewijzigde regeling toe en vult daarmee zijn eerder AR-commentaar aan. De voorwaarden om in aanmerking te komen voor een subsidie op grond van het nieuwe artikel 6a NOW, alsmede de overige wijzigingen van de NOW, worden besproken en kort toegelicht. Klik hier om het stuk te lezen.

Rechtspraak
Graag wijzen wij u op de volgende uitspraken.

HvJ EU: zelfstandig pakketbezorger geen werknemer naar EU-recht
In AR 2020-0517 oordeelt het Hof van Justitie EU over de vraag of tussen Yodel (pakketbezorgdienst) en B. (bezorger) sprake is van ‘werknemerschap’. B. hoefde op grond van de ‘serviceovereenkomst’ geen persoonlijke arbeid te verrichten, mits zijn vervanger maar voldeed aan basiskwalificaties. Binnen bepaalde parameters is B. vrij zijn werk in te richten zoals hij dat zelf wenst. Bovendien hoeft hij niet te werken en mag hij simultaan voor andere opdrachtgevers/zelfs concurrenten werken. Volgens het Hof zijn personen die (a) geen persoonlijke arbeid hoeven te verrichten (maar werk aan subcontracters mogen overlaten), (b) vrijheid hebben werk te weigeren, (c) voor derden – concurrenten – mogen werken, en (d) binnen bepaalde parameters zelf hun werktijden en volgorde van werk mogen bepalen, uitgesloten van 'werknemerschap' in de zin van de Arbeidstijdenrichtlijn, onder de voorwaarden dat deze vrijheid niet ‘fictief’ is en ook overigens geen sprake is van ondergeschiktheid.

Verleende toestemming nevenactiviteiten is een arbeidsvoorwaarde
In AR 2020-0508 oordeelt het Hof Den Haag over de rechtmatigheid van het intrekken van een verleende toestemming voor het verrichten van nevenactiviteiten. Volgens het hof is het verlenen van toestemming een ‘arbeidsvoorwaarde’. Het intrekken is bijgevolg een ‘wijziging van arbeidsvoorwaarden’ waarvoor artikel 7:613 BW het toetsingskader biedt. In dit geval acht het hof de belangen van Havenbedrijf (voorkomen van belangenverstrengeling) zwaarder dan de financiële en emotionele belangen die de schippers hebben bij het blijven verrichten van Watertaxidiensten. Het beroep van de schippers op de Richtlijn Transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden in de Europese Unie van 11 juli 2019, is eerst ter gelegenheid van het pleidooi gedaan en is derhalve een nieuwe grief. Dit is ook in strijd met de tweeconclusieregel en zal buiten beschouwing worden gelaten. Ten overvloede merkt het hof op dat de Richtlijn nog niet is geïmplementeerd en de termijn daarvoor nog niet is verstreken.

Asscher-escape leidt tot € 100.000 billijke vergoeding
In AR 2020-0505 oordeelt de kantonrechter dat een werkgever door onzorgvuldigheid in zijn d-dossier een verstoorde arbeidsverhouding heeft doen ontstaan. Het eenzijdig door de werknemer laten opstellen van een POP, het niet stellen van tijdskaders waarbinnen bepaalde verbeteringen moesten plaatsvinden, terwijl werknemer een jaar eerder nog een enorme promotie maakte, brengen mee dat werkgever ernstig verwijtbaar handelt. Een verbetertraject had ten minste zes tot negen maanden geduurd. Niet is uitgesloten dat het verbetertraject succesvol zou hebben uitgepakt. Een afweging van goede en kwade kansen brengt de rechter tot een inschatting van twee jaar duur dienstverband, welke werknemer voortijdig kwijt is. Volgt toewijzing € 100.000 aan billijke vergoeding.

In AR 2020-0493 wordt € 50.000 toegewezen wegens eveneens te weinig verbeterkansen te hebben geboden in een inmiddels verstoorde arbeidsrelatie. En in AR 2020-0514 opnieuw een billijke vergoeding van € 55.000 wegens onvoldoende gelegenheid bieden functioneren te verbeteren.

Loonvordering oproepkracht afgewezen door ‘welbewust stilzitten van bijna twee jaar’
In AR 2020-0515 oordeelt het Hof Den Bosch dat hoewel het niet langer oproepen van een oproepkracht (wegens een geschil over wel of niet werken tijdens carnaval) voor risico van werkgever komt, in dit geval werkneemster ruim twee jaar welbewust geen bereidheid heeft getoond arbeid te verrichten en zij om die reden geen aanspraak kan maken op loon.

Veroordeling loonbetaling wordt geschorst wegens verstrijken vervaltermijn
In AR 2020-0511 oordeelt het hof tot schorsing van de uitvoerbaar bij voorraadverklaring in ieder geval voor de duur van de onderhavige procedure omdat is gebleken dat werknemer na het kortgedingvonnis zijn vernietigingsverzoek in de ‘bodemzaak’ heeft ingetrokken en daarmee zijn verzoek is komen te vervallen.

Vragen of opmerkingen
Indien u problemen ondervindt met inloggen, kunt u contact opnemen met het secretariaat van de VAAN via het telefoonnummer 0343-430600 of via het e-mailadres secretariaat@vaan-arbeidsrecht.nl. Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar ar-updates@budh.nl.

Rest ons nog u een bijzonder fijne dag toe te wensen.

Hof van Justitie van de Europese Unie

Hof

Rechtbank

Centrale Raad van Beroep