Naar boven ↑

Update

Nummer 13, 2023
Uitspraken van 22-03-2023 tot 28-03-2023
Redactie: prof. mr. dr. A.R. Houweling, mr. L. Kirkpatrick, mr. M. Assenberg van Eijsden, mr. E.L. Eijkelenboom, mr. S.C. Goedhart, mr. C.P. Kuijer, mr. D. Ottevanger, mr. drs. T.J. Post, I.J. Schipper, mr. S.A. Slootweg, mr. S. van der Slot, mr. V. Twilt en mr. S. Wiersma-Helal.

Geachte confrères, collegae, amici en amicae,

Bijgaand treft u weer een nieuwe VAAN AR Update aan. Klik hier om de pdf vanaf de website te downloaden.

Rechtspraak
Graag wijzen wij u op de volgende uitspraken.

HR: Deliveroo-bezorgers zijn werknemers
In AR 2023-0400 treffen we de langverwachte Deliveroo-uitspraak aan. De Hoge Raad laat het oordeel van het Hof Amsterdam in stand. De Hoge Raad overweegt dat er geen aanleiding bestaat voor het formuleren van nadere regels of uitgangspunten, nu de kwalificatievraag de aandacht heeft van de (Europese) wetgever.

Wel formuleert de Hoge Raad een flink aantal gezichtspunten die van belang (kunnen) zijn bij de kwalificatie van de rechtsverhouding. Zowel de inbedding van het werk als de inbedding van de werker zijn relevante omstandigheden, alsmede de vraag of de werker zich manifesteert als ondernemer. Op dit punt ligt de bal nu overduidelijk bij de wetgever om hier – als men dat wil – nadere accenten te geven.

In dit arrest nuanceert de Hoge Raad (sterk) zijn rechtspraak van onder meer Zwarthoofd/Stichting Parool, door te overwegen dat de vervangingsmogelijkheid (geen persoonlijke arbeidsverplichting) vanuit het perspectief van de bezorgers van geringe betekenis is, daar zij zich louter incidenteel zullen laten vervangen en er geen verdienmodel van (zouden) kunnen maken. Daarmee lijkt het op papier wegcontracteren van de ‘persoonlijke arbeidsverplichting’ met name bij precaire werkers, niet langer mogelijk.

HR: pensioenadviseur aansprakelijk voor tekortkoming in de nakoming van pensioenafspraak tussen werkgever en werknemer
In AR 2023-0406 oordeelt de Hoge Raad dat vanwege de nauwe betrokkenheid van de pensioenadviseur bij de totstandkoming van de excedentenverzekeringen ten behoeve van de nakoming van de afspraken tussen werknemer en werkgever, de pensioenadviseur aansprakelijk is op gelijke wijze als de werkgever voor de tekortkomingen bij de uitvoering van deze regelingen. De omstandigheid dat werknemer zelf namens de werkgever de excedentenregelingen is aangegaan, ontslaat de werkgever niet van aansprakelijkheid, maar speelt mogelijk wel een rol bij de beoordeling van de ‘eigen schuld’ van werknemer in de schadestaatprocedure.

HR: begroting billijke vergoeding na vernietiging ontslag op staande voet gevolgd door (voorwaardelijke) ontbinding: wel of geen ernstige verwijtbaarheid vereist?
In AR 2023-0405 wordt in cassatie een principiële klacht voorgelegd, te weten of bij een onterecht ontslag op staande voet gevolgd door een (voorwaardelijke) ontbinding, de billijke vergoeding vanwege de schending van artikel 7:681 BW moet worden beoordeeld (zonder ernstige verwijtbaarheid) of via de ontbindingsprocedure (met ernstige verwijtbaarheid). Zou werknemer hebben berust in het ontslag op staande voet, dan zou de billijke vergoeding een ‘gegeven’ zijn. Door te kiezen voor de vernietiging van de opzegging met onmiddellijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst op verzoek van de werkgever, is die vergoeding geen gegeven. De advocaat-generaal oordeelt dat het hof geen onjuiste beslissing heeft genomen. Omdat het hof het oordeel van de kantonrechter heeft bekrachtigd, kwam het niet toe aan een billijke vergoeding (art. 7:683 BW).

HR: ex tunc of ex nunc?
In AR 2023-0404 oordeelt de Hoge Raad over de vraag hoe te oordelen in hoger beroep indien de kantonrechter in eerste aanleg het ontbindingsverzoek afwijst op grond van vermeende schendingen van re-integratieverplichtingen door de werknemer, mede omdat de bedrijfsarts zich onvoldoende rekenschap zou hebben gegeven van de psychische klachten van werknemer. De advocaat-generaal verwijst naar eerdere beschikkingen van de Hoge Raad (AR 2020-0222 en AR 2020-0216) en concludeert dat bij een afwijzing van het ontbindingsverzoek de behandeling in hoger beroep ex nunc wordt afgedaan. Daarbij past het betrekken van na de ontbinding in eerste aanleg nader ingewonnen informatie en beoordeling van de bedrijfsarts.

Ktr.: zieke werkneemster die door middel van vaststellingsovereenkomst vertrekt, komt geen beroep op dwaling toe na niet toekennen ZW-uitkering
In AR 2023-0393 sluit werkneemster een vaststellingsovereenkomst met vergoeding en verklaart ‘arbeidsgeschikt’ te zijn. Kort daarna meldt werkneemster zich ziek en wendt zich tot het UWV. Het UWV weigert de uitkering omdat sprake is van doorlopende arbeidsongeschiktheid. Van dwaling is geen sprake geweest. Gebleken is dat werkneemster een afweging heeft gemaakt en heeft gekozen voor het beëindigen van de arbeidsovereenkomst door middel van een vaststellingsovereenkomst. Daarbij is zij bijgestaan door een jurist die is gespecialiseerd in het arbeidsrecht. Werkgever mocht er daarom op vertrouwen dat werkneemster wist waarmee zij akkoord ging.

Vragen of opmerkingen
Indien u problemen ondervindt met inloggen, kunt u contact opnemen met het secretariaat van de VAAN via het telefoonnummer 0343-430600 of via het e-mailadres secretariaat@vaan-arbeidsrecht.nl. Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar ar-updates@budh.nl.

Rest ons nog u een bijzonder fijne dag toe te wensen.

Hoge Raad

Hof

Rechtbank