Naar boven ↑

Update

Nummer 29, 2023
Uitspraken van 12-07-2023 tot 18-07-2023
Redactie: prof. mr. dr. A.R. Houweling, mr. L. Kirkpatrick, mr. M. Assenberg van Eijsden, mr. E.L. Eijkelenboom, mr. S.C. Goedhart, mr. C.P. Kuijer, mr. D. Ottevanger, mr. drs. T.J. Post, I.J. Schipper, mr. S.A. Slootweg, mr. S. van der Slot, mr. V. Twilt en mr. S. Wiersma-Helal.

Geachte confrères, collegae, amici en amicae,

Bijgaand treft u weer een nieuwe VAAN AR Update aan. Klik hier om de pdf vanaf de website te downloaden.

AR-annotatie J-P Vos: Vakantiemedley
Graag wijs ik u nogmaals op de AR-annotatie van Jan-Pieter Vos bij onder meer AR 2023-0717AR 2023-0769 en AR 2023-0529. In deze ‘verzamelnoot’ gaat Vos een rondje langs de vakantieverlofvelden. Hij bespreekt de rechtspraak van het Hof van Justitie EU en de Hoge Raad op het terrein van vakantieverlof alsook een aantal conclusies van A-G’s in lopende (EU-)zaken. Onderwerpen als verjaring, informatieplicht, vakantie en VSO, kwalificatie van ATV tot vakantieverlof en toerekenen van vakantiedagen tijdens ziekteverlof komen uitdrukkelijk aan de orde. Zeker zo aan het begin van de zomervakantie een absolute must read!

Rechtspraak
Graag wijzen wij u op de volgende uitspraken.

HvJ EU: Ontbreken schriftelijke gegevens van collectief ontslag aan bevoegd gezag, geeft werknemers geen individuele bescherming op grond van de Richtlijn collectief ontslag
In AR 2023-0881 oordeelt het Hof van Justitie EU over de vraag of het ontbreken van schriftelijke gegevens als genoemd in de Richtlijn collectief ontslag (art. 2 lid 3 Richtlijn 98/59/EG) tot nietigverklaring van de opzegging leidt. Naar het oordeel van het Hof dienen de inlichtingenverplichtingen aan het bevoegd gezag ertoe deze tijdig te informeren en maatregelen te treffen. Deze mededelingen aan het bevoegd gezag leiden niet tot individuele rechten voor werknemers waaraan bescherming ontleend kan worden. Een schending van deze informatieplicht leidt in beginsel niet tot een rechtsgevolg in de verhouding werknemer-werkgever.

Ktr.: chauffeur-pakketbezorger met 10% aandeelhouderschap in transportbedrijf toch werkzaam op basis van arbeidsovereenkomst
In AR 2023-0882 oordeelt de kantonrechter dat de rechtsbetrekking tussen een transportbedrijf en de werker kwalificeert als een arbeidsovereenkomst. Het 10%-aandeelhouderschap wordt gezien als een fiscale constructie, terwijl werker ingebed werk doet en van echt ondernemerschap met ondernemingsrisico geen sprake is (maandelijkse inkomstengarantie en geen investeringen). De kantonrechter gaat de verschillende Deliveroo-criteria langs en betrekt ‘inbedding’ en ‘ondernemerschap’ in zijn oordeel. De zaak doet ook denken aan Van Houdts/BBO (HR 15 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ1487, NJ 2007, 448).

Ktr.: ketenregeling van 24 maanden (in plaats van 36 maanden) niet in strijd met wet of richtlijn
In AR 2023-0859 staat de vraag centraal of artikel 9 lid 1 van de Cao Hoveniersbedrijf een rechtsgeldige afwijking van de wettelijke ‘ketenregeling’ is, dan wel of dit artikel ongeldig en nietig is. In de wet is niet met zoveel woorden voorzien in een mogelijkheid om in een cao af te wijken van de periode van 36 maanden door deze te beperken tot 24 maanden, zoals is gebeurd in artikel 9 lid 1 van de Cao Hoveniersbedrijf. Naar het oordeel van de kantonrechter is het echter mogelijk om in een cao ten gunste van een werknemer af te wijken van de wettelijke periode van 36 maanden, ook al staat die mogelijkheid tot afwijking niet letterlijk in de wet. Daarbij is van belang dat in de wettelijke ‘ketenregeling’ nergens staat dat een afwijking daarvan ten gunste van de werknemer niet is toegestaan. Ook uit de wetsgeschiedenis van de wettelijke ‘ketenregeling’ blijkt niet dat een afwijking daarvan bij cao ten gunste van de werknemer verboden of nietig is. Verder is van belang dat met de huidige (en de eerdere) wettelijke ‘ketenregeling’ mede wordt beoogd om de Europese Richtlijn 1999/70/EG van 28 juni 1999 betreffende de raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd na te leven. Gelet op de bewoordingen en het doel van Richtlijn 1999/70/EG moet de wettelijke ‘ketenregeling’ zo worden uitgelegd dat een afwijking daarvan bij cao ten gunste van een werknemer is toegestaan, ook al bestaat daarvoor geen specifieke wettelijke grondslag. Die uitleg is immers het meest in overeenstemming met de werknemersbescherming die Richtlijn 1999/70/EG nastreeft en met het uitgangspunt dat een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd de norm is.

Ktr.: oordeel Commissie van Beroep geen bindend advies
In AR 2023-0864 oordeelt de kantonrechter over de vraag of de onderwijsinstelling is gebonden aan de uitspraak van de Commissie van Beroep. De Hoge Raad heeft in het arrest Amghane (HR 31 mei 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZC2085) bepaald dat de uitspraak van de Commissie voor de werknemer niet bindend is. Volgens de Hoge Raad kan van een bindend advies pas sprake kan zijn als partijen ondubbelzinnig zijn overeengekomen dat de uitspraak bindend is. In de literatuur is aangenomen dat de werkgever wel aan het advies gebonden was omdat in verschillende onderwijswetten als voorwaarde voor de bekostiging van het bijzonder onderwijs was bepaald dat het bevoegd gezag zich onderwierp aan een uitspraak van de Commissie, maar geheel onomstreden was die opvatting niet. Sinds de inwerkingtreding van de Wwz is er geen aparte regeling meer voor het bijzonder onderwijs en zijn de bepalingen over de Commissie in de diverse onderwijswetten komen te vervallen. De Commissie heeft sindsdien geen wettelijke basis meer. De kantonrechter is op grond hiervan van oordeel dat de wijze waarop artikel 19 lid 5 Cao VO is geredigeerd onvoldoende steun biedt voor de opvatting dat ondubbelzinnig is overeengekomen dat de uitspraak van de Commissie als een bindend advies moet worden aangemerkt.

Ktr.: ambtenaar wegens integriteitseisen verbieden nevenactiviteiten te verrichten, is objectief gerechtvaardigd
In AR 2023-0855 oordeelt de kantonrechter dat de gemeente Zaanstad voldoende heeft gemotiveerd en aangetoond dat sprake is van een objectieve rechtvaardigingsgrond om werknemer (boomverzorger) te verbieden zijn nevenwerkzaamheden (boomverzorging) te verrichten binnen de gemeente Zaanstad. De gemeente Zaanstad heeft er terecht op gewezen dat de door haar genoemde integriteit van overheidsdiensten een objectieve rechtvaardigingsgrond kan opleveren als bedoeld in artikel 7:653a lid 1 BW en de Richtlijn transparante arbeidsvoorwaarden. Die integriteit van overheidsdiensten is immers met name genoemd in artikel 9 lid 1 van de Richtlijn transparante arbeidsvoorwaarden als objectieve redenen om bepaalde nevenwerkzaamheden te beperken. Ook in de wetsgeschiedenis van artikel 7:653a BW is integriteit van overheidsdiensten genoemd als objectieve reden om nevenwerkzaamheden te verbieden. Daarbij komt dat het een feit van algemene bekendheid is dat de maatschappelijke ontwikkelingen meebrengen dat steeds hogere eisen worden gesteld aan integriteit en het voorkomen van (de schijn van) belangenverstrengeling, met name bij instellingen die zich bezighouden met publieke taken, zoals een gemeente.

Vragen of opmerkingen
Indien u problemen ondervindt met inloggen, kunt u contact opnemen met het secretariaat van de VAAN via het telefoonnummer 0343-430600 of via het e-mailadres secretariaat@vaan-arbeidsrecht.nl. Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar ar-updates@budh.nl.

Rest ons nog u een bijzonder fijne dag toe te wensen.

Hof van Justitie van de Europese Unie

Hof

Rechtbank