Naar boven ↑

Update

Nummer 29, 2024
Uitspraken van 11-07-2024 tot 17-07-2024
Redactie: prof. mr. dr. A.R. Houweling, mr. L. Kirkpatrick, mr. M. Assenberg van Eijsden, mr. E.L. Eijkelenboom, mr. S.C. Goedhart, mr. C.P. Kuijer, mr. D. Ottevanger, mr. drs. T.J. Post, I.J. Schipper, mr. S.A. Slootweg, mr. S. van der Slot, mr. V. Twilt en mr. S. Wiersma-Helal.

Geachte confrères, collegae, amici en amicae,

Bijgaand treft u weer een nieuwe VAAN AR Update aan. Klik hier om de pdf vanaf de website te downloaden.

Rechtspraak
Graag wijzen wij u op de volgende uitspraken.

HR: Asklepios-leer geldt onverminderd in Nederland: dynamisch blijft dynamisch
In AR 2024-0876 oordeelt de Hoge Raad over de vraag of het Nederlandse wijzigingsstelsel zich verzet tegen een dynamisch geformuleerd incorporatiebeding waarmee een (toekomstige) cao van toepassing wordt verklaard op de arbeidsovereenkomst. Volgens de Hoge Raad bieden artikelen 7:613 BW en 7:611 BW wijzigingsmaatstaven die voldoen aan de Asklepios-toets van het Hof van Justitie EU. Niet kan worden gezegd dat de vrijheid van ondernemerschap dermate in het geding is dat dynamische incorporatiebedingen bij overgang van onderneming statisch (moeten) worden. De beschermingsgedachte van de richtlijn verzet zich er wel tegen dat een verkrijger wegens de overgang van onderneming het dynamische karakter wijzigt in statisch. Dit mag niet wegens maar wel na de overgang van onderneming, aldus de Hoge Raad.

HvJ EU: Richtlijn collectief ontslag heeft geen directe werking. Beëindiging arbeidsovereenkomsten wegens pensionering werkgever vormt ‘ontslag’ in de zin van de richtlijn
In AR 2024-0880 oordeelt het Hof van Justitie EU dat de Richtlijn collectief ontslag geen directe werking heeft. Gepoogd werd via artikelen 27 en 30 Handvest de richtlijn tussen particulieren te doen gelden, maar van een dergelijke rechtstreekse werking wil het Hof niet weten. Anders dan in zijn rechtspraak over het overlijden van een werkgever, acht het Hof in geval van pensionering de Richtlijn collectief ontslag wel van toepassing. Het verschil is dat bij overlijden de raadplegingsprocedure niet meer kan plaatsvinden, terwijl dat bij pensionering van de werkgever wel het geval is. Ook al is de uitkomst onvermijdelijk ‘ontslag’, dit neemt niet weg dat in de dialoog gezocht kan worden naar de ‘wijze waarop’ dit ontslag zal plaatsvinden.

Rb.: Temper is werkgever noch uitzender
In AR 2024-0877 treffen we de Temper-zaak aan. Volgens de rechtbank is geen sprake van een (uitzend)overeenkomst tussen Temper en de werkers. De rechtbank toetst de verschillende gezichtspunten uit Deliveroo en wijst op de verschillen met de Helpling-zaak. De grote mate van vrijheid, het ontbreken van (enige vorm van) sancties op niet-nakoming van afspraken met opdrachtgevers, het ontbreken van directe loonverplichtingen en de afwezigheid van (formeel) gezag, maken dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen de werkers en het platform.

Rb.: artikel 7:634 BW in strijd met EU-recht, maar geen directe werking
In AR 2024-0858 oordeelt de rechter over vakantieopbouw in jaren waarin geen loonbetaling plaatsvindt (derde ziektejaar). Werknemer had na einde wachttijd geen aanspraak meer op loon. Dus heeft hij gelet op het bepaalde in artikel 7:634 BW geen vakantiedagen meer opgebouwd en daarom wordt zijn vordering tot uitbetaling van niet-genoten dagen over die periode afgewezen. In de literatuur is terecht opgemerkt dat artikel 7:634 BW in strijd is met artikel 7 lid 1 Richtlijn 2003/88/EG en rechtspraak van het Europese Hof van Justitie. Hoewel de Nederlandse rechter gehouden is tot richtlijnconforme interpretatie als het gaat om wettelijke bepalingen waarmee Europese richtlijnen zijn geïncorporeerd in de Nederlandse wetgeving, is dat hier onmogelijk. Artikel 7:634 BW biedt geen ruimte voor interpretatie. Het artikel is duidelijk, maar wel in strijd met de Europese richtlijn als hiervoor genoemd. Gelet op de tekst van artikel 7:634 BW en de wetsgeschiedenis bij dat artikel, valt een werknemer die in zijn derde ziektejaar zit niet onder het bereik van artikel 7:635 BW.

Rb.: buitengerechtelijke vernietiging beëindigingsovereenkomst wegens dwaling omtrent uitkering UWV
In AR 2024-0879 oordeelt de rechter dat werknemer heeft gedwaald omtrent de beëindigingsovereenkomst nu het UWV geen WW- noch ZW-uitkering verstrekte. Volgens de rechter heeft de werkgever de mededelingsplicht geschonden door werknemer niet te informeren over het risico van beëindiging van het dienstverband tijdens ziekte.

Vragen of opmerkingen
Indien u problemen ondervindt met inloggen, kunt u contact opnemen met het secretariaat van de VAAN via het e-mailadres secretariaat@vaan-arbeidsrecht.nl. Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar juridisch@boom.nl.

Rest ons nog u een bijzonder fijne dag toe te wensen.

Hof van Justitie van de Europese Unie

Hoge Raad

Hof

Rechtbank