Naar boven ↑

Update

Nummer 40, 2019
Uitspraken van 02-10-2019 tot 10-10-2019
Redactie: prof. mr. dr. A.R. Houweling, mr. L. Kirkpatrick, mr. M. Assenberg van Eijsden, mr. E.L. Eijkelenboom, mr. S.C. Goedhart, mr. C.P. Kuijer, mr. D. Ottevanger, mr. drs. T.J. Post, I.J. Schipper, mr. S.A. Slootweg, mr. S. van der Slot, mr. V. Twilt en mr. S. Wiersma-Helal.

Geachte confrères, collegae, amici en amicae,

Bijgaand treft u weer een nieuwe VAAN AR Update aan. Klik hier om de pdf vanaf de website te downloaden.

AR Annotatie Joop van Zijl: Nog een reden waarom de Hoge Raad niet moet besluiten dat een werkgever gehouden kan zijn de arbeidsovereenkomst met een langdurig arbeidsongeschikte werknemer op te zeggen!
Graag wijzen wij u op de nieuwe AR Annotatie van Joop van Zijl. In deze noot gaat Joop in op twee aan elkaar gelinkte vraagstukken, te weten de re-integratieverplichtingen bij arbeidsongeschiktheid en de Kolom-beschikking van de Hoge Raad over gedeeltelijke beëindiging. Cruciaal is steeds de vraag of passende arbeid, nieuw bedongen arbeid is geworden. Indien de Hoge Raad zal oordelen dat bij slapende dienstverbanden na 104-weken een ‘ontslagplicht’ gaat gelden, zou dit mogelijk tot een verstoring van het door de wetgever en Hoge Raad uitgebalanceerde re-integratiebeleid kunnen leiden. Hij schetst tal van casus en gevolgen. Klik hier om de noot te lezen.

Rechtspraak
Graag wijzen wij u op de volgende uitspraken.

Eigen Kerkstatuut prevaleert boven dwingend recht Boek 7.10 BW
In AR 2019-1054 oordeelt de Hoge Raad dat op grond van artikel 2:2 BW de Nederlands Gereformeerde Kerk een eigen statuut dat de arbeidsverhouding tussen de predikant en de kerk regelt, mag instellen waarbij afwijking van dwingend recht mogelijk is, tenzij dat recht een belang van zo fundamentele aard beschermt dat afwijking van dat dwingend recht in de omstandigheden van het geval, ondanks de aan kerkgenootschappen toekomende inrichtingsvrijheid, niet kan worden aanvaard. Omdat de in dit Statuut uitgewerkte ontslagregeling niet zodanig afwijkt van het dwingend recht waarop de predikant zich in dit geding beroept dat daardoor belangen van fundamentele aard worden geschonden, komt de predikant geen beroep toe op de regeling van kennelijk onredelijk ontslag en onregelmatige opzegging.

Schiphol mag arbeidsrechtelijke voorwaarden opnemen in aanbestedingsprocedure beveiliging
In AR 2019-1048 staat de 96 Rv-procedure tussen Schiphol en de bonden centraal, waarin aan kantonrechters de vraag werd voorgelegd of het juridisch is toegestaan in een aanbestedingsprocedure van beveiligingswerk een aantal arbeidsvoorwaarden uit het Schipholakkoord op te nemen aangaande (1) werkdruk, (2) arbeidsduur, (3) loonsverhoging en (4) het deel van het operationele personeelsbestand dat een contract voor onbepaalde tijd heeft. Het oordeel van de rechterlijke arbitrage is dat dit is toegestaan. Van strijdigheid met de Detacheringsrichtlijn of Aanbestedingsrichtlijn is naar het oordeel van de rechters geen sprake.

Toetsing UWV a-grond niet in strijd met EU-vrijheid van ondernemerschap
In AR 2019-1015 stelt Ryanair zich primair op het standpunt dat de wettelijke normen om de arbeidsovereenkomst op grond van bedrijfseconomische redenen te ontbinden buiten toepassing moeten worden gelaten vanwege strijd met de vrijheid van vestiging en de vrijheid van ondernemerschap. Zij doet daarbij een beroep op het arrest AGET Iraklis van het Hof van Justitie EU. Dit beroep gaat volgens de kantonrechter niet op. Uit dat arrest kan niet worden afgeleid dat de toetsing aan de a-grond, die is gericht op de bescherming van een werknemer tegen ongerechtvaardigd ontslag, in strijd is met de vrijheid van vestiging en ondernemerschap. Een dergelijke toetsing is toegestaan wanneer daarbij wordt gestreefd naar het tot stand brengen van een juist evenwicht tussen de bescherming van de werknemer tegen ongerechtvaardigd ontslag en de bescherming van de vrijheid van vestiging en ondernemerschap. Aan die voorwaarde wordt met de geldende (wettelijke) regeling voldaan. Daarbij is in aanmerking genomen dat een werkgever slechts aannemelijk hoeft te maken dat aan de a-grond is voldaan en dat daarbij een terughoudende toets wordt aangelegd. Aangezien de criteria in de betreffende regelingen (BW en Ontslagregeling) voldoende concreet worden geacht, kan Ryanair ook niet worden gevolgd in haar stelling dat die leiden tot een te ruime discretionaire beoordelingsbevoegdheid. Van strijd met de evenredigheidseis is daarom ook geen sprake.

Schadeverhaal op werknemer houdt geen verband met ontslag in de zin van artikel 7:686a BW
In AR 2019-1040 (vervolg op AR 2019-0826) staat de vraag centraal of de schade die de werkgever op grond van artikel 7:661 BW wenst te verhalen op werknemer in voldoende mate verband houdt met het einde van de arbeidsovereenkomst. Hoewel de schadeveroorzakende gedraging mede aanleiding is geweest voor het ontslag, kan niet van een voldoende samenhang worden gesproken, aldus de rechter.

Vragen of opmerkingen
Indien u problemen ondervindt met inloggen, kunt u contact opnemen met het secretariaat van de VAAN via het telefoonnummer 0343-430600 of via het e-mailadres secretariaat@vaan-arbeidsrecht.nl. Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar ar-updates@budh.nl.

Rest ons nog u een bijzonder fijne dag toe te wensen.

Hoge Raad

Hof

Rechtbank