Naar boven ↑

Update

Nummer 13, 2021
Uitspraken van 26-03-2021 tot 31-03-2021
Redactie: prof. mr. dr. A.R. Houweling, mr. L. Kirkpatrick, mr. M. Assenberg van Eijsden, mr. E.L. Eijkelenboom, mr. S.C. Goedhart, mr. C.P. Kuijer, mr. D. Ottevanger, mr. drs. T.J. Post, I.J. Schipper, mr. S.A. Slootweg, mr. S. van der Slot, mr. V. Twilt en mr. S. Wiersma-Helal.

Geachte confrères, collegae, amici en amicae,

Bijgaand treft u weer een nieuwe VAAN AR Update aan. Klik hier om de pdf vanaf de website te downloaden.

Rechtspraak
Graag wijzen wij u op de volgende uitspraken.

HvJ EU: verduidelijkt begrip ‘aanvaarden’ in de zin van artikel 29a Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta)
In AR 2021-0389 oordeelt het Hof van Justitie EU over artikel 22bis Richtlijn 2006/43/EG (in Nederland art. 29a Wet toezicht accountantsorganisaties). In deze bepaling staat dat degene die als externe accountant verantwoordelijk is geweest voor het uitvoeren van een wettelijke controle, na het beëindigen van zijn werkzaamheden als externe accountant bij die controlecliënt gedurende een periode van ten minste een jaar geen functie aanvaardt als: (a) beleidsbepaler bij die controlecliënt; (b) lid van het auditcomité of een orgaan met gelijksoortige taken van die controlecliënt; (c) lid van het toezichthoudende orgaan van die controlecliënt. De centrale vraag was of het enkel sluiten van een arbeidsovereenkomst tijdens de wachttijd een overtreding van dit verbod oplevert of dat het moet gaan om het effectueren van de functie (uitoefenen). Het Hof van Justitie EU verduidelijkt dat het enkel aangaan van de arbeidsovereenkomst (zonder uitoefening van de functie) tot overtreding van het verbod leidt.

HvJ EU: arbeidsmarkthervormingen rechtvaardigen onderscheid in vast en tijdelijk
In AR 2021-0391 staat de vraag centraal of arbeidsmarkthervormingen met als doel stimuleren van het vaste contract (conversie tijdelijk in vast), met daaraan gekoppeld een lagere ontslagvergoeding, een gerechtvaardigd onderscheid tijdelijk/vast oplevert.

HvJ EU: minimale dagelijkse rusttijd bij meerdere arbeidsovereenkomsten tussen dezelfde partijen is van toepassing op alle overeenkomsten gezamenlijk en niet op elk van die overeenkomsten afzonderlijk
In AR 2021-0390 buigt het Hof van Justitie zich over de vraag of arbeids- en rusttijd per overeenkomst of (per samenstel van overeenkomsten) per werknemer moet worden berekend. Het Hof kiest voor de laatste benadering, omdat anders het doel van de richtlijn zou kunnen worden omzeild door de rusttijd van overeenkomst 1 in te vullen met arbeidstijd van overeenkomst 2.

Rechtsgeldig ontslag op staande voet met gedeeltelijke transitievergoeding (luizengaatje)
In AR 2021-0382 oordeelt de kantonrechter dat het wegnemen van een dopsleutel (en daarover liegen) een dringende reden voor ontslag rechtvaardigt. Een dienstverband van 19 jaar en de leeftijd van de werknemer (55 jaar) maken dat werknemer wel recht heeft op een gedeeltelijke transitievergoeding.

Geen recht op transitievergoeding na afwijzing werknemer ‘Xella-aanbod’ werkgever. Werknemer kan in hoger beroep transitievergoeding verzoeken
In AR 2021-0369 oordeelt het hof dat een werknemer geen recht heeft op een Xella-transitievergoeding, nadat de werkgever de ‘Xella-route’ heeft gevolgd maar de werknemer weigert de vergoeding te accepteren (omdat hij vond dat de werkgever meer moest bieden). Het ontbindingsverzoek van de werknemer met een verzoek tot transitievergoeding dient dan aan de gewone toets van ‘ernstige verwijtbaarheid’ te worden beoordeeld. Anders dan werkgever betoogt, brengt artikel 7:683 lid 2 BW niet met zich dat een werknemer in hoger beroep uitsluitend een billijke vergoeding (en geen transitievergoeding) zou mogen verzoeken. Rechtsvordering is niet beperkt door artikel 7:683 lid 2 BW.

Rechtsvermoeden 7:610b BW heeft terugwerkende kracht
In AR 2021-0374 staat de arbeidsomvang van een werknemer die structureel meer uren dan contractueel bedongen heeft gemaakt centraal. In het bijzonder gaat de vraag over de reikwijdte van het TNT-arrest (AR 2012-0413). Naar het oordeel van de kantonrechter staat niets in de weg aan het inroepen van artikel 7:610b BW met terugwerkende kracht. Wel oordeelt de kantonrechter dat geen sprake is van een representatieve referteperiode nu werkneemster tussen de periodes van arbeidsongeschiktheid werkzaamheden heeft verricht.

Vragen of opmerkingen
Indien u problemen ondervindt met inloggen, kunt u contact opnemen met het secretariaat van de VAAN via het telefoonnummer 0343-430600 of via het e-mailadres secretariaat@vaan-arbeidsrecht.nl. Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar ar-updates@budh.nl.

Rest ons nog u een bijzonder fijne dag toe te wensen.

Hof van Justitie van de Europese Unie

Hoge Raad

Hof

Rechtbank