Naar boven ↑

Update

Nummer 42, 2018
Uitspraken van 11-10-2018 tot 22-10-2018
Redactie: prof. mr. dr. A.R. Houweling, mr. L. Kirkpatrick, mr. M. Assenberg van Eijsden, mr. E.L. Eijkelenboom, mr. S.C. Goedhart, mr. C.P. Kuijer, mr. D. Ottevanger, mr. drs. T.J. Post, I.J. Schipper, mr. S.A. Slootweg, mr. S. van der Slot, mr. V. Twilt en mr. S. Wiersma-Helal.

Geachte confrères, collegae, amici en amicae,

Bijgaand treft u weer een nieuwe VAAN AR Update aan. Klik hier om de pdf vanaf de website te downloaden.

Rechtspraak
Graag wijzen wij u op de volgende uitspraken.

HR: Autoster II. Volledige schadevergoeding bij verkeersongeval op grond van artikel 7:611 BW?
In AR 2018-1180 oordeelt de Hoge Raad dat het hof in de schadestaatprocedure ten onrechte de omvang van de schade heeft beperkt tot schade die voortvloeit uit het ontbreken van een adequate verzekering. In de bodemprocedure had het hof immers geoordeeld dat de werkgever aansprakelijk is voor de geleden schade naar aanleiding van en bij of door het auto-ongeval. Dat het hof overwegingen wijdde aan de mate van adequaatheid van de verzekering, doet aan het voorgaande niet af. De verwijzingsrechter moet derhalve de ‘schade’ en niet de ‘verzekeringsschade’ vaststellen.

HR: Gedrag werkgever tussen aanzegging en einde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd kan leiden tot ernstig verwijt gedrag
In AR 2018-1171 staat de vraag centraal of de gedragingen van de werkgever na de aanzegging dat de arbeidsovereenkomst niet zal worden voortgezet, kunnen leiden tot ernstig verwijtbaar handelen. In casu werd het contract van een equity partner niet verlengd. Werknemer eist uitleg van de redenen waarom zijn contract niet wordt verlengd. Bovendien maakt hij bezwaar tegen de op non-actiefstelling vanaf datum aanzegging tot einde arbeidsovereenkomst, onder meer omdat hij daarmee bepaalde bonussen niet zou kunnen behalen. De werkgever zegt toe een bonus uit te zullen keren. Het hof oordeelde dat geen sprake is van ernstig verwijtbaar gedrag en dat de gedragingen na de aanzegging niet relevant zijn. De Hoge Raad oordeelt dat ook de gedragingen vanaf de aanzegging relevant kunnen zijn voor de beoordeling of sprake is van ernstige verwijtbaarheid.

Aanbod passend werk na aanzegging leidt niet tot verval transitievergoeding
In AR 2018-1149 oordeelt de rechter dat het aanbieden van diverse functies na de aanzegging, niet afdoet aan het op initiatief van de werkgever doen eindigen van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Dat werknemer de (passende) functies niet accepteert, leidt niet tot een ander oordeel.

HR: Constar bevestigd, opvolgend werkgeverschap voor WWZ naar oud recht
In AR 2018-1192 bevestigt de Hoge Raad zijn Constar-beschikking. Bij een werkgeverswissel voor 1 juli 2015 (WWZ) dient opvolgend werkgeverschap aan de hand van Van Tuinen te worden beoordeeld. Er moeten met andere woorden tussen de vorige en huidige werkgever ‘zodanige banden’ zijn. Zijn die er niet, dan telt de anciënniteit bij de vorige werkgever(s) niet mee bij de vaststelling van de omvang van de billijke vergoeding.

Detachering of tewerkstelling in het kader van ontslag
In AR 2018-1170 oordeelt de rechter dat de tewerkstelling van werkneemster bij een zustervennootschap in België geen detachering is, maar feitelijke tewerkstelling. Bijgevolg is de opzegging van de arbeidsovereenkomst met toestemming van het UWV vanwege de enkele omstandigheid dat de contractuele band tussen de vennootschappen is beëindigd wat de detachering betreft, onvoldoende voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

Geen rechtsverwerking door afzonderlijk de transitievergoeding (€ 368.753,67) na ontbindingsvergoeding (€ 219.392) te verzoeken
In AR 2018-1172 staat de vraag centraal of werknemer zijn recht heeft verwerkt door in de ontbindingsprocedure niets te zeggen over de transitievergoeding. Naar het oordeel van het hof kunnen de door werkgeefster aangehaalde feiten en omstandigheden niet meebrengen dat haar beroep op rechtsverwerking wegens bij haar gewekt vertrouwen slaagt. Een werknemer kan ervoor kiezen in een afzonderlijke procedure om toekenning van een transitievergoeding te verzoeken. Dat werknemer in de tussen hem en werkgeefster gevoerde ontbindingsprocedure niet om toekenning van een transitievergoeding heeft verzocht, kan daarom in redelijkheid niet hebben bijgedragen aan het gerechtvaardigd vertrouwen aan de zijde van werkgeefster dat werknemer zijn recht daarop niet geldend zou maken. Hierbij neemt het hof mede in aanmerking dat ‘stilzitten’ slechts tot rechtsverwerking kan leiden indien op grond van de omstandigheden van het geval redelijkerwijs een bepaald handelen van de rechthebbende had mogen worden verwacht (HR 11 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2574). Van dergelijke omstandigheden was in dit geval geen sprake. Het had in de gegeven omstandigheden eerder op de weg van werkgever gelegen op enig moment te onderzoeken of werknemer daadwerkelijk voornemens was zijn recht op een transitievergoeding niet geldend te maken, mede gelet op het feit dat het een substantieel bedrag betrof dat mogelijk van invloed was bij het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding en gelet op het mogelijk substantiële nadeel dat werknemer zou ondervinden door geen aanspraak te maken op de transitievergoeding in het geval ernstig verwijtbaar handelen door werkgever zou worden vastgesteld.

Het opvragen van bankafschriften in strijd met het recht op respect voor het privéleven
In SZR 2018-0080 vermoedde het UWV dat appellant niet langer in Nederland woonachtig was. Dit vermoeden werd bevestigd door de bankafschriften van appellant, die het UWV had opgevraagd. UWV trok vervolgens de uitkering in en vorderde deze als onverschuldigd betaald terug. De Centrale Raad van Beroep buigt zich over de vraag of het zonder toestemming opvragen van bankafschriften in overeenstemming is met artikel 8 EVRM. Het gaat mis op het subsidiariteitsbeginsel. De Raad oordeelt dat het UWV een minder ingrijpend middel ten dienste stond om de verblijfsituatie te onderzoeken. Om die reden is het bewijs onrechtmatig verkregen en mogen de bankafschriften niet aan het besluit tot intrekking en terugvordering ten grondslag worden gelegd. Indien het UWV de bevindingen uit de onrechtmatig verkregen bankafschriften bij de beoordeling van het recht op WW zou mogen meenemen, wordt aan het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer alle kracht ontnomen. UWV wordt opgedragen het gebrek in het bestreden besluit te herstellen.

Vragen of opmerkingen

Indien u problemen ondervindt met inloggen, kunt u contact opnemen met het secretariaat van de VAAN via het telefoonnummer 0343-430600 of via het e-mailadres secretariaat@vaan-arbeidsrecht.nl. Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar ar-updates@budh.nl.

Rest ons nog u een bijzonder fijne dag toe te wensen.

Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Arbeidsmarktbeleid

Ingediend bij de Tweede Kamer op 31 mei 2010. Brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 7 september 2018. Brief van de ministers van OCW en SZW van 12 september 2018.

Verzamelwet SZW 2019

Ingediend bij de Tweede Kamer op 22 juni 2018. Nota van wijziging van 5 september 2018, verslag van 10 september 2018, nota naar aanleiding van het verslag van 21 september 2018 en tweede nota van wijziging van 21 september 2018.

Wet invoering extra geboorteverlof

Ingediend bij de Tweede Kamer op 13 juni 2018. Nota naar aanleiding van het verslag van 4 september 2018. Motie van het lid Smeulders c.s. van 26 september 2018 en motie van het lid Wiersma c.s. van 26 september 2018.

Overige ontwikkelingen
UWV Beleidsregels uitvoering Wav 2018

UWV Beleidsregels uitvoering Wav 2018.

Hoge Raad

Hof

Rechtbank